Het probleem is de Belgen goed bekend: landgenoten die bijvoorbeeld naar Luxemburg gaan om daar hun spaargeld te beleggen op buitenlandse spaarrekeningen, of in buitenlandse obligaties enzovoorts in de hoop op deze manier aan de Belgische belasting te kunnen ontsnappen. Op roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong wordt immers bij inning in Luxemburg geen bronheffing ingehouden.
...

Het probleem is de Belgen goed bekend: landgenoten die bijvoorbeeld naar Luxemburg gaan om daar hun spaargeld te beleggen op buitenlandse spaarrekeningen, of in buitenlandse obligaties enzovoorts in de hoop op deze manier aan de Belgische belasting te kunnen ontsnappen. Op roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong wordt immers bij inning in Luxemburg geen bronheffing ingehouden.Weliswaar zijn de Belgische burgers verplicht hun rechtstreeks in het buitenland geïnde inkomsten van buitenlandse oorsprong aan te geven in de personenbelasting (met het oog op een taxatie tegen een tarief dat overeenstemt met het tarief van de Belgische roerende voorheffing); en moeten zij op het aangifteformulier ook melding maken van het bestaan van buitenlandse bankrekeningen. Maar dat veel medeburgers zich aan deze verplichtingen niet veel gelegen laten liggen, staat gelijk met het intrappen van een open deur.Het probleem is overigens niet exclusief Belgisch. Ook veel Duitsers bijvoorbeeld hebben blijkbaar de weg naar de Luxemburgse boulevard Royal gevonden. En daar wil men dus nu iets aan doen.VERSTORING.De Europese Commissie stelt immers vast dat alle lidstaten in principe belasting heffen op de interesten van spaartegoeden. Maar bij gebrek aan coördinatie van de nationale belastingregelingen voor spaargelden, is het mogelijk om aan die belastingheffing te ontsnappen; dit door de interest op te strijken in een andere lidstaat dan de staat waar men woonachtig is. Dat leidt volgens de Commissie tot "economische verstoringen" in het kapitaalverkeer; en die zijn niet verenigbaar met het bestaan van een interne markt.Vandaar dat de Commissie zich geroepen voelt om regulerend op te treden, wat begin juni geleid heeft tot een voorstel van een richtlijn waarbij men een "minimum van effectieve belastingheffing" wil garanderen op inkomsten uit spaartegoeden die in de vorm van rente worden uitgekeerd.RENTE.Hoe zien de voorstellen van de Europese Commissie er uit? Het voorstel van richtlijn beoogt niet alle roerende inkomsten. Enkel de rente-inkomsten. Maar dan wel in de brede betekenis van het woord. De inkomsten uit zerobonds bijvoorbeeld zijn ook "rente" in de zin van het voorstel van richtlijn. Dat is trouwens ook zo naar Belgisch recht. Bij zo'n zerobond krijgt men geen periodieke interest, maar krijgt men op het einde van de rit veel meer dan hetgeen men bij het begin heeft betaald. Men betaalt 50 en krijgt 100. Het verschil staat uiteraard gelijk met de gekapitaliseerde interest. Die is ook in België als roerend inkomen belastbaar.STELSELS.Om rekening te houden met de eigenheden en gevoeligheden van de verschillende lidstaten voorziet het voorstel van richtlijn in twee stelsels. De hypothese is telkens dat in de ene lidstaat rente wordt uitbetaald aan een natuurlijke persoon die zijn fiscaal domicilie heeft in een andere lidstaat.De lidstaat die de rente uitbetaalt, zal dan de keuze hebben. Ofwel kiest hij voor het bronbelastingstelsel en houdt hij een bronbelasting in. Ofwel kiest hij voor het informatiestelsel en deelt hij aan de belastingadministratie van de andere lidstaat de informatie mee die nodig is om op het uitgekeerde inkomen effectief belasting te kunnen heffen. Met dien verstande dat een lidstaat niet geval per geval zal kunnen kiezen tussen de twee stelsels. Elke lidstaat moet één stelsel kiezen voor alle betalingen die op zijn grondgebied gebeuren aan natuurlijke personen die hun fiscaal domicilie hebben in een andere lidstaat: kiest men voor het bronbelastingstelsel dan moet men bij alle betalingen aan natuurlijke personen uit andere lidstaten de bronheffing inhouden; kiest men voor het informatiestelsel, dan moet men voor alle betalingen aan natuurlijke personen uit andere lidstaten de nodige informatie verstrekken aan hun respectievelijke nationale belastingadministraties. Het spreekt voor zich dat het bronbelastingstelsel het meest eenvoudige is, en allicht ook het meest in de smaak zal vallen bij die lidstaten die op dit moment goed garen spinnen bij hun reputatie van belastingparadijs: zij kunnen volstaan met het inhouden van een bronheffing en kunnen er verder het zwijgen toe doen.Hoe hoog zal die bronheffing zijn? De Europese Commissie stelt een minimale bronheffing voor van 20%. Merk op dat dit minimum vijf procentpunten hoger is dan het Belgische tarief van de roerende voorheffing. Op interesten bedraagt dat immers (doorgaans) slechts 15%.DUBBEL.Bronheffing in de lidstaat waar de inkomsten ontvangen worden, houdt uiteraard het risico in van dubbele belasting. De lidstaat waar de genieter van de inkomsten gevestigd is, kan immers ook nog belastingen heffen. Het voorstel van richtlijn vertrekt evenwel van de idee dat elke dubbele belasting vermeden moet worden.Het voorziet daarom in een stelsel van belastingkrediet. De lidstaat waar de genieter gevestigd is, moet - ingeval hij het inkomen ook aan belasting onderwerpt - een belastingkrediet toestaan, dat gelijk is aan het bedrag van de ingehouden bronheffing. Neem bijvoorbeeld een Belg die interest in Frankrijk ontvangen heeft; en stel dat Frankrijk kiest voor het stelsel van de bronbelasting, en een bronheffing inhoudt van 20%. Rechtstreeks in het buitenland geïnde inkomsten van buitenlandse oorsprong moeten in België aangegeven worden in het aangifteformulier van de personenbelasting. Stel dat de belastingplichtige in het voorbeeld zich plichtsbewust aan deze verplichting houdt. Hij zal dan op de ontvangen interest in België worden belast. Tegen het afzonderlijk tarief van (op dit ogenblik) 15%.België zal dan evenwel (in de geplande regeling) een belastingkrediet moeten toestaan, gelijk aan het bedrag van de ingehouden bronbelasting. Maar aangezien die bronbelasting (20%) hoger is dan de effectief in België verschuldigde belasting, zal België de aftrek van het belastingkrediet mogen beperken tot de effectief verschuldigde belasting (15%). De belastingplichtige zal vervolgens het verschil (20 - 15) kunnen recupereren bij de Franse belastingadministratie.CERTIFICAAT.Een en ander dreigt dus nogal omslachtig te worden. Vandaar dat het voorstel van richtlijn tegelijk in een mogelijkheid voorziet om te voorkomen dat de bronheffing (in het voorbeeld, in Frankrijk) effectief ingehouden wordt. Hoe? De Belgische belastingplichtige in het voorbeeld zal vooraf naar de Belgische Administratie kunnen stappen om een certificaat te vragen. Een certificaat waarin geattesteerd wordt dat hij de Belgische fiscus ervan op de hoogte heeft gebracht dat hij x frank aan interesten in Frankrijk zal ontvangen. Dat certificaat moet hij dan overleggen aan de instelling in Frankrijk die hem de interest uitbetaalt. Op zicht van dat certificaat zal die instelling er zich vervolgens moeten van onthouden om de bronheffing in te houden. Althans voorzover het bedrag van de interest overeenstemt met het bedrag dat op het certificaat vermeld staat. Is het hoger, dan zal op het verschil alsnog de bronheffing ingehouden worden.TOEPASSING.De nieuwe regeling is zeker niet voor morgen. Zoals gezegd, gaat het nog maar om een voorstel van richtlijn. Dat moet nog worden goedgekeurd. Bovendien voorziet het voorstel - eenmaal goedgekeurd - niet in een onmiddellijke inwerkingtreding. De lidstaten krijgen volgens het voorstel tijd tot de laatste dag van deze eeuw om hun wetgeving aan te passen aan de nieuwe regeling, waarna de lidstaten verplicht zouden worden om de nieuwe regels effectief toe te passen vanaf 1 januari 2001. Vraag is alleen of dit allemaal veel zal uithalen. Kapitalen zijn heel mobiel. En bij maatregelen die erop gericht zijn spaartegoeden aan (bijkomende) belasting te onderwerpen, is kapitaalvlucht nooit ver weg. Bovendien zijn de afstanden niet meer wat ze waren. Vroeger was Luxemburg het verre buitenland. Tegenwoordig is zelfs Zwitserland niet meer ver. Het valt dan ook te vrezen dat landen zoals Zwitserland zich op een stijgende belangstelling mogen verheugen van lieden die halsstarrig menen hun spaartegoeden aan het oog van de fiscus te moeten onttrekken.Maar het kat-en-muisspel gaat voort. In het voorstel van richtlijn wordt immers aangekondigd dat de Europese Unie met haar voornaamste handelspartners onderhandelingen zal aanknopen om te bereiken dat op inkomsten uit spaartegoeden, die uitgekeerd worden aan ingezetenen van de Unie, "effectief belasting wordt geheven". Het net sluit zich dus weer wat meer.Jan Van Dyck