" Lagere economische groei noopt Vlaamse regering tot bijkomende besparingen", meldde De Tijd vorige week. Moet het niet omgekeerd zijn: lagere groei noopt Vlaamse regering om meer in te zetten op groei? Of lagere groei zet Vlaamse regering aan tot bijkomende investeringen? Temeer omdat met de lage rente elke investering met enige positieve return algauw haar kapitaalkosten terugverdient, met daarbovenop een pak meetbare en onmeetbare welzijnswaarde.
...

" Lagere economische groei noopt Vlaamse regering tot bijkomende besparingen", meldde De Tijd vorige week. Moet het niet omgekeerd zijn: lagere groei noopt Vlaamse regering om meer in te zetten op groei? Of lagere groei zet Vlaamse regering aan tot bijkomende investeringen? Temeer omdat met de lage rente elke investering met enige positieve return algauw haar kapitaalkosten terugverdient, met daarbovenop een pak meetbare en onmeetbare welzijnswaarde. En dus is het maar de vraag of besparen in bijvoorbeeld het onderwijs de boodschap is. Misschien moet er daar precies meer uitgegeven worden. Want ofwel is het geen goede investering, en dan geven we er zeker veel te veel aan uit, ofwel is het een goede investering, en dan moeten we er meer in stoppen. En hier komen algauw fundamentele strategische vragen aan de orde. Misschien gaat het niet over meer of minder, maar over anders en beter? Ik geef een paar doordenkertjes die in het sterk gemediatiseerde debat nogal eens achterwege blijven. - Is het wel een goed idee om almaar grotere aula's -- en duizenden studentenkamers -- bij te bouwen, die een groot deel van de week en een nog groter deel van het jaar leegstaan? Is dat niet meer van hetzelfde, van het oude systeem dat dringend aan hervorming toe is? Kunnen we niet beter in nieuwe modellen en leermethoden investeren? - Wat is 'afstandsonderwijs': een aula waar je de docent nauwelijks kunt zien of horen, en vooral: hij jou ook niet. Of een eigentijdse onlineleermodule met livecoaching, teamwerk en virtuele campussen? Ik pleit voor alle duidelijkheid niet om een webcam voor een aula te zetten en dat dan 'e-learning' noemen. Er is wel wat anders te doen, met name compleet nieuwe onderwijs- en leermodellen die nu al bloeien en functioneren, en zelfs op de private markt veel succes kennen. Dat vereist nieuwe structuren, organisaties en takenpakketten, gekoppeld aan serieuze investeringen. Maar ook: hoogleraren die van hun voetstuk durven te komen en uit hun klassieke rol durven te treden. - En wat was dat met al die fusies, associaties en schaalvergrotingen? Gingen die geen schaalvoordelen opleveren? In het beste geval kwam daar eerder kostenbesparing van (ten koste van begeleiding en kwaliteit); in het slechtste geval bijkomende overhead, bureaucratie en politiek. In kwalitatief universitair onderwijs van het klassieke type zijn helemaal geen schaalvoordelen, toch niet voor groepen van een paar tientallen. Doordachte nieuwe onderwijsmodellen kunnen natuurlijk wel enorme schaalvoordelen opleveren, maar de initiële investeringskosten zijn groot en vergen vooral een compleet nieuwe aanpak. - Waar komt die zogezegde 'kostprijs van een student' vandaan? Ik vrees dat men met het concept 'kostprijs' een loopje neemt. Want anders zouden onder de bachelorhoogleraren (die algauw vele honderden of duizenden studenten hebben) toch heel wat miljonairs moeten rondlopen. Zouden we iedere student niet beter een budget meegeven en hem zelf laten kiezen hoe en waar hij dit wil besteden? - Heeft het zin om van alle studenten onderzoekers te willen maken? Veel beroemde collega's haalden hun beste ideeën uit het lesgeven of een seminar (om niet van de ochtendlijke scheerbeurt te spreken), en sommige van de beste lesgevers blijken ook het meest relevante onderzoek te publiceren. - Zijn al die incentives voor nog meer doctoraten wel goed besteed? In sommige domeinen lijkt het eerder op doctorandi die op zoek zijn naar een onderwerp, in plaats van relevante en dus vaak complexe problemen op zoek naar een oplossing. Geen beter moment dan een onverwachte financieringscrisis om een en ander strategisch ter discussie te stellen. Maar het is overduidelijk dat het traditionele model van universiteiten aan een grondige bezinning en herziening toe is. Tijd voor een nieuw pedagogisch en onderwijsmodel, nieuwe strategieën en organisatiemodellen, en een financiering die daarop inspeelt en ondersteunt, en niet andersom. De vraag is niet: meer of minder van hetzelfde, we hebben vooral meer van iets nieuws en iets anders nodig. En het idee en de discussie volstaan niet, we hebben vooral behoefte aan het leiderschap en de organisatie om het waar te maken. Kodak, dat de digitale camera mee had uitgevonden, heeft ook nog jaren geprobeerd meer en meer film te verkopen. Paul Verdin is professor strategie aan Solvay (ULB) en KUL, en senior fellow aan het Mossavar-Rahmani Center for Business and Government van de Harvard Kennedy School.PAUL VERDINDe vraag is niet: meer of minder van hetzelfde, we hebben vooral meer van iets nieuws en iets anders nodig.