Het QBIC Fund is het eerste risicokapitaalfonds in ons land waarbij universiteiten rechtstreeks samenwerken. Onrechtstreeks doen ze dat vandaag al via de risicokapitaalfondsen van interuniversitaire onderzoeksinstituten zoals het Gentse IBBT. Daar zit echter het instituut aan het stuur van het fonds, bij QBIC zijn dat de universiteiten.
...

Het QBIC Fund is het eerste risicokapitaalfonds in ons land waarbij universiteiten rechtstreeks samenwerken. Onrechtstreeks doen ze dat vandaag al via de risicokapitaalfondsen van interuniversitaire onderzoeksinstituten zoals het Gentse IBBT. Daar zit echter het instituut aan het stuur van het fonds, bij QBIC zijn dat de universiteiten. In tegenstelling tot Gemma Frisius, het zaaikapitaalfonds van de KU Leuven, telt QBIC overheidsinstellingen onder zijn geldschieters. De FPIM (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) brengt 3 miljoen euro in, de GIMB (Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel) 0,5 miljoen en PMV (ParticipatieMaatschappij Vlaanderen) 12 miljoen. PMV doet dat via haar Arkimedesfonds, dat investeert in Vlaamse starters en kmo's. De universiteiten van Gent, Brussel en Antwerpen brengen samen 4 miljoen in, de banken BNP Paribas Fortis, KBC en ING 11 miljoen. Alles samen komen we aan 30,5 miljoen dat QBIC hoopt te investeren in een twintigtal spin-offs over een periode van tien jaar. Achter de QBIC-vlag gaan vier vennootschappen schuil: het moederfonds QBIC Feeder Fund, twee regionale fondsen QBIC Arkiv Fund en QBIC BRU Fund (nog op te richten), en de QBIC Business Accelator. Die laatste is een volle dochter van het Feeder Fund en moet vermijden dat er te veel geld over de balk gaat. "De Business Accelerator checkt eerst of een onderzoeksidee, dat zijn technische werkbaarheid bewezen heeft, ook een leefbaar bedrijf kan worden", zegt Marc Zabeau, CEO van de QBIC-groep. "Dat gebeurt via een marktstudie, een business- en een financieel plan, en de oprichting van een bvba. Zodra de kritieke opstartfase voorbij is, nemen QBIC ARKIV Fund en QBIC BRU Fund het over voor respectievelijk Vlaamse en Brusselse spin-offs." ARKIV Fund en BRU Fund zijn 50 procent-dochters van het Feeder Fund. De andere helft van hun kapitaal wordt volgestort met het geld van respectievelijk het Arkimedesfonds en de GIMB. De Arkimedes-regels beperken investeringen door het ARKIV Fund tot 1,5 miljoen euro per jaar. Het BRU Fund van zijn kant beschikt over slechts 1 miljoen euro. Het Feeder Fund moet die beperkingen opvangen door zowel het ARKIV Fund als het BRU Fund bij te springen met extra investeringsmiddelen wanneer nodig. "Op het ogenblik dat de Business Accelerator de fakkel doorgeeft aan het ARKIV Fund, het BRU Fund en desgevallend het Feeder Fund, is de spin-off matuur genoeg om er ook externe investeerders bij te halen", zegt Zabeau. "De oorspronkelijke 30,5 miljoen hopen we zo te vermenigvuldigen tot 90 à 120 miljoen."