De verkoop van grote bedrijven als Omega Pharma en de vinylgroep IVC mag dan al de krantenkoppen halen, ook het kmo-segment van de Belgische overnamemarkt draait op volle toeren. Dat blijkt uit de tweede editie van de Entrepreneurial Buyout Monitor van het PEBO, het kenniscentrum rond buy-outs van Vlerick Business School. Het PEBO ondervroeg 169 experts die actief zijn in de koop en verkoop van kmo's, zoals private-equityspelers, bankiers en consultants.
...

De verkoop van grote bedrijven als Omega Pharma en de vinylgroep IVC mag dan al de krantenkoppen halen, ook het kmo-segment van de Belgische overnamemarkt draait op volle toeren. Dat blijkt uit de tweede editie van de Entrepreneurial Buyout Monitor van het PEBO, het kenniscentrum rond buy-outs van Vlerick Business School. Het PEBO ondervroeg 169 experts die actief zijn in de koop en verkoop van kmo's, zoals private-equityspelers, bankiers en consultants. Zowat twee derde van de ondervraagden zag vorig jaar het overnameklimaat voor kmo's verbeteren, en een meerderheid ziet de opklaringen aanhouden in 2015. Vanwaar het optimisme? "De kredieten zijn goedkoop, en het ergste van de economische crisis is achter de rug", zegt Miguel Meuleman, Vlerick-professor en medeoprichter van het PEBO. "Er komt ook veel vers kapitaal beschikbaar. Nogal wat rijke families hebben hun oog op kmo's laten vallen. Hetzelfde geldt voor de vele ondernemers die de jongste tijd hun bedrijf verkocht hebben en het geld herinvesteren." Ook bij de klassieke private-equityspelers is de appetijt helemaal terug. "Volgens schattingen zit de private-equitysector wereldwijd op zowat 1200 miljard dollar aan droog poeder, fondsen die door de crisis of om andere redenen geen investeringen hebben gevonden", zegt Hans Vanoorbeek, medeoprichter van het PEBO en hoofd van de private-equityspeler BV Capital Partners. "Het geld komt vaak van institutionele beleggers op zoek naar rendement, zoals de pensioenfondsen. De opbrengst uit private equity moet hen helpen de pensioenen uit te betalen." Een laatste partij op de markt zijn de bedrijven. "Zij achten het moment gekomen voor de overname van een sectorgenoot", zegt Veerle Catry van het audit- en advieskantoor BDO België, sponsor van het PEBO. "De oorlogskas van vele bedrijven is goed gespekt, en een overname is in deze moeilijke tijden vaak de enige manier om te groeien." Al die belangstelling doet de prijzen van overnames stijgen. De waardering van de kmo's haalde in 2013 een gemiddelde van vijf keer de operationele cashflow, de zogenoemde multiple. In 2014 was de multiple volgens de Buyout Monitor al gestegen tot 5,6. Voor kleinere overnames van minder dan 5 miljoen euro bleef de prijs zowat gelijk. De hausse zit vooral in de middelgrote en grote transacties. Voor overnames van 5 tot 20 miljoen euro steeg de multiple van 4,9 naar 5,5. Voor overnames van meer dan 20 miljoen ging het van 5,7 naar 6,8. Die laatste categorie komt daarmee bijna opnieuw op precrisisniveau. "Grotere deals vertonen nu eenmaal grotere prijsschommelingen in de tijd", zegt Vanoorbeek. "Als het hierbij blijft, maak ik mij geen zorgen. Deze multiples zijn internationaal vergelijkbaar. Er is geen zeepbel in de maak, de markt is gezond." Dat kan veranderen. Een ruime meerderheid van de ondervraagden ziet de prijzen van middelgrote en grote overnames voort stijgen in 2015. Dat kan de financiering van de overnames bemoeilijken. Voorlopig komen de banken nog over de brug. Het aandeel van schuldfinanciering bij een overname is in de voorbije twee jaar nauwelijks gezakt. In 2014 moest een overnemer gemiddeld 36,7 procent van het bedrag uit eigen zak betalen. Dat lag in lijn met 2013, toen het percentage 35,4 bedroeg. Een meevaller is het goedkopere krediet. Dat maakt dat de banken hun eisen inzake terugbetalingscapaciteit milderen: de verhouding tussen de schuld en operationele cashflow steeg van 3,1 in 2013 naar 3,3 in 2014, aldus de Buyout Monitor. Het echte probleem is het onzekere economische klimaat. Dat valt niet te rijmen met de prijshausse, aldus Vanoorbeek. "De meeste bedrijven groeien niet, omdat de economie niet groeit. Dat drijft de massa kandidaat-kopers naar de weinige groeibedrijven, het nec plus ultra van de overnamemarkt. Daar word ik bang van. De prijs voor zulke bedrijven dreigt door het dak te gaan, met alle gevolgen van dien voor het rendement van de overname. Overnemers zullen harder moeten werken. Het rendement zal moeten komen van kostenbesparingen, productvernieuwingen en het aanboren van nieuwe markten." Private-equityspelers zullen zich specialiseren in bepaalde sectoren, meent Catry. "Rendement zullen ze halen uit de samenwerking en de uitwisseling van knowhow tussen de bedrijven in hun portefeuille. Een voorbeeld daarvan zijn de privérusthuizen. De consolidatie in die sector is volop bezig. Een klein rusthuis maakt nauwelijks winst. Maar na enkele jaren kan zo'n portefeuille winstgevend worden door synergievoordelen tussen de rusthuizen." Groei en rendement worden moeilijker, maar zijn nog mogelijk, ook in mature sectoren. "Kijk naar het succes van Melexis, dat toelevert aan de auto-industrie, of FNG Group, bekend van onder meer het kinderkledingmerk Fred & Ginger", zegt Catry. "Dat lijken op het eerste gezicht niet meteen de meest sexy sectoren." Het geheim zit in een uitstekende sectorkennis en een kwalitatief management. En de wil moet er zijn, aldus Meuleman. "Ambitie blijkt een belangrijke verklarende factor voor groei. Veel familiebedrijven zijn ingeslapen. Vaak zorgt een overname voor een nieuwe wind. Een sterke ondernemersgeest doet veel." JOZEF VANGELDER