De leegte wordt wel eens omschreven als de ziel van alle schilderkunst. Een doek met maar één luttele streep erop geeft soms een legere indruk dan een maagdelijk wit schilderij. Maar evengoed kan een doek waarvan elke vierkante centimeter beschilderd is, getuigen van een onmetelijke leegte.
...

De leegte wordt wel eens omschreven als de ziel van alle schilderkunst. Een doek met maar één luttele streep erop geeft soms een legere indruk dan een maagdelijk wit schilderij. Maar evengoed kan een doek waarvan elke vierkante centimeter beschilderd is, getuigen van een onmetelijke leegte.De 72-jarige Raoul De Keyser, samen met Luc Tuymans een van de boegbeelden van de hedendaagse Belgische schilderkunst, werkt al veertig jaar rond die leegte. Soms door maar twee strepen op het doek aan te brengen, andere keren door het schilderij in twee gekleurde vlakken op te delen die met elkaar zijn gelinkt door een haarfijne lijn. Hij balanceert daarbij steevast op een grens: de grens tussen figuratie en abstractie, de grens tussen bedrieglijke eenvoud en complexiteit, de grens tussen het fysieke van de verf en het efemere van het beeld, en de grens tussen stilstaan en vooruitgaan. Die laatste grens, tussen stilstaan en vooruitgaan, wordt in het wielrennen meestal aangeduid met het woord surplace. Het is dan ook geen toeval dat De Keysers meest recente schilderijenreeks - dezer dagen te zien in het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle - de naam Surplace meekreeg. Surplace is een toestand die plaatsvindt op de scheidingslijn tussen absolute stilstand en volle race, en dus een uiterste vorm van concentratie vereist. Een treffender omschrijving van het proces dat zich bij de schilder Raoul De Keyser afspeelt, is wellicht niet te vinden. Gemakshalve deelt men De Keyser meestal in bij het rijtje artiesten dat deel uitmaakt van de Nieuwe Visie (samen met onder meer Roger Raveel). Het was voor het grote publiek inderdaad zijn bekendste periode, waarin hij de werkelijkheid op een bevreemdende manier weergaf: een banale deurklink of een tuinslang werd gereduceerd tot een spel van lijnen, vlakken en volumes. Maar De Keyser zocht snel zijn eigen weg. Doorbreken deed hij in de vroege jaren tachtig, toen hij in zijn schilderijen ruimte maakte voor emotionaliteit en beleving. Zijn oeuvre had toen al niets meer van doen met dat van zijn leermeester Raveel. Terwijl die laatste steeds vaker de realiteit omarmde, sprong De Keyser er steeds afstandelijker mee om. De figuratie verzonk in de schoonheid en soberheid van verflagen. Zo is het nog steeds met zijn nieuwste reeks schilderijen. Reeksen zoals Surplace of Come on, play it again (in 2001 gemaakt voor een tentoonstelling bij David Zwirner in New York) laten eilanden, randen en vlekken zien. Soms lijkt het alsof er rode en groene 'elastiekjes' te zien zijn die op het schilderij hun plaats zoeken, over elkaar heen glijden, tegen de randen van het doek botsen of er juist nadrukkelijk buiten vallen. Soms is er een groen contrapunt, nauwelijks zichtbaar, net boven het rood ( Come on, play it again nr.4). Als een eilandje in de leegte. Maar wel een leegte die nog altijd veel te vertellen heeft. Neen, ook op 72-jarige leeftijd is Raoul De Keyser nog niet aan surplacen toe.J.L. [{ssquf}]Raoul De Keyser: 'Surplace', t/m zo 8/9 in het Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, 9831 Deurle (bij Gent). Van di t/m vr van 13.00 tot 17.00 uur, op za en zo van 11.00 tot 17.00 uur. Gesloten op ma. Info: 09-282 51 23 ofwww.museumdd.be