De Toromocho-berg in Peru is 4600 hoog, iets meer dan de helft van de Mount Everest dus. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat de Toromocho sinds 2007 eigendom is van een Chinees bedrijf. De Peruaanse overheid verkocht de berg voor 3 miljard dollar. De Toromocho is voor de Chinezen zo aantrekkelijk omdat hij 2 miljard ton koper bevat.
...

De Toromocho-berg in Peru is 4600 hoog, iets meer dan de helft van de Mount Everest dus. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat de Toromocho sinds 2007 eigendom is van een Chinees bedrijf. De Peruaanse overheid verkocht de berg voor 3 miljard dollar. De Toromocho is voor de Chinezen zo aantrekkelijk omdat hij 2 miljard ton koper bevat. Toromocho staat symbool voor de niet-aflatende zoektocht naar grondstoffen om de Chinese groei te ondersteunen. Die zijn zowel nodig voor de exportindustrie als om de binnenlandse economische expansie te ondersteunen. In 2010 telde China 40 steden met meer dan een miljoen inwoners. Tegen 2020 zouden dat er 225 zijn. De Chinese honger zal dus de vraag naar grondstoffen enorm doen toenemen, maar ook de behoefte aan water en voedsel zal stijgen. Dat kan enkel tot internationale conflicten leiden, schrijft Dambisa Moyo in Winner Take All. China's Race for Resources and What It Means for Us. Moyo, van Zambiaanse afkomst, studeerde aan Harvard en Oxford en werkte voor Goldman Sachs en de Wereldbank. Ze publiceerde in 2009 het ophefmakende boek Dead Aid, waarin ze het westerse ontwikkelingsbeleid afkraakte. Haar nieuwste boek is opnieuw een grondig werkstuk, dat bulkt van de cijfers. Die moeten de lezer ervan overtuigen dat de Chinese behoeften aan ' commodities' de wereldeconomie fundamenteel aan het wijzigen is. Zo zal de vraag naar water en voedsel de komende twintig jaar met 30 en 50 procent toenemen. Wereldwijd en vooral in China is een middenklasse van 2 miljard mensen aan het ontstaan. En die willen allemaal een gsm, wasmachines, een grote wagen en lekker eten. Moyo gaat na of het aanbod nog lang aan de vraag zal kunnen voldoen en haar antwoord is eenduidig: neen. China bereidt zich voor op die structurele schaarste. Door bergen op te kopen, door landbouwgrond te kopen in Afrika, door allianties aan te gaan met staatsbedrijven van olieproducerende landen,... De Chinezen doen dat op een intelligente manier door in het gastland volop te investeren in wegeninfrastructuur en de bouw van scholen en ziekenhuizen. China creëert zo heel wat goodwill in die landen. Maar conflicten worden volgens Moyo onvermijdelijk omdat naast China ook andere groeilanden en gevestigde waarden als de VS nood hebben aan ijzer, tin, lood, koper, water en graan. De voorbije twintig jaar waren er wereldwijd minstens achttien conflicten met de controle over grondstoffen als inzet. Moyo vreest dat dat aantal enkel toeneemt. Hier heeft de auteur ongetwijfeld gelijk. Maar enkele keren slaat Moyo de bal wel mis. Moyo voorspelt massale voedselschaarste door de sterke bevolkingsexplosie. Technologische evolutie en hogere productiviteit dankzij irrigatie, de ontwikkeling van nieuwe meststoffen en nieuwe gewassen met een hogere opbrengst hebben deze malthusiaanse voorspelling de voorbije 200 jaar steevast ontkracht. Moyo legt nergens in haar boek uit waarom het nu anders zou zijn. Bovendien houdt de auteur met één belangrijke hypothese geen rekening: dat de Chinese economische groei en dus de behoefte aan grondstoffen over een aantal jaren stilvalt. Dambisa Moyo, Winner Take All. China's Race for Resources and What It Means for Us, Allen Lane, 2012, 256 blz, 30 euro ALAIN MOUTON