Dat blijkt uit een voorlopig rapport van de Vlaamse ombudsman waar Trends exclusief de hand op kon leggen. Het rapport treedt Rudy Aernoudt bij, die de wanpraktijken liet onderzoeken. Het kabinet-Moerman was de laatste maanden het onderwerp van een onderzoek door de Vlaamse ombudsman, Bernard Hubeau. Aernoudt was op dat moment secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Voordien was hij jarenlang de kabinetschef van Fientje Moerman (Open VLD), Vlaams viceminister-president en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel. De feiten die Aernoudt aanklaagt, dateerden van zijn tijd als cabinetard.
...

Dat blijkt uit een voorlopig rapport van de Vlaamse ombudsman waar Trends exclusief de hand op kon leggen. Het rapport treedt Rudy Aernoudt bij, die de wanpraktijken liet onderzoeken. Het kabinet-Moerman was de laatste maanden het onderwerp van een onderzoek door de Vlaamse ombudsman, Bernard Hubeau. Aernoudt was op dat moment secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Voordien was hij jarenlang de kabinetschef van Fientje Moerman (Open VLD), Vlaams viceminister-president en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel. De feiten die Aernoudt aanklaagt, dateerden van zijn tijd als cabinetard. Vrijdag werd Rudy Aernoudt ontslagen door de Vlaamse regering. Officieel omdat er zich feiten zouden hebben voorgedaan die verdere professionele samenwerking onmogelijk maakten. Officieus wijzen Aernoudt en andere bronnen op de audit van de Vlaamse ombudsman als reden. Het voorlopige auditrapport werd midden augustus naar Moerman gezonden. De minister moest binnen twintig werkdagen reageren, maar vroeg uitstel. Het voorlopige auditrapport is dan ook niet mals voor de minister en haar kabinet. Eerst en vooral legt het een flagrante, schriftelijke leugen van de minister bloot. Volgens het rapport stelde het Vlaamse parlement op 22 november 2006 aan alle ministers schriftelijk de vraag welke consultancyopdrachten zij tussen 22 juli 2004 en 15 november 2005 hadden gegeven. En ook of deze opdrachten volgens de wetgeving over overheidsopdrachten gegeven waren. Minister Moerman vermeldt in haar antwoord geen consultancyopdracht. De Vlaamse ombudsman toont in zijn rapport aan dat het kabinet-Moerman minstens één consultancyopdracht toekende op 25 januari 2005, ter waarde van 65.340 euro. De opdracht: " Het ondersteunen van de minister en de beleidscel over vraagstukken van algemeen politieke, organisatorische, politiek-strategische, communicatieve en bestuurskundige aard ... Het op regelmatige tijdstippen contact hebben met decision-makers uit de politieke en private sector die te maken hebben met de bevoegdheden van de minister ... Het onderhandelen met de actoren die de minister aanwijst. ... "Volgens klokkenluider Rudy Aernoudt werd de aanbesteding niet op een correcte manier gegund en werd de opdrachthouder volledig betaald, hoewel er te weinig prestaties werden geleverd. Ook meldt de ombudsman dat volgens Aernoudt al op voorhand was bepaald welk bureau de adviesopdracht zou krijgen, en dat de andere aan te schrijven bureaus ook met het oog daarop werden uitgekozen. Die keuze zou zelfs in overleg gebeurd zijn met het winnende bureau. De procedure zou dus enkel pro forma gebeurd zijn. Omdat het om een opdracht onder 67.000 euro (zonder btw) ging, kon de gunning gebeuren zonder voorafgaande bekendmaking. Voor de opdracht werden drie bureaus aangeschreven. Het eerste bureau liet weten niet de expertise in huis te hebben, van het tweede bureau kan het kabinet geen uitgewerkte offerte voorleggen. In zijn voorlopige nota doet de ombudsman uit de doeken hoe de aanbesteding werd beïnvloed en gestuurd door een Big Fourconsultant. De consultant overschreed hierbij enkele deontologische regels die in het rapport worden uitgelegd. Volgens Aernoudt is het bedrijf dat uiteindelijk de opdracht in de wacht sleepte, een constructie of 'strobedrijf' van deze consultant. De ombudsman kan hiervoor niet de nodige bewijzen vinden. Wel vindt de ombudsman een verband tussen de consultant en de winnende opdrachthouder: ze zouden vroeger bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest. Net als de eigenaar van het tweede bureau trouwens. Het vinden van de juiste documentatie is voor de ombudsman geen sinecure. Als hij op 8 maart 2007 het kabinet-Moerman bezoekt en ter plekke inzage in vier gunningsdossiers vraagt, rijzen er problemen. Het kabinet kan niet meewerken. Als argument voert het kabinet aan dat er vanwege de personeelswissels onvoldoende overdracht is gebeurd en het de documenten niet heeft. Ook stelt het kabinet dat het bepaalde gunningsdossiers niet kan voorleggen omdat die door de administratie zouden zijn toegekend. De dag erna wordt dan toch inzage gegeven in een gunningsdossier van het kabinet. Het dossier is onvolledig en mist verschillende documenten die een overheidsopdrachtendossier moet bevatten. Wat wel terug te vinden is in het e-mailverkeer, is dat Rudy Aernoudt van het dossier ontheven werd en dat de gunningsbrief niet door hem werd ondertekend. Dit moet bewijzen dat hij geen betrokken partij was. Het bestek vermeldt als belangrijkste gunningscriterium de "relevantie van het cv van de voor deze opdracht in te zetten dienstverlener en de ervaring in ondersteunende functies" (60 %). Het tweede gunningscriterium is de prijs (40 %). De opdrachthouder kan in zijn cv een duidelijke link met Open VLD aantonen. De opdracht werd twee keer stilzwijgend verlengd, een laatste keer op 1 februari 2007. Zo komt de totaalprijs uit op ongeveer 200.000 euro. Maar welke prestaties daartegenover stonden, is onduidelijk. Uit documenten kan de ombudsman afleiden dat de volgende prestaties werden geleverd: een analyserapport over de werking van het kabinet in 2005; een voorbereidingstekst voor een speech in 2007; een bondig rapport over het kabinet en drie adviezen over mogelijke medewerkers in 2007. Het kabinet herhaalt dat het door de personeelswissels én het veranderen van e-mailprogramma geen verdere documenten kan geven. Maar, zo voegt het kabinet eraan toe: "Het kabinet benadrukt dat heel wat dienstverlening mondeling is gebeurd en schat de uitvoering op één werkdag per week." Aernoudt kan alvast één extra prestatie voorleggen. Het bureau zou een workshop 'Training sollicitatie-interview' hebben georganiseerd, waarop de deelnemers leerden hoe ze een gesprek zelf kunnen sturen. De training zou wel enkel voor VLD-militanten bestemd zijn geweest. De Vlaamse ombudsman betreurt dat er geen volledig gunningsdossier kon worden voorgelegd en vindt het merkwaardig dat er geen zorgvuldige dossieroverdracht plaatsvindt als een kabinetsmedewerker vertrekt. Hij wijst erop dat principieel de gunningsprocedure voor een overheidsopdracht, ook voor beleidsstrategisch advies, niet door het kabinet maar door het departement moet worden georganiseerd. Ook de opvolging van de uitvoering is principieel een taak voor het departement. En, vervolgt hij, "opdrachten, betaald met belastinggeld, zouden principieel ideologisch neutraal moeten zijn". De ombudsman heeft ook sterk de indruk dat het beginsel dat aanbestedende overheden de aannemers, leveranciers en dienstverleners op gelijke, niet-discriminerende en transparante wijze moeten behandelen, niet gerespecteerd is. De stilzwijgende verlengingen vinden geen genade in zijn ogen. "Om een contract te verlengen, moet er een duidelijke opvolging zijn van de geleverde prestaties. De uitvoering kan pas degelijk opgevolgd en gecontroleerd worden als er voldoende schriftelijke neerslag is van de geleverde prestaties. Alleen dan kunnen beslissingen over uitbetaling of verlengingen met kennis van zaken worden genomen. In dit dossier waren er ruim onvoldoende bewijzen van een correcte en voldoende uitvoering." Het cynisme ontbreekt hem niet: "Ook kan men zich de vraag stellen in hoeverre een minister met een uitgebreid kabinet externe ondersteuning nodig heeft bij het voorbereiden van toespraken." Alle aanbevelingen van de ombudsman zijn een directe verwijzing naar Beter Bestuurlijk Beleid (BBB). BBB is het Vlaamse actieplan dat moet leiden tot een efficiënte reorganisatie van de Vlaamse administratie en de Vlaamse ministeriële kabinetten. Door deze aanbevelingen naar voren te duwen, komt de ombudsman terug op het vertrekpunt van Rudy Aernoudt. Deze ex-topambtenaar en ex-kabinetschef heeft altijd beweerd de wanpraktijken niet aan te klagen vanwege de individuele dossiers, maar om de uitvoering van BBB te versnellen. An Goovaerts