In 2011 kozen bijna 128.000 werknemers in de privésector voor een arbeidstijdverkorting via tijdskrediet. Dat kost de sociale zekerheid 390 miljoen euro. Want wie voor zo'n stelsel kiest, krijgt een vergoeding van de RVA of van het RIZIV om het inkomensverlies enigszins te compenseren. De loopbaanonderbreking bij de ambtenaren kostte vorig jaar 177 miljoen. Tellen we daar familiale verlofstelsels bij zoals bijvoorbeeld ouderschapsverlof, dan loopt de totale kostprijs van alle verlofsystemen jaarlijks op tot meer dan 1,375 miljard euro (zie Overzicht Belgische verlofsystemen). Dat is ongeveer evenveel als RVA-uitgaven voor brugpensioen (1,5 miljard euro).
...

In 2011 kozen bijna 128.000 werknemers in de privésector voor een arbeidstijdverkorting via tijdskrediet. Dat kost de sociale zekerheid 390 miljoen euro. Want wie voor zo'n stelsel kiest, krijgt een vergoeding van de RVA of van het RIZIV om het inkomensverlies enigszins te compenseren. De loopbaanonderbreking bij de ambtenaren kostte vorig jaar 177 miljoen. Tellen we daar familiale verlofstelsels bij zoals bijvoorbeeld ouderschapsverlof, dan loopt de totale kostprijs van alle verlofsystemen jaarlijks op tot meer dan 1,375 miljard euro (zie Overzicht Belgische verlofsystemen). Dat is ongeveer evenveel als RVA-uitgaven voor brugpensioen (1,5 miljard euro). Maar die kostprijs is de moeite waard, zeggen voorstanders. De verloven laten toe om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. De belangrijkste werden de voorbije vijftien jaar ingevoerd, zoals ouderschapsverlof (1998) en tijdskrediet (2002). Ze promoten deeltijds werk en moeten meer mensen - vooral vrouwen - naar de arbeidsmarkt lokken. Bovendien loont het om in de loop van de carrière even een pauze te nemen. Dat zou werknemers ertoe aanzetten voor langere loopbanen te kiezen. De cijfers nuanceren dat hoera-verhaal. Eerst en vooral is het stelsel uit zijn voegen gebarsten. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) heeft de familiale verlofstelsels van zes EU-lidstaten onder de loep genomen en komt tot de conclusie dat België de meest uitgebreide verlofrechten in de tijd heeft van heel Europa. Meer nog dan voorbeeldlanden als Zweden of Denemarken (zie grafiek Familiale verlofrechten in Europa). Een tweede vaststelling is dat de return duidelijk te wensen overlaat. Het tewerkstellingseffect is op zijn minst betwistbaar te noemen. Hoewel de Belgische familiale verlofrechten zeer uitgebreid zijn, ligt de werkzaamheidsgraad van vrouwen tussen 20 en 64 jaar in België met 61,6 procent duidelijk lager dan in Zweden (75,7 %), Denemarken (73,1 %) of Finland (71,5 %). Bovendien is de hoge werkgelegenheidsgraad in de Scandinavische landen niet te verklaren door het massale succes van deeltijds werk. Bijna twee derde van de werkende vrouwen heeft er een voltijdse baan. Arbeidsexperts zijn het erover eens dat het Scandinavische arbeidsmarktwonder veeleer een gevolg van glijdende werkuren is, dan van verloven of deeltijdse stelsels. Er is een maatschappelijke consensus dat even uit de arbeidsmarkt stappen voor specifieke redenen altijd mogelijk moet zijn. We denken dan aan ouderschapsverlof. Maar de facto gaat het geld voor de verlofstelsels grotendeels naar de subsidiëring van deeltijdse jobs. En dat is niet de eerste doelstelling van de sociale zekerheid. Bovendien wordt er weinig toegevoegde waarde gecreëerd voor de arbeidsmarkt. Bedrijven klagen over het systeem omdat de werkdruk verhoogt. In onze knelpunteconomie kunnen werknemers die voor familiaal verlof of arbeidstijdverkorting kiezen niet zomaar vervangen worden. Zeker in kmo's veroorzaakt dat organisatorische problemen. Bij tijdskrediet is bijvoorbeeld vooral de 1/5- arbeidsduurverkorting populair. Voor één dag een vervanger vinden is onbegonnen werk als het om hooggeschoolden gaat, klinkt het bij veel bedrijven. Arbeidsmarktexperts waarschuwen dat onderzoek aantoont dat het langdurig verlof nemen een negatief effect heeft op de loopbaan. Het leidt tot verlies aan competenties. Bovendien zien bedrijven die lange periodes van inactiviteit als een teken van demotivatie. Een moreel bezwaar is dat de overheid niet-werken in die mate subsidieert dat wie vier dagen werkt in plaats van vijf bijna voltijds wordt betaald door een toeslag die de RVA toekent. Al die elementen hebben de regering-Di Rupo ertoe aangezet de verlofsystemen bij te sturen. Tijdskrediet wordt pas mogelijk na vijf jaar werken, waarvan twee jaar bij de huidige werkgever. Voorts wordt er een onderscheid gemaakt tussen tijdskrediet met en zonder motief. Zonder enige motivatie is twaalf maanden voltijds tijdskrediet mogelijk, 24 maanden deeltijds of 60 maanden een vijfde. Afhankelijk van de motivatie kan daar nog drie of vier jaar bij komen. De redenen die men kan opgeven zijn de zorg voor kinderen jonger dan acht, palliatieve zorg of het volgen van een opleiding. De landingsbanen - waarbij mensen via werktijdverkorting in de aanloop naar hun pensioen worden aangemoedigd langer te werken - blijven bestaan, maar de toegang wordt verstrengd. Kiezen voor een landingsbaan vanaf 50 jaar na een loopbaan van twintig jaar is niet meer mogelijk. De drempels worden verhoogd naar 55 jaar en een loopbaan van 25 jaar. Zo'n landingsbaan houdt in dat men 1/5 of 1/2 minder werkt tot aan het pensioen. Voor zware beroepen is in een uitzondering voorzien. De aanpassing van de landingsbanen komt er omdat oudere werknemers eerst voor tijdskrediet kozen en dan overstapten naar brugpensioen. De landingsbanen hebben de werknemers niet echt gemotiveerd om op oudere leeftijd te blijven werken. De recente verstrenging van de verlofstelsels en deeltijds werk lijkt diepgaand maar is het eigenlijk niet. Het VBO berekende vorig jaar dat een Belgisch koppel met twee kinderen maximaal recht heeft op dertig weken moederschapsverlof, twintig dagen vaderschapsverlof, twaalf maanden ouderschapsverlof en vier jaar tijdskrediet (exclusief het recht op tijdskrediet vanaf 50 jaar). Als beide partners daar maximaal gebruik van maken, zijn ze elk drie jaar niet beschikbaar voor hun werkgever. Na de hervormingen van de regering-Di Rupo kan datzelfde Belgisch koppel met twee kinderen nog meer periodes van inactiviteit inlassen. Door de opsplitsing tussen voltijds tijdskrediet zonder motivatie en gemotiveerd tijdskrediet komen ze nu uit op potentieel tien jaar, vijf jaar elk. Bovendien wordt het ouderschapsverlof nog met een maand per ouder verlengd. Dat schrijft een Europese richtlijn voor. In de federale regering willen vooral de socialisten die extra maand betaald maken. Maar de helft van de Europese lidstaten heeft een of andere vorm van onbetaald ouderschapsverlof. De uitbreiding van het ouderschapsverlof is natuurlijk niet budgettair neutraal. Afhankelijk van het scenario kost de uitbreiding tussen 50 en 80 miljoen euro extra. De uitbreiding zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat ouders met kinderen die nog geen twaalf jaar zijn nog een extra maand ouderschapsverlof kunnen opnemen. De uitbreiding doet dan de besparingen in tijdskrediet en loopbaanonderbreking, die begroot waren op 52 miljoen euro in 2012 en 83 miljoen euro in 2013, teniet. De besparingen in de verlofstelsels zijn in verhouding tot de totale kostprijs sowieso niet indrukwekkend. Om de kostprijs van de verloven te drukken en de werkgelegenheid op te krikken zijn werkgevers voorstander van bijvoorbeeld korter ouderschapsverlof, maar met een hogere, loongerelateerde uitkering. Zo'n systemen bestaan al in onder meer Duitsland en Denemarken. In die landen liggen de loopbaankansen van vrouwen dan ook veel hoger. ALAIN MOUTONDe besparingen in de verlofstelsels zijn in verhouding tot de totale kostprijs niet indrukwekkend.