Er ligt bewarend beslag op Clovis Matton, een gevolg van de betrokkenheid van de familie in het schandaal Interagri, de in '92 failliet gegane Waalse agrovoedingsgroep. Maar het zadenbedrijf nam zijn voorzorgen en verhuist activiteiten naar andere bedrijven. De vertakkingen lopen tot in Liechtenstein en Panama.
...

Er ligt bewarend beslag op Clovis Matton, een gevolg van de betrokkenheid van de familie in het schandaal Interagri, de in '92 failliet gegane Waalse agrovoedingsgroep. Maar het zadenbedrijf nam zijn voorzorgen en verhuist activiteiten naar andere bedrijven. De vertakkingen lopen tot in Liechtenstein en Panama.Begin juni '94. Lucien Matton, die samen met zijn broer Wilfried het landbouwzadenbedrijf Clovis Matton leidt, houdt de openingsrede op het congres in Oostende van de internationale beroepsvereniging FIS (Fédération Internationale du commerce des Semences) waarvan hij voorzitter is. Pijnlijk voor de voorzitter is dat omstreeks hetzelfde ogenblik gerechtelijke politie en rijkswacht binnenvallen in de gebouwen van zijn bedrijf in Avelgem bij Kortrijk. De speuracties zijn een uitloper van de affaire Interagri, de Waalse agrovoedingsgroep waarvan de broers Lucien, Wilfried en Eric begin '92 nog 72 % van de aandelen hadden en de Waalse gewestelijke investeringsmaatschappij SRIW 28 %. Een audit op bestelling van de SRIW sprak van allerlei onregelmatigheden, zoals manipulatie van jaarrekeningen en van voorraden, en andere. Later dat jaar ging Interagri failliet, verzonken in een schandaalsfeer. Lucien, Wilfried maar vooral Interagri-zaakvoerder Eric worden beticht van valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering. Ook Pierre en Christine, kinderen van Lucien, zijn beschuldigd in de zaak Interagri. Dit jaar werd het congres van de FIS gehouden in Stockholm. Het liep vorige week af. Maar een interview over een stand van zaken in de Belgische zadensector en de rol van Clovis Matton daarin, slaat het bedrijf af. Blijkbaar is de Interagri-zaak nog steeds niet verteerd. Integendeel, in september beslist de raadkamer van Hoei of de 3 broers Matton, samen met een 15-tal anderen, naar de rechtbank verwezen worden. Andere reden voor de mediaschuwheid van Clovis Matton is wellicht de pijnlijke afsplitsing van het bedrijf in juni '94. Toen werd Wilfried "bijna letterlijk" zeggen mensen die de familie kennen op straat gezet. Hij en zijn zoon Philippe begonnen een eigen zadenbedrijf, Philip-Seeds, op amper twee straten daarvandaan. Voor Clovis Matton, waarin Philippe werkzaam was, betekende dit een verlies. "Philippe was de man van de commerciële contacten," aldus dezelfde bronnen, "voor vele klanten was hij het gezicht van Clovis Matton, en dat is hem goed van pas gekomen bij Philip-Seeds." In Kortrijkis nu een gerechtelijk onderzoek aan de gang inzake mogelijke fiscale inbreuken door Clovis Matton. Volgens de Kortrijkse eerste substituut hebben de feiten echter niks te maken met de Interagri-zaak. Alles bijeen een spijtig verhaal over een veelbelovend bedrijf dat in '90 nog een omzet haalde van 1,8 miljard frank, maar vorig jaar was teruggezakt tot bijna de helft daarvan, 945 miljoen. De toekomst ziet er niet beter uit : de SRIW en de banken hebben samen enkele miljarden in de Interagri-zaak verloren, waarvoor de broers Matton zullen aangesproken worden.Daarvan dreigt Clovis Matton het slachtoffer te worden, al lijkt het erop dat het bedrijf al zijn voorzorgen genomen heeft. Zo is Clovis Matton de Belgische marktleider in de verkoop van maïszaden. Maar de kernactiviteit het testen (volgens officieel voorgeschreven regels) van deze maïszaden, wat uitmondt in een soort licentiehouderschap wordt ondergebracht in een ander bedrijf, BSC (Belgian Seed Company). Alleen de gewone verkoop van de zaden blijft bij Clovis Matton. Daarnaast worden andere vennootschappen Scaldis Ruien en Tabar Oils klaar gehouden om eventueel zadenactiviteiten over te nemen. Meerderheidsaandeelhouder van zowel Scaldis Ruien en Tabar Oils is de Luxemburgse maatschappij Pinas, op haar beurt eigendom van Definex, een vennootschap uit Liechtenstein. Volgt nu meer uitleg.Bewarend beslagPhilippe Matton bevestigt met zoveel woorden dat er op de aandelen van Clovis Matton en op de privé-bezittingen van Lucien en Wilfried bewarend beslag ligt. Lucien bezat 48 % van Clovis Matton, Wilfried 48 % en Eric 4 %. Nadat Lucien de participatie van Eric opkocht, zette hij in juni '94 Wilfried aan de deur als bestuurder en gedelegeerd bestuurder. Ook deze feiten worden door Philippe Matton bevestigd. Volgens ingewijden zouden de vennootschappen BSC, Scaldis Ruien en Tabar Oils dienen als uitwegen voor Clovis Matton in het geval het bewarend beslag uitgevoerd wordt.De bewarende beslagen spreken niet letterlijk van aandelen van Clovis Matton of van privé-bezittingen van Lucien en Wilfried. Documenten van de griffie van de Kortrijkse rechtbank van eerste aanleg zeggen dat de SRIW op 23 december '94 voor 590 miljoen frank bewarend beslag liet leggen ten laste van Eric Matton. Een week eerder liet de SRIW eveneens bewarend beslag leggen ten laste van Lucien Matton, maar het document vermeldt geen bedrag. Voorts liet Paribas in juni van dat jaar voor een kleine 3,2 miljoen frank bewarend beslag leggen ten laste van Eric. Het dossier van Clovis Matton op het Kortrijkse handelsregister leert ons dat de Banque Nationale de Paris (BNP) in mei '93 bewarend beslag liet leggen op onroerende goederen van Clovis Matton. Het dossier vermeldt nijverheidsgebouwen met een oppervlakte van 1 hectare 95 aren, een woonhuis en zelfs een kapel. Melden we nog dat, volgens goede bronnen, Lucien zich al een tijd teruggetrokken heeft uit het management van Clovis Matton. In ieder geval is zijn ontslag als bestuurder en gedelegeerd bestuurder aanvaard met ingang van juni '95. Zijn kinderen Pierre en vooral "het brein" Christine hebben de zaak nu in handen.De nieuwe activiteit van BSCDient BSC als nieuw bedrijf voor de kernactiviteiten van Clovis Matton in maïs ? Eerst de historiek. BSC heette vroeger Superpack, een kleine, verlieslatende bvba in handen van een zekere Michel De Clercq. Het bedrijf was een groothandel in verpakkingsmaterialen. In oktober vorig jaar krijgt Superpack de nieuwe naam BSC, wordt een nv, verruimt haar doel met "veredeling, productie, aan- en verkoop, in- en uitvoer van alle zaden voor land- en tuinbouw", en voert een kapitaalverhoging door. Als minderheidsaandeelhouder treedt Geert De Kimpe binnen, die tevens voorzitter en gedelegeerd bestuurder wordt. Geert De Kimpe is gehuwd met Christine Matton en is dus de schoonzoon van Lucien Matton. Geert De Kimpe is ook gedelegeerd bestuurder van Bucomat, een tuinbouwzadenbedrijf in het Oost-Vlaamse Eke. Voorzitter van Bucomat is Lucien, zijn dochter Christine is bestuurder. De exacte aandeelhoudersstructuur van Bucomat vandaag is moeilijk te achterhalen. Feit is dat in '81 de broers Lucien, Wilfried en Eric samen met Geert De Kimpe en Christine Matton tot de voornaamste oprichtende vennoten van Bucomat behoren. Geert en Christine hadden toen de helft van de aandelen. BSC is op hetzelfde adres gevestigd als Bucomat. Bovendien wordt BSC de mandataris van het Franse Limagrain, wereldwijd de nummer 3 in de zadensector. Een mandataris is de vertegenwoordiger van een buitenlands zadenbedrijf. Ontwikkelde deze buitenlandse kweker een nieuw landbouwzaad dat nog niet door de Belgische overheid erkend is, doet de mandataris de officieel voorgeschreven tests met dit nieuwe product. Bij positieve afloop van die tests krijgt het nieuwe zaad een Belgisch overheidscertificaat en een vermelding op de officiële rassencatalogus. De mandataris mag dan het zaad vermeerderen (op eigen akkers of via contracten met landbouwers-vermeerderaars) en heeft alleenrecht op de verkoop, mits het betalen van royalty's aan het buitenlands bedrijf. Dat was het algemene geval. Voor maïszaad is het ietwat verschillend. Ons Belgisch klimaat laat de vermeerdering van maïszaad niet toe. Maïszaad vermeerderen is trouwens erg ingewikkeld. De buitenlandse kweker doet daarom zelf de vermeerdering, maar geeft kweekmateriaal aan de mandataris zodat die de officiële tests kan doen om het Belgisch overheidscertificaat voor het zaad vast te krijgen. Om dan het zaad te kunnen verkopen op de Belgische markt, moet de mandataris het aankopen bij de buitenlandse kweker en invoeren. De royalty's zijn in de aankoopprijs inbegrepen. Net zoals in het algemene geval, heeft de mandataris alleenrecht op de verkoop in België.Een topproductvan Limagrain is maïszaad. Uit een lijst van het ministerie van Landbouw blijkt dat BSC dit jaar gestart is met de officiële tests voor vijf nieuwe soorten maïszaad van Limagrain. Een voorname mandataris van Limagrain was vroeger Clovis Matton, maar die mag dit jaar van Limagrain slechts één nieuw maïszaad testen. Limagrain-verantwoordelijke Hervé Thieblemont bevestigt dat zijn bedrijf overschakelde van Clovis Matton op BSC en zegt vroeger al samengewerkt te hebben met Geert De Kimpe voor graszaden. Dat Limagrain plots samenwerkt met het uit het niets opduikende BSC is veelbetekenend. Uit de lijst van het ministerie van Landbouw blijkt weliswaar dat Clovis Matton begint met het testen van zaden van bijvoorbeeld Coopérative de Pau, maar dat bedrijf is klein bier tegenover een reus als Limagrain. En de sterkte van een mandataris is precies het buitenlands bedrijf dat hij vertegenwoordigt. Op papier is Michel De Clercq meerderheidsaandeelhouder van BSC, maar waarschijnlijk is hij niets meer dan een naam. De aandelen van BSC zijn immers aan toonder terwijl het management in handen is van de familie van Lucien Matton. In ieder geval blijft BSC buiten het bereik van het bewarend beslag en heeft nu een vitale bron van inkomsten : de mandatariscontracten met Limagrain voor maïszaden.Vroeger was Clovis Matton officiële invoerder en distributeur van Limagrainzaden. Nu is BSC officiële invoerder, maar blijft Clovis Matton distributeur. Voorheen zond Limagrain zijn facturen naar Clovis Matton, nu naar BSC. Die laatste factureert dan op zijn beurt aan Clovis Matton. Door de facturatie via BSC te laten verlopen, is dit bedrijf meester van winst en verlies bij Clovis Matton.De Luxemburgse wortels van Tabar OilsDit verhaal begint bij Scaldis Ruien, dat in Kluisbergen plantaardige olie uit zaden vervaardigt. Volgens het handelsregister waren de aandeelhouders in september '90 de broers Lucien, Wilfried en Eric, en de vennootschap Matton Finance. Van die laatste zijn Lucien en Wilfried bestuurder. Op datzelfde ogenblik wordt het doel van Scaldis Ruien uitgebreid met onder andere "aankopen, verkopen, handel en bereiding van zaaigranen, gras- en klaverzaden, (...)" en "aanleggen van proefvelden". Het kapitaal wordt voortaan vertegenwoordigd door 585 aandelen aan toonder. Op een buitengewone algemene vergadering in mei '96 verschijnt plots de Luxemburgse vennootschap Pinas als eigenaar van 583 Scaldis-aandelen. Christine en Pierre, kinderen van Lucien, hebben elk 1 aandeel. Een jaar eerder, in mei '95, hadden Pinas en Scaldis Ruien de vennootschap Tabar Oils opgericht. Tabar Oils heeft hetzelfde adres als Scaldis Ruien en heeft eveneens als doel het vervaardigen van plantaardige oliën, de handel en bereiding van allerlei zaden, het aanleggen van proefvelden, en zo meer. Het kapitaal van Tabar Oils bestaat uit 300 aandelen aan toonder. Het Luxemburgse Pinas tekende in op 299 ervan, Scaldis op het resterende ene aandeel. Samengevat : zowel Scaldis Ruien als Tabar Oils, beide actief in olie en zaden en gevestigd op hetzelfde adres, zijn in handen van het Luxemburgse Pinas.In de Memorial, Journal Officiel du Grand-Duché de Luxembourg, staat dat Pinas werd opgericht in april '95 met sociale zetel in Luxemburg. Interessant is de clausule dat "le siège social pourra être déclaré transféré provisoirement à l'étranger" terwijl Pinas desondanks zijn Luxemburgse nationaliteit behoudt. Het kapitaal van Pinas bestaat uit 1600 aandelen. Eén ervan is onderschreven door de Panamese vennootschap Nessar Finance, de 1599 overige door de maatschappij Definex uit Liechtenstein. Dit spreekt boekdelen. Scaldis Ruien en Tabar Oils zijn niet onderhevig aan het bewarend beslag en kunnen in geval van nood de activiteiten van Clovis Matton voortzetten. De andere broersDe onfortuinlijke Wilfried is op papier geen aandeelhouder van Philip-Seeds. Dat kan hij zich ook moeilijk veroorloven als er op zijn bezittingen bewarend beslag ligt. Zijn drie kinderen, Philippe, Cathérine en Dominique, zijn echter niet betrokken bij de Interagri-zaak en dus buiten het bereik van een bewarend beslag. Zij onderschreven bij de oprichting van Philip-Seeds elk een derde van de aandelen. In maart dit jaar nam Wilfried ontslag als bestuurder en gedelegeerd bestuurder van Philip-Seeds, maar dat heeft allicht te maken met zijn pensioengerechtigde leeftijd. Aanvankelijk deed Philip-Seeds het niet zo schitterend. In zijn eerste boekjaar, dat liep van half '94 tot eind '95, leed het bedrijf een verlies voor belastingen van 4,7 miljoen. "Om marktaandeel te veroveren, heeft hij gebradeerd dat de vonken eraf vlogen," zegt een concurrent. Vorig jaar presteerde Philip-Seeds beter, met een winst voor belastingen van 1,8 miljoen. De verwachtingen van Philippe Matton zijn alvast positief. En Eric ? Niemand in de sector weet waar hij is of wat hij doet. Volgens een bericht in La Libre Belgique bezit hij officieel niets meer. Hij zou nog altijd in de buurt van Interagri in Seilles wonen, in een villa van één van zijn broers. Eric is conciërge van de villa. JOZEF VANGELDER