De verkiezingen naderen en Paars is de wassende groep vergrijzende kiezers niet vergeten. SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte wil de komende jaren het wettelijke pensioen gevoelig optrekken en VLD-minister van Economie Marc Verwilghen wil een omgekeerde hypotheek (of opeethypotheek) wettelijk mogelijk maken, die ouderen de kans geeft om het eigen huis om te zetten in cash middelen, zonder daarbij het huis te moeten verlaten.
...

De verkiezingen naderen en Paars is de wassende groep vergrijzende kiezers niet vergeten. SP.A-voorzitter Johan Vande Lanotte wil de komende jaren het wettelijke pensioen gevoelig optrekken en VLD-minister van Economie Marc Verwilghen wil een omgekeerde hypotheek (of opeethypotheek) wettelijk mogelijk maken, die ouderen de kans geeft om het eigen huis om te zetten in cash middelen, zonder daarbij het huis te moeten verlaten. Zoek echter geen coherent beleid in deze voorstellen. SP.A-vicepremier Freya Van den Bossche noemde de opeethypotheek zelfs onaanvaardbaar. Of is het voor de SP.A onaanvaardbaar dat de VLD zich mengt in een domein dat de SP.A als haar exclusieve speelterrein beschouwt? De slogan 'het is uw sociale zekerheid' redde de SP in 1995 van een gewisse verkiezingsnederlaag na de Agusta-affaire. 'Het is uw pensioen' is daar de eigentijdse variant op. Er is voor beide voorstellen wel wat te zeggen. Het wettelijke pensioen is laag in België, zeker in een Europees perspectief. Bruto houdt een werknemer gemiddeld 30 % van zijn laatste loon over (netto ongeveer de helft). Voor veel mensen is dat schrikken en wie via de andere pensioenpijlers niet een serieuze appel voor de dorst heeft opzijgezet, kijkt tegen een zwaar inkomensverlies aan. Voor heel wat mensen ligt zelfs een armoederisico op de loer. Een hoger wettelijk pensioen is daarom verdedigbaar op één grote voorwaarde: dat de regering er tegelijk ook eindelijk serieus werk van maakt om meer mensen langer aan de slag te houden. De grootste uitdaging van de vergrijzing is immers niet eens de budgettaire kostprijs, maar wel de nakende krimp op de arbeidsmarkt, die de economische groei zal onderuithalen. Het moet echter tot in den treure worden herhaald dat de lage werkgelegenheid bij 55-plussers en de veel te lage effectieve pensioenleeftijd (57 jaar) dringend hoger moet. België blijft ondanks enige beterschap doodziek in dit bedje en de kloof met de buurlanden neemt zelfs nog toe, het povere generatiepact ten spijt. Waarom de hoogte van het pensioen bijvoorbeeld niet koppelen aan de stijging van de werkgelegenheidsgraad? De enige manier om mensen te ontmoedigen vervroegd met pensioen te gaan, loopt via de portemonnee. Wie er nu voor kiest om voor zijn 65e met pensioen te gaan, schuift echter de kostprijs van deze beslissing af op de rug van de samenleving. Om die onrechtvaardigheid weg te werken, is een pensioenmalus nodig van 5 % per jaar. Wie op zijn 60e stopt met werken zou eigenlijk zijn wettelijke pensioen met een kwart moeten zien dalen. Aan deze harde maar eerlijke berekeningen zal geen enkele politicus zich wagen. De omgekeerde hypotheek dan. In een aantal individuele gevallen is dit instrument zeker een uitweg om een aantal kosten te financieren door het eigen huis om te zetten in baar geld. Dat is dus een aanvaardbare formule, of wil de overheid de mensen voorschrijven hoe ze wel en niet met hun bezittingen moeten omspringen? Trouwens, de overheid heeft de facto zelf al een omgekeerde hypotheek toegepast op een pak overheidsgebouwen en pensioenfondsen (Belgacom). Ze heeft deze activa verkocht en opgedaan om lopende uitgaven te financieren. Maar met deze strategie zal de kostprijs van de vergrijzing niet worden betaald. Dat vergt extra sparen, de overheid doet het omgekeerde. Daan Killemaes