Waar is de tijd dat 100 dagen volstonden om een regering te vormen? Schijnbaar leggen we ons stilzwijgend neer bij de lange formatieperiode. Het maakt mensen onverschillig. Weinigen volgen de formatie nog of kijken uit naar de nieuwe regering. Deze lange -- maar niet uitzonderlijke -- periode voorspelt weinig goeds voor de inhoud van het regeringsprogramma. De dorpspolitieke farce rond de voordracht van een Belgische eurocommissaris illustreert dat perfect.
...

Waar is de tijd dat 100 dagen volstonden om een regering te vormen? Schijnbaar leggen we ons stilzwijgend neer bij de lange formatieperiode. Het maakt mensen onverschillig. Weinigen volgen de formatie nog of kijken uit naar de nieuwe regering. Deze lange -- maar niet uitzonderlijke -- periode voorspelt weinig goeds voor de inhoud van het regeringsprogramma. De dorpspolitieke farce rond de voordracht van een Belgische eurocommissaris illustreert dat perfect. Een van de belangrijkste onderdelen van het regeringsprogramma zal zeker de verdere vermindering van het overheidstekort zijn. Doelbewust gebruiken we niet de uitdrukking 'sanering van de overheidsfinanciën'. In het verleden is daar nauwelijks of geen werk van gemaakt en als we ons mogen baseren op de perslekken, zal dat in de toekomst niet anders zijn. De vermindering van het tekort en de sanering van de overheidsfinanciën zijn geen synoniemen. Opnieuw voorhouden dat er gesaneerd wordt, om later vast te stellen dat enkel het tekort verlaagd is, zal al het regeringswerk hypothekeren. Daardoor start de nieuwe regering met een zwaar geloofwaardigheidsprobleem. Dat euvel kan ze overwinnen door een sterk saneringsplan uit te tekenen. Dat vereist inspanningen om de efficiëntie van de overheid te vergroten, doordachte aanpassingen in het belastingbeleid en een realistische timing van de besparingen, die voldoet aan de Europese regels. Het saneringsplan moet ook in detail de ingrepen na 2015 omvatten, zodat het niet gaat om saneringsintenties. En het plan moet vanzelfsprekend ook duidelijk meer ingrepen in de overheidsuitgaven dan belastingverhogingen bevatten. Alle besparingsplannen uit het verleden leren ons dat enkel de belastingverhogingen volledig worden gerealiseerd. Zo'n saneringsplan hoeft niet noodzakelijk hard te zijn in de zin dat zwaar wordt gesabeld in de sociale uitgaven, of dat het overheidstekort volgend jaar al drastisch daalt. Door het zachte beleid van de voorgaande regeringen moet het tekort volgend jaar wel significant dalen, anders ontstaat de indruk dat het vorige beleid wordt voortgezet. De daling moet groot genoeg zijn om bij economische spelers de twijfels over de realisatie van het volledig plan weg te nemen. Te zwaar saneren houdt dan weer risico van sociale onrust in, wat evenzeer de onzekerheid verhoogt. Concreet moet het tekort met minimaal 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) dalen. In de volgende twee jaar volstaat dan een iets lager cijfer om zo in 2017 uit te komen op een evenwicht. Dus liever beperktere besparingen gespreid over drie jaar dan harde besparingen in 2015 zonder visie op wat er de volgende twee jaar gebeurt. Cruciaal is wel dat de regering in een plan B voorziet, dat geldt wanneer de economische groei onder 0,5 procent blijft haperen. Zo kan ze vermijden dat nogal simplistische voorstellen zoals stoppen met besparen de discussie monopoliseren. Toegegeven, als we met zeer lage groeicijfers blijven kampen, zal geen enkel plan, ook geen plan Z, resulteren in gezonde overheidsfinanciën. Maar prediken dat besparingen de enige reden zijn voor de verslapping van de groei en dat stoppen met besparen dus automatisch resulteert in een relance, is toch zijn dromen voor werkelijkheid nemen. Daarvoor verkeren onze overheidsfinanciën en de vooruitzichten daaromtrent in te slechte staat. Anders uitgedrukt, indien we een tekort van 1 procent en een schuldquote van 80 procent zouden hebben, dan konden we het risico nemen de saneringen uit te stellen. Maar we mogen niet vergeten dat zo'n uitstelbeleid onzekerheid creëert. Het verleden heeft voldoende aangetoond dat in overheidsfinanciën uitstel geen afstel inhoudt. En hebben we nog niet genoeg problemen doorgeschoven naar de volgende generaties? Een goed doordacht en realistisch plan dat het overheidstekort de komende drie jaar wegwerkt, kan een belangrijk onderdeel zijn van een relancebeleid. Politieke moed om geloofwaardige en haalbare besparingen en hervormingen door te voeren, zijn evenzeer relance-instrumenten. De auteur is professor economie aan de VUB.JEF VUCHELENLiever beperktere besparingen gespreid over drie jaar dan harde besparingen in 2015 zonder visie op wat er de volgende twee jaar gebeurt.