Het succes van het Front National (FN) bij de Franse gemeenteraadsverkiezingen is niet alleen te verklaren door een anti-immigratiestem van veel Fransen. De partij van Marine Le Pen kiest ook voor een economisch eerder links en vooral protectionistisch discours. Tegen de mondialisering, tegen de multinationals... En dat slaat al decennia aan bij de Fransen. Onze zuiderburen hebben het niet zo voor vrijhandel en kapitalisme. De 'exception française' moet behouden blijven, niet alleen cultureel maar ook economisch. Ook de Franse PS staat trouwens wantrouwig tegenover de economische globalisering.
...

Het succes van het Front National (FN) bij de Franse gemeenteraadsverkiezingen is niet alleen te verklaren door een anti-immigratiestem van veel Fransen. De partij van Marine Le Pen kiest ook voor een economisch eerder links en vooral protectionistisch discours. Tegen de mondialisering, tegen de multinationals... En dat slaat al decennia aan bij de Fransen. Onze zuiderburen hebben het niet zo voor vrijhandel en kapitalisme. De 'exception française' moet behouden blijven, niet alleen cultureel maar ook economisch. Ook de Franse PS staat trouwens wantrouwig tegenover de economische globalisering. Pascal Lamy, jarenlang directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), roept zijn landgenoten in een boek op niet langer bang te zijn voor de mondiale economie, die volgens hem trouwens nog altijd maar in de kinderschoenen staat. Lamy, afkomstig uit linkse hoek, wordt in eigen land met de nodige scepsis benaderd. Het deert hem niet en hij kiest zelfs voor een provocatieve titel: Quand la France s'éveillera. De titel verwijst naar een bijna veertig jaar oud boek van Alain Peyrefitte, oud-adviseur van president De Gaulle: Quand la Chine s'éveillera. Daarin voorspelt Peyrefitte grote economische veranderingen zodra China zich op de wereldmarkten gooit. Volgens Lamy moet Frankrijk ook zijn koudwatervrees voor de mondialisering overwinnen. En moet het de positieve dingen van de globale economie leren inzien. Zo wijst Lamy erop dat de Verenigde Naties zich in 2000 het doel hebben gesteld om de wereldwijde armoede te halveren. Een doelstelling die ondertussen gehaald is: "Tussen 1990 en 2010 zijn er wereldwijd 700 miljoen mensen uit de extreme armoede geraakt. Dat is meer dan de Europese bevolking." Volgens Lamy is de tijd van een nationaal industrieel beleid -- een Franse dada -- voorbij. Er komt een nieuwe industriële revolutie aan, op wereldvlak, met mondiaal opererende vakbonden. Lamy ziet trouwens dat de sociale rechten in de groeilanden gestaag toenemen. Sneller dan in het Europa van de 19de eeuw, dus een nieuw proletariaat zal er niet ontstaan. De voormalige topman van de WTO gaat op zijn optimistische elan voort en benadrukt de talloze voordelen die vrijhandel en vrij verkeer van kapitaal het Westen en Europa (en dus ook Frankrijk) hebben opgeleverd: "Voor de export van industrieproducten boekt de Europese Unie een handelsoverschot van 200 miljard euro. Dat is zelfs beter dan de VS of Japan." En hij merkt fijntjes op dat tal van Franse multinationals (zoals L'Oréal) dankzij de mondialisering zeer performant zijn geworden. Lamy ontkracht ook de vaak gehoorde Franse stelling dat Europa zich in onderhandelingen over de vrijmaking van internationale markten steevast laat rollen door de VS of de opkomende landen. Hij koppelt er ook de Franse vrees voor immigratie ten gevolge van een mondialistisch credo aan: Lamy ontkent dat de Europese grenzen een zeef zijn. Hij plaatst het immigratiedebat ook in een breder perspectief: dankzij de mondialisering kent een continent als Afrika een groei als nooit tevoren, waardoor de welvaart er stijgt en de economische migratie naar Europa zal afnemen. Pascal Lamy, Quand la France s'éveillera, Odile Jacob, 2014, 173 blz, 17,90 euro ALAIN MOUTON