Hoe komt het dat computers en televisietoestellen steeds goedkoper worden, maar dat de kosten voor medische verzorging de pan uit blijven rijzen? Die boeiende vraag is het uitgangspunt van het boek The Cost Disease. Onder de deskundige leiding van econoom William Baumol bestuderen de auteurs de situatie in de Verenigde Staten, maar hun bevindingen zijn evenzeer van toepassing in Europa.
...

Hoe komt het dat computers en televisietoestellen steeds goedkoper worden, maar dat de kosten voor medische verzorging de pan uit blijven rijzen? Die boeiende vraag is het uitgangspunt van het boek The Cost Disease. Onder de deskundige leiding van econoom William Baumol bestuderen de auteurs de situatie in de Verenigde Staten, maar hun bevindingen zijn evenzeer van toepassing in Europa. Sinds het begin van de jaren tachtig is de kostprijs voor medische verzorging in de VS met 250 procent gestegen. De gecumuleerde inflatie bedroeg in die periode 'slechts' 110 procent. De kosten voor medische verzorging zijn dus veel sneller gestegen dan die voor andere goederen en diensten. William Baumol voorspelde een halve eeuw geleden al dat de kosten van quartaire of niet-commerciële diensten zoals onderwijs, zorg en sociale zekerheid sterk zouden stijgen. Baumol maakt in het nieuwe boek het onderscheid tussen de stagnant sector en de progressive sector. De stagnant sector komt grosso modo overeen met de quartaire sector. De verklaring voor de sterke stijging daar is dat de arbeidsproductiviteit bij veel arbeidsintensieve diensten zoals zorgverlening aanmerkelijk minder is toegenomen dan bij het productieproces van industriële goederen die zich goed lenen voor mechanisering. De stijging van de arbeidsproductiviteit in de marktsector leidt tot reële loonsverhogingen. Aangezien de lonen in de quartaire sector op lange termijn gelijk moeten lopen met de lonen in de andere bedrijfssectoren, is er een grote opwaartse druk. De lonen liggen in de quartaire sector te hoog in verhouding tot de productiviteit en die meerkosten worden doorgeschoven naar de eindgebruiker. De onverwacht optimistische stelling van The Cost Disease is dat de maatschappij die stijgende kosten van onder meer gezondheidszorg kan dragen. De cijfers zijn nochtans hallucinant. In de VS wordt zowat 15 procent van het inkomen besteed aan gezondheidszorg. Als de stijging even snel verloopt als de jongste twintig jaar, dan zal in 2105 liefst 62 procent van het besteedbare inkomen van de gemiddelde Amerikaan naar gezondheidszorg gaan. Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar Baumol benadrukt dat hij een halve eeuw geleden ook al werd weggelachen met zijn voorspelling van de huidige 15 procent. "Is dit geloofwaardig?", vraagt de auteur zich retorisch af. "De gebeurtenissen kunnen wijzigen en economen zijn notoir slecht in het voorspellen van de toekomst. Maar ik ben er zeker van dat het percentage over een eeuw in de buurt van 62 procent ligt." Volgens Baumol hoeft dat geen probleem te zijn als de productiviteitswinst uit de industriële sector doorsijpelt naar de quartaire sector. In dat geval kunnen de kosten gedragen worden. Al blijft het de vraag hoe dat concreet moet gebeuren. Het risico is groot dat de gezondheidzorg zelfs met die productiviteitswinsten een zwaar beslag blijft leggen op de economie en dat de brede bevolking die kosten grotendeels zal moeten gedragen, zowel in de VS als in Europa. William Baumol (Ed.), The Cost Disease. Why Computers get cheaper and Health Care doesn't, Yale University Press, 2012, 372 blz, 35 euroTHIERRY DEBELS