Wanneer in Frankrijk de filosoof Alain Finkielkraut spreekt, wordt er vaak gezwegen. De man, zoon van geïmmigreerde Poolse joden, is een van de meest gerespecteerde filosofen bij de zuiderburen. Zeker sinds hij in 1987 De ondergang van het denken publiceerde. Finkielkraut werd een soort van moreel geweten dat zich verzet tegen massacultuur, het radicale economische liberalisme, de dominantie van de reclame, de celebrities-manie enzovoort. Maar sinds een aantal jaren krijgt Finkielkraut steeds meer kritiek. In zijn recentere werk zou hij de weg van reactionair cultuurconservatisme zijn ingeslagen. De filosoof klaagt over het niveau van...

Wanneer in Frankrijk de filosoof Alain Finkielkraut spreekt, wordt er vaak gezwegen. De man, zoon van geïmmigreerde Poolse joden, is een van de meest gerespecteerde filosofen bij de zuiderburen. Zeker sinds hij in 1987 De ondergang van het denken publiceerde. Finkielkraut werd een soort van moreel geweten dat zich verzet tegen massacultuur, het radicale economische liberalisme, de dominantie van de reclame, de celebrities-manie enzovoort. Maar sinds een aantal jaren krijgt Finkielkraut steeds meer kritiek. In zijn recentere werk zou hij de weg van reactionair cultuurconservatisme zijn ingeslagen. De filosoof klaagt over het niveau van het onderwijs, is tegen het cultuurrelativisme en voor een Europese Leitkultur. Hij wil dat men zich bewust is van wat de vorige generaties hebben bereikt. In eerste instantie ziet hij de teloorgang van het Franse onderwijs als een probleem. Hij heeft het dan niet over het niveau van het onderwijs, wel over de rol die de school al meer dan een eeuw in Frankrijk speelt: het is de basis voor maatschappelijke, sociale, culturele en economische integratie. De school moest ervoor zorgen dat de immigratie van Italianen, Polen en Belgen in de 19de eeuw leidde tot een assimilatie. Ze kwamen niet alleen werken in Frankrijk, het was ook de bedoeling dat ze er bleven. Dat betekent dat ze hun culturele verleden stilaan achter zich moeten laten en zich zo volledig in de Franse samenleving moeten integreren. Finkielkraut beschouwt zichzelf, als zoon van geïmmigreerde joden -- een deel van zijn familie overleefde de Holocaust niet --, als een perfect product van die Franse assimilatie. Maar die traditie van assimilatie behoort volgens de filosoof al een paar decennia tot het verleden. Als bewijs daarvan haalt hij in zijn boeken de gebrekkige integratie van de moslimgemeenschap in Frankrijk aan. In zijn laatste boek Ongelukkige identiteit ('L'identité malheureuse') gaat hij daar dieper op in en schuwt hij de controverse niet. Zo is Finkielkraut een tegenstander van het dragen van de hoofddoek op school door moslima's. Niet alleen omdat dat in strijd is met de in Frankrijk onaantastbare scheiding tussen kerk en staat, maar ook omdat op die manier verschillende culturen en identiteiten in Frankrijk naast elkaar leven zonder elkaar te kennen. Hij ziet in de huidige situatie het bewijs van een mislukte multiculturele samenleving. Voor zijn standpunten kreeg Finkielkraut de wind van voren. Zo veroorzaakte zijn verkiezing tot lid van de prestigieuze Académie Française -- de instelling die waakt over het hanteren en het behoud van een correcte Franse taal -- voor heel wat heisa. Een aantal 'onsterfelijken', zoals de leden van de Académie genoemd worden, weigerden voor de Frans-joodse filosoof te stemmen. Finkielkraut zou met zijn kritiek op de gebrekkige integratie van moslims te dicht bij het Front National staan. Iets wat de filosoof totaal belachelijk vindt, zo herhaalt hij vaak. Finkielkraut vindt dat het zijn recht is te zeggen dat "van een postnationale, multiculturele samenleving geen heil te verwachten is". Alain Finkielkraut, Ongelukkige identiteit. Het failliet van de multicultuur, De Bezige Bij, 2014, 176 blz., 19,99 euroALAIN MOUTON