De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be
...

De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beOndanks de talrijke aanmoedigingen per e-mail, heb ik nog steeds geen vakantie geboekt in Duitsland. Uw columnist is echter wél neergestreken in Portugal. Een land dat culinair trouwens niet veel beter scoort dan onze oosterburen. Vóór de Anjerrevolutie van 1974 was het assortiment voedingsingrediënten er redelijk beperkt. Het verklaart waarom de Portugese keuken niet kan tippen aan de waarde van zijn kunsthistorisch erfgoed. Het lijkt een evidentie dat Portugal tot euroland behoort. Weinigen beseffen echter dat goed 25 jaar geleden Portugal nog een achtergebleven regio was, een emerging market. Bij mijn eerste bezoek, vijftien jaar geleden, trof je nog kleine bidonvilles aan in de buurt van de hoofdstad. En de autosnelweg stopte een paar kilometer voorbij de luchthaven. Vandaag heeft het land een moderne infrastructuur - gelukkig zonder dat het zijn charme heeft verloren. Portugal, Spanje en Ierland zijn de voorbije twintig jaar onherkenbaar veranderd. Ze zijn geconvergeerd naar het welvaartsniveau van de oude kernlanden, met hoge economische groei als gevolg. Ierland is zelfs een resem landen voorbijgestoken en is vandaag een van de succesvolste economieën in euroland. Spanje, de VS van Europa. Maar euroland is nog steeds geen homogene economie. Nederland vertoont meer overeenkomsten met het Verenigd Koninkrijk (en misschien wel met de VS) dan met euroland. Ook Finland is een buitenbeentje en heeft meer gemeen met Californië (zijn technocluster). Nog opvallender is de gelijkenis van Spanje met de VS. Het recentste rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) leert ons dat de groei in de VS de afgelopen tien jaar 3,3 % bedroeg, tegenover 3,7 % in Spanje. Net zoals in Amerika werd ook in Spanje de groei gedragen door de binnenlandse vraag (een gemiddelde toename van +4 % over dezelfde periode). Het Spaanse buitenlandse financieringstekort (lopende rekening 2005) bedraagt 6,2 % van het bruto binnenlands product (BBP), tegenover een verwachte 6,7 % voor de VS. Huizenbubbel, ook in Europa. Een andere gelijkenis tussen de VS en Spanje is het ontstaan van een bubbel in de huizenmarkt. Alleen is de zeepbel in Spanje veel groter dan in Amerika! De grafiek (linkerkant) toont de duurte van een woning in enkele landen (voor België zijn jammer genoeg geen cijfers beschikbaar). Voor de berekening van de parameter vergeleken we de huizenprijs met het beschikbare inkomen. In Spanje verdubbelde die ratio sinds 1980. Hiermee staken de Spanjaarden Nederland voorbij, waar de vastgoedbubbel sinds 2000 leegloopt. Duitsland heeft dan weer het goedkoopste residentieel vastgoed in Europa. Dat huizen in Ierland en Spanje stilaan de prijs van een luchtkasteel hebben, hoeft niet te verwonderen. Hoewel de economieën in euroland erg verschillen, bestaat er maar één kortetermijnrente. De langetermijnrente is echter ook nagenoeg gelijk geworden in de twaalf landen, terwijl er in 1998 nog erg grote verschillen waren. De monetaire politiek van de Europese Centrale Bank (ECB) is aangepast aan het niveau van de zwakste landen. Daardoor ligt de rente té laag voor andere landen die zich bijna in een economische boom bevinden. Dat veroorzaakt oververhitting en - zoals nu blijkt - bubbels in de vastgoedmarkt. ECB: beter voorkomen dan genezen. Dat fenomeen kan echter ook worden afgeleid uit de zeer sterke stijging van de geldhoeveelheid in euroland. Het is gemakkelijk om steeds de splinter in het oog van de Amerikaanse economie te zien, maar stilaan valt de balk op in onze eigen geldstatistieken. De geldgroei in euroland stijgt sinds 2002 sterker dan in de VS (zie grafiek rechts). Dat creëert asset-inflatie. Het is dus geen toeval dat de aandelen relatief gezien beter presteren in euroland dan in de VS. Het openen van de geldkraan uit zich op verscheidene manieren: Europa wordt overspoeld door een tsoenami van fusies en overnames. Bedrijven kopen concurrenten op alsof ze de lessen uit de jaren negentig compleet zijn vergeten. De groei van durfkapitaal is een exponent van dat fenomeen. Die fondsen kunnen goedkoop geld lenen, en daardoor aandelen duurder betalen dan gewone beleggers. De overname van Electrabel is nog zo'n voorbeeld: de aandeelhouder wordt uitgekocht door onder meer een nieuwe obligatielening. Voor de ECB wordt de toestand almaar problematischer. De correctie van de Nederlandse vastgoedbubbel vond geleidelijk plaats; de Spaanse zeepbel is echter extremer en veel speculatiever. De Spaanse banken hebben ook enkele riskante overnames gerealiseerd. De ECB is echter niet goed uitgerust om een mogelijke Spaanse bankencrisis, of een ander financieel probleem op te vangen. Ook de groeiende buy-outgolf begint te ruiken naar verbrand rubber. Een renteverhoging van de ECB is vandaag meer dan noodzakelijk. Niet om de Europese economie af te remmen, maar om een nóg grotere zeepbel te vermijden. Geert Noels