Het is de mantra van de regering-Di Rupo: de sanering van de overheidsfinanciën is een schoolvoorbeeld van een evenwichtig begrotingsbeleid. Een mix van een derde uitgavenbeperkingen, een derde eenmalige maatregelen en een derde extra belastingen heeft er volgens de premier en zijn regeringspartners voor gezorgd dat de Belgische economie niet de dieperik is ingegaan en dat ons land zich niet kapot heeft bespaard. Het bewijs: de groeicijfers (0,1 % in 2013 en 1,1 % in 2014 volgens het Planbureau) ogen weliswaar niet indrukwekkend, maar ze liggen nog altijd boven het gemiddelde van de eurozone en dat van een buurland als Nederland.
...

Het is de mantra van de regering-Di Rupo: de sanering van de overheidsfinanciën is een schoolvoorbeeld van een evenwichtig begrotingsbeleid. Een mix van een derde uitgavenbeperkingen, een derde eenmalige maatregelen en een derde extra belastingen heeft er volgens de premier en zijn regeringspartners voor gezorgd dat de Belgische economie niet de dieperik is ingegaan en dat ons land zich niet kapot heeft bespaard. Het bewijs: de groeicijfers (0,1 % in 2013 en 1,1 % in 2014 volgens het Planbureau) ogen weliswaar niet indrukwekkend, maar ze liggen nog altijd boven het gemiddelde van de eurozone en dat van een buurland als Nederland. Maar klopt de optimistisch boodschap van premier Elio Di Rupo wel? Klopt het dat het Belgische budgettaire beleid een gezonde mix is tussen ontvangsten en uitgaven? En dat het aantal eenmalige maatregelen, die de overheidsfinanciën slechts tijdelijk saneren, beperkt blijft? "Het tekort van de federale regering en de sociale zekerheid is onder Di Rupo maar met 3,7 miljard euro gedaald", zegt Steven Vandeput, begrotingsspecialist van federale oppositiepartij N-VA. "Als je dat afzet tegen de 22,9 miljard euro maatregelen kan je moeilijk zeggen dat er grondig gesaneerd is." Een diepgaande analyse van de ongeveer 400 begrotingsmaatregelen moet voor transparantie zorgen. Op basis daarvan zijn er in het begrotingsbeleid van de regering-Di Rupo twee grote tendensen terug te vinden. Ten eerste wordt er wordt veel meer ingezet op het verhogen van de inkomsten dan op het beperken van de uitgaven. Ten tweede is het aantal eenmalige maatregelen zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenkant groter dan algemeen aangenomen. Instellingen als de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) of het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wijzen er steevast op dat de belastingdruk omlaag moet omdat België daarin al tot de mondiale koplopers behoort. Maar wat blijkt? In 2012 stegen de overheidsontvangsten met 1,6 procentpunt tot het in België nooit bereikte peil van 51 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Voor de Nationale Bank is het duidelijk: "De maatregelen zijn er grotendeels op gericht extra ontvangsten te genereren in plaats van de fiscale en parafiscale druk te verminderen." Analyses van economen, de rapporten van het Rekenhof, de algemene toelichting bij de begroting en het studiewerk van de federale oppositie leiden allemaal tot dezelfde conclusie: de regering-Di Rupo heeft vooral gekozen voor nieuwe inkomsten. 61,4 procent van de inspanning van 22,9 miljard euro is daar te situeren. De belangrijkste fiscale maatregelen die de regering-Di Rupo heeft genomen zijn een verstrenging van de notionele-intrestaftrek (1,5 miljard euro) en de in twee stappen verhoogde roerende voorheffing (met uitzondering voor spaarboekjes. Opbrengst: 1,278 miljard euro, waarvan 917 miljoen in 2012). Voor minstens een van die extra heffingen is al duidelijk dat de regering te optimistisch is geweest over de opbrengst. De roerende voorheffing bracht 365 miljoen euro in het laatje in 2012, en niet de verhoopte 917 miljoen. Behalve op die nieuwe of verhoogde belastingen kan de federale overheid rekenen op een aantal niet-fiscale inkomsten zoals de bankentaks (391 miljoen euro), de verhoging van de nucleaire rente (300 miljoen) en de responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenarenpensioenen die door de deelstaten wordt betaald (89 miljoen). Het gaat hier alleen om de structurele extra fiscale en niet-fiscale ontvangsten. Daarnaast is er een hele reeks ingrepen die de regering als structureel beschouwt, terwijl dat niet zo is. De strijd tegen de fiscale en parafiscale fraude bijvoorbeeld, waarvan de regering de opbrengst op 1,2 miljard euro schat. Het nieuwe rondje fiscale amnestie, dat 513 miljoen euro moet opbrengen, is een ander voorbeeld. Voorts zijn er de niet-fiscale eenmalige ontvangsten die zich vooral in de financiële sfeer situeren zoals de dividenden van de Nationale Bank op (200 miljoen euro in 2012 en 300 miljoen in 2013) of de terugbetaling van staatssteun door bpost (176 miljoen euro). "Over dat dividend van de Nationale Bank heb ik nog een discussie gehad met minister van Financiën Koen Geens, die dit als een structurele maatregel beschouwde. Ten onrechte natuurlijk, en dat was ook de conclusie van de Europese Commissie", zegt Steven Vandeput. In het totaaloverzicht blijkt dat eenmalige maatregelen goed zijn voor 45 procent van de ingrepen aan de inkomstenzijde (zie tabel Vooral hogere belastingen en eenmalige ingrepen). Die nieuwe reeks inkomsten wordt wel voor een klein deel gecompenseerd door een reeks loonlastenverlagingen die de regering heeft doorgevoerd. Al is ook daar moeilijk een lijn in te trekken. Sommige sectoren genieten er meer van dan andere, dit tot grote ergernis van de werkgevers (zie kader Versnippering troef in aanpak concurrentiekracht) De extra inkomsten betekenen niet dat de regering-Di Rupo de uitgavenkant verwaarloosd heeft. Op de sanering van 22,9 miljard euro zijn daar voor 8,8 miljard euro maatregelen genomen, of 38,6 procent van de sanering. De besparingen in de uitgaven moeten dus onderdoen voor de extra inkomsten. Op het eerste gezicht lijkt er hier een evenwicht te zijn tussen eenmalige en structurele ingrepen. Maar schijn bedriegt. Om te beginnen, worden de zogenaamde onderbenuttingen meegerekend als structurele ingrepen, terwijl ze dat niet zijn. Nemen we de gezondheidszorg. In 2012 werd een nieuwe groeinorm vastgelegd: de uitgaven in de gezondheidszorg mogen met 2 procent boven inflatie stijgen in 2012 en 2013, en met 3 procent in reële termen in 2014. Maar die geplande meeruitgaven worden niet doorgevoerd of toegekend. De regering beschouwt dat als een besparing. Een ander voorbeeld is de welvaartsaanpassing van de uitkering. Die wordt niet langer voor 100 maar voor 60 procent toegekend. Ook dat ziet de regering meteen als een besparing, terwijl het gewoon gaat om het niet-toekennen van extra kredieten. Een tweede betwistbare besparingsoperatie heeft te maken met de zogenaamde usurperende bevoegdheden. Dat zijn bevoegdheden die de federale overheid nog altijd financiert, maar die al zijn overgeheveld naar de gemeenschappen en gewesten. Het afstoten van die bevoegdheden staat in de federale begroting voor 2013 ingeschreven als een besparing van 300 miljoen euro. Daarvoor was ze al terug te vinden in de begroting van 2012 en bij de eerste begrotingscontrole van 2012. In totaal is hier voor 800 miljoen euro besparingen geboekt, die nooit zijn genomen. Ten slotte wordt aan de uitgavenkant een aantal oude trucs toegepast, waarbij inspanningen eigenlijk verlegd worden naar de komende jaren. Een veelzeggend voorbeeld is het fonds voor spoorweginvesteringen. De NMBS stort op 31 december een niet-gebruikte investeringstoelage van 100 miljoen euro terug aan de staat. Maar dat bedrag wordt in 2014 opnieuw teruggestort aan de NMBS. Als we aan de uitgavenkant alle inspanningen met een eenmalig effect in rekening nemen, zien we dat de structurele besparing slechts 2,5 miljard euro bedraagt, of 11 procent van de totale saneringsoperatie. Dat geld weet de regering bijeen te schrapen via besparingen bij de overheid en vooral via terugverdieneffecten van de hervormingen in de pensioenen (het optrekken van de vervroegde pensioenleefijd) en op de arbeidsmarkt. Al is ook hier voorzichtigheid geboden. Zo had de regering in de begroting van 2012 voor 263 miljoen euro terugverdieneffecten ingeschreven. Die zouden het gevolg zijn de strenge regels op werkloosheidsuitkeringen. Maar de Europese Commissie heeft die terugverdieneffecten verworpen. Bij de volgende begrotingscontrole zijn die terugverdieneffecten dan ook niet meer in aanmerking genomen. De meeste maatregelen zullen pas in 2015-2016 een reëel effect ressorteren. In de volgende legis-latuur dus. ALAIN MOUTON"De maatregelen zijn er grotendeels op gericht extra ontvangsten te genereren in plaats van de fiscale en parafiscale druk te verminderen" Nationale Bank