AB InBev heeft het lastig gehad met SABMiller. De prooi liet zich niet zomaar vangen. SABMiller, dat net als AB InBev een cruciale rol speelde in de consolidatie van de voorbije kwarteeuw in de biersector, weet wat het waard is. Pas een vijfde bod van 95 miljard euro haalde de Zuid-Afrikaanse brouwer over de streep.

SABMiller is misschien niet het nummer één van de wereld, in beurswaarde doet het wel beter dan het voormalige Interbrew. Op 8 maart 1999 trok het toenmalige South African Breweries (SAB) naar de beurs van Londen. De onderneming noteerde tot dan enkel in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. Maar de Zuid-Afrikaanse munt, de rand, is een vrij volatiele munt. Bovendien wordt het investeringsklimaat in Londen als solider en stabieler ingeschat dan dat in Zuid-Afrika. Via een tweede notering wou SAB gemakkelijker toegang krijgen tot de internationale kapitaalmarkten. En dus trok het naar de beurs van Londen.

Bij die operatie kregen de bestaande aandeelhouders nieuwe aandelen van de Britse, beursgenoteerde vennootschap SAB plc. Daarnaast werden ook 46,73 miljoen nieuwe aandelen uitgegeven voor institutionele partijen, tegen 4,28 pond per aandeel. Het leverde 200 miljoen pond aan vers kapitaal op. Vorige week was de koers 36,46 pond per aandeel. Dat was dus een klim met 880 procent (een berekening zonder de uitkering van dividenden).

Er is wel een belangrijke nuance. SAB ging goedkoop naar de beurs, vooral door de wispelturige rand en het grote belang van groeilanden in de omzet. De nieuwe aandelen werden met een korting aan institutionele partijen gegeven. De totale beurswaarde kwam eind maart 1999 met 4,2 miljard pond neer op geen zes keer het bedrijfsresultaat van 1999.

Verspreid over de 774 miljoen aandelen van toen, betekende dat 5,43 pond per aandeel. In vergelijking met de koers van vorige week is dat een klim met 671 procent. SABMiller kende nog kapitaalverhogingen, via de overname van brouwerijen. Die eigenaars, vooral Altria en de familie Santo Domingo uit Colombia, kregen nieuwe SABMiller-aandelen in ruil. Het aantal aandelen steeg naar ruim 1,675 miljard eind maart 2015.

Mooi maar minder

En hoe scoorde Interbrew? De beursgang van de Belgische brouwer dateert van 1 december 2000. Interbrew ging in Brussel naar de beurs tegen 33 euro per aandeel. Interbrew was een brouwer in een land met, wat toen nog werd gedacht, een sterke munt. De beursnotering betekende een waarde van bijna 14 miljard euro, of ruim 21 keer het bedrijfsresultaat in 2000. Veel duurder dan het als risicovoller beschouwde SABMiller.

Op 25 november 2008 volgde nog eens een uitgifte van nieuwe aandelen. Per vijf bestaande aandelen konden de aandeelhouders intekenen op acht nieuwe, tegen 6,45 euro per aandeel. Die kapitaalverhoging was het gevolg van de overname van Anheuser-Busch.

Stel dat een aandeelhouder bij de beursgang 500 aandelen had gekocht tegen 33 euro (16.500 euro) en dat die aandeelhouder ook intekende op de kapitaalverhoging (5160 euro voor 800 nieuwe aandelen). Dat maakt samen 21.660 euro. Vorige week schommelde de koers rond 98,5 euro. Dat betekent dat het pakket van 1300 aandelen 128.050 euro waard was. Maar de stijging met 590 procent (zonder dividenden) valt toch lager uit dan wat de SABMiller-aandeelhouders vandaag in handen hebben.

Zelfs indien we de dividenden meetellen, scoort een investering in AB InBev niet beter. De Belgisch-Braziliaanse combinatie is wel een betere dividendenbetaler. De aandeelhouder streek sinds 2001 ruim 16 dollar aan dividenden op per aandeel. De aandeelhouder van SABMiller kreeg iets meer dan 9 dollar in dividenden. Maar het belang van de AB InBev-aandeelhouder uit bovenstaand voorbeeld steeg, inclusief dividenden, vandaag 144.088 euro, met 665 procent. Ook dat bedrag blijft onder het winstparcours van SABMiller (+671 %), zelfs nog zonder de dividendenstroom (912 dollarcent per aandeel sinds 2001).

SABMiller creëert dus beduidend meer aandeelhouderswaarde. Dat is anders dan Anheuser-Busch, dat in 2008 werd overgenomen door de Belgisch-Braziliaanse brouwer.

Ook in winstgevendheid scoort SABMiller goed, al is die minder uitgesproken dan bij AB InBev. De ebitda-marge klokte vorig jaar af op 30 procent (evenveel als bij Anheuser-Busch in 2007, het jaar vóór de overname). Dat is minder dan de 39 procent bij AB InBev. Maar SABMiller benadrukt graag dat die marge in zijn belangrijkste twintig markten ook al 38 procent bedraagt.

En vorige week kondigde SABMiller bijkomende besparingen aan, van "minstens" 1,05 miljard dollar tot het einde van het boekjaar 2020 (dat loopt van begin april 2019 tot eind maart 2020). Dat besparingsprogramma loopt al een tijdje, maar wordt nog versterkt. De aankoop en de ondersteunende activiteiten worden gecentraliseerd, er wordt vet weggesneden in de logistieke keten. In het boekjaar 2014-2015 is zo al 221 miljoen dollar bespaard.

WOLFGANG RIEPL

Zelfs indien we de dividenden meetellen, scoort een investering in AB InBev niet beter.