0,1 procent groei in 2012. Het is allesbehalve indrukwekkend, maar daarmee was Wallonië wel de enige regio die vorig jaar een economische krimp wist te vermijden. In Vlaanderen en Brussel was er een achteruitgang van 0,3 procent. Volgens de regionale economische vooruitzichten van het Planbureau zou Wallonië het dit jaar met een groei van 0,3 procent opnieuw beter doen dan Vlaanderen (+0,2 %) en Brussel (+0,1 %) (zie grafiek Wallonië doorstaat de crisis beter). Die cijfers bevestigen een tendens die sinds 2008 al aan de gang is. Volgens het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) groeide de Vlaamse economie in de periode 2008-2011 op jaarbasis met gemiddeld 0,6 procent, evenveel als Brussel. In die periode kende Wallonië een jaarlijkse gemiddelde groei van 1,2 procent. Wallonië doorstaat de gevolgen van de crisis duidelijk beter dan de andere regio's.
...

0,1 procent groei in 2012. Het is allesbehalve indrukwekkend, maar daarmee was Wallonië wel de enige regio die vorig jaar een economische krimp wist te vermijden. In Vlaanderen en Brussel was er een achteruitgang van 0,3 procent. Volgens de regionale economische vooruitzichten van het Planbureau zou Wallonië het dit jaar met een groei van 0,3 procent opnieuw beter doen dan Vlaanderen (+0,2 %) en Brussel (+0,1 %) (zie grafiek Wallonië doorstaat de crisis beter). Die cijfers bevestigen een tendens die sinds 2008 al aan de gang is. Volgens het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) groeide de Vlaamse economie in de periode 2008-2011 op jaarbasis met gemiddeld 0,6 procent, evenveel als Brussel. In die periode kende Wallonië een jaarlijkse gemiddelde groei van 1,2 procent. Wallonië doorstaat de gevolgen van de crisis duidelijk beter dan de andere regio's. Recente gegevens over het aantal starters en faillissementen bevestigen die stelling. Vorig jaar steeg het aantal failliete bedrijven in Vlaanderen met 11 procent. In Wallonië (-2,2 %) en Brussel (-5,4 %) nam het af. Het aantal starters daalde dan weer in alle regio's, maar in Vlaanderen (-23 %) beduidend sterker dan in Wallonië (-19,2 %). Een andere vaststelling: in 2011 is het aantal investeringen in Wallonië gestegen van 36 naar 51, is te lezen in het IBM Global Trends Location-rapport. Het aantal gecreëerde banen door buitenlandse bedrijven is verdubbeld van 780 naar 1600. Het aantal investeringen in Vlaanderen is gedaald van 108 naar 87, het aantal ge-creëerde banen van 3900 naar 3300. Waalse groeibedrijven zijn ook vooral actief in sectoren die buitenlandse bedrijven als aantrekkelijk beschouwen: farma, logistiek en chemie. En dan is er het Waalse marshallplan, dat in 2005 is gelanceerd. Dat werpt zijn vruchten af: er zijn via die weg meer dan 46.000 banen bij gekomen. Bovendien stimuleert het ondernemingen met een hoge toegevoegde waarde. Eurostat berekende dat het aandeel van hoog- en middentechnologische bedrijven in de toegevoegde waarde van Wallonië aan het stijgen is, zij het licht. Vlaanderen kent een daling (zie grafiek Gewicht hoogtechnologische Waalse bedrijven stijgt). Is de Waalse economie de economische kloof met Vlaanderen aan het overbruggen? Didier Paquot, de hoofdeconoom van de Waalse werkgeversorganisatie Union Wallonne des Entreprises (UWE), relativeert: "De groeicycli van de twee regio's verlopen anders. Wallonië groeit minder sterk bij een economische expansie, maar kent ook een minder sterke krimp bij een recessie. Dat is in belangrijke mate te verklaren door de belangrijke publieke sector in Wallonië. De resultaten van het marshallplan zijn er. En de Forem levert als arbeidsbemiddelingsdienst beter werk. Maar ik blijf voorzichtig. De echte test komt als de groei opnieuw aantrekt. Het zou goed zijn dat de Waalse groei dan eens sterker is dan verwacht. Eigenlijk houdt Wallonië sinds 2000 grosso modo gelijke tred met Vlaanderen. Maar daarmee is de grote achterstand die opgelopen is tussen 1980 en 2000 niet weggewerkt." Ook volgens Jan Van Doren van het Voka-kenniscentrum is het voorbarig om van een inhaalbeweging te spreken. De groeiverschillen hebben veel te maken met het DNA van de regionale economieën en arbeidsmarkten. Zo is Wallonië toch minder een uitvoerder pur sang (zie kader Geen exportland). "Vlaanderen is door zijn open en exportgerichte economie veel gevoeliger voor internationale conjunctuurschokken. Omgekeerd trekt Vlaanderen sterker aan bij een conjunctuurherstel." Paquot zag Wallonië beter standhouden dankzij specifieke sectoren: "De regio teert meer op niet-conjunctuurgevoelige sectoren zoals de agrobusiness. De relatief goede prestatie van de farmaceutische nijverheid, die sterk aanwezig is in Waals-Brabant, maakte bijvoorbeeld dat de Waalse industrie na 2008 minder zware klappen kreeg, al zet die trend niet door tot vandaag." Met enige vertraging heeft de Waalse industrie ook af te rekenen met herstructureringen, zoals bij ArcelorMittal, Duferco en Caterpillar. Het Planbureau berekende ook dat de groeivoorsprong van Wallonië volgend jaar bijna volledig zal verdwijnen. In 2014 convergeren de groeicijfers van de drie gewesten naar 1,2 procent. Van een duurzame economische convergentie van de regionale economieën is dus geen sprake. Eigenlijk moet de Waalse economie gedurende dertig jaar een economische groei halen die steevast 1 procentpunt hoger is dan die in Vlaanderen. De kloof dreigt dus groot te blijven. Vlaanderen heeft anno 2013 een werkgelegenheidsgraad van 67,7 procent, Wallonië blijft hangen op 58,8 procent. Het Planbureau ziet die kloof de komende jaren niet verminderen. Wallonië lijkt daar voor een onoverkomelijke opdracht te staan. Volgens Didier Paquot moet Wallonië tussen nu en 2022 idealiter op jaarbasis 30.000 banen creëren om van een structurele inhaalbeweging te kunnen spreken. Nu blijft Wallonië hangen op 10.000 extra banen per jaar. Ten slotte is de grote welvaartskloof nog altijd een feit: het primaire inkomen van de Vlaming bedraagt 29.400 euro. Brussel (21.200 euro) en Wallonië (20.160) lopen duidelijk achter. Van een echt keerpunt in de Waalse economie is dus geen sprake. "Het marshallplan bijvoorbeeld heeft niet voor een miraculeuze heropstanding gezorgd", zegt Jan Van Doren. "De loonkosten vormen een van de structurele problemen in Wallonië, meer nog dan in Vlaanderen." België mag dan wel een vrij centralistische loonvorming hebben, er zijn verschillen tussen bedrijven, sectoren en regio's. Ook de productiviteit verschilt. Joep Konings en Luca Marcolin van de KULeuven berekenden dat de gemiddelde arbeidsproductiviteit in Brussel en Wallonië respectievelijk 17 en 18 procent onder die van Vlaanderen ligt. Ze hielden daarbij rekening met verschillen tussen sectoren, de schaal van de ondernemingen en de conjunctuur. De loonkosten zijn er ook lager, maar ze compenseren het productiviteitsverschil onvoldoende. In Brussel zijn de loonkosten gemiddeld slechts 5 procent lager dan in Vlaanderen, in Wallonië liggen ze gemiddeld 14 procent lager. Joep Konings: "Wallonië heeft ten opzichte van Vlaanderen een loonkostenhandicap van 4,5 procent, gecorrigeerd voor productiviteit. Brussel heeft zelfs een handicap van 11 procent. Vandaar dat het niet verwonderlijk is dat de werkloosheid in Brussel het hoogst is, gevolgd door Wallonië en dan Vlaanderen. Ik pleit dan ook voor een regionaal loonoverleg. Dat zou meer rekening houden met de productiviteitsverschillen en zo kunnen bijdragen aan het wegwerken van de grote regionale verschillen in werkloosheid." Een troef is dan weer dat Wallonië door de aanwezigheid van bedrijventerreinen buitenlandse investeerders kan lokken. Het fileprobleem is er ook minder prangend. Van Doren: "Maar daar staat tegenover dat Wallonië niet geconnecteerd is met belangrijke stedelijke agglomeraties. Er is wel een link met het buitenland, zoals die tussen Luik en Aken-Maastricht of tussen Doornik en Rijsel." Volgens Didier Paquot worden troeven zoals de aanwezigheid van bedrijventerreinen voor een deel tenietgedaan door het zwakke onderwijs. Vlaanderen pocht met zijn hoge plaats in de Pisa-rankingen, Wallonië zwijgt daar zedig over. In die ranking staat Vlaanderen op 3 voor wiskunde en 8 voor wetenschappen. Het Franstalige onderwijs in België blijft hangen op plaats 29 voor wiskunde en 36 voor wetenschappen. Bovendien verlaat 9,6 procent van de Vlaamse leerlingen de schoolbanken zonder diploma, in Wallonië is dat 14,7 procent. Daardoor zijn de Waalse jongeren benadeeld wanneer ze op de arbeidsmarkt komen. Paquot: "Het onderwijs kan beter en dat zou ook helpen bij de onbegrijpelijke mismatch op de arbeidsmarkt. Wallonië telt 200.000 werklozen, terwijl een meerderheid van de bedrijven zegt de vacatures niet in te vullen. Ondanks de vele uitdagingen voor de Waalse economie blijft vooral de Waalse regering zich op de borst kloppen. Waals minister van Begroting en Werk André Antoine (cdH) haalt om de haverklap cijfers boven die moeten aantonen dat er de voorbije jaren meer banen zijn gecre- eerd in Wallonië dan Vlaanderen. Maar de stijging deed zich vooral voor bij de overheid en de zogenoemde administratieve en ondersteunende diensten. Onder die laatste vallen de dienstenchequewerknemers. Ook in de social profit nam de banencreatie sterk toe. Dat geldt trouwens niet alleen voor Wallonië, het was een algemene Belgische trend. Meer nog, de groei van de werkgelegenheid bij de overheid was in de periode 2008-2010 belangrijker in Vlaanderen (+5,2 %) dan in Wallonië (+4,8 %). "De groei wordt gesteund door overheidstewerkstelling, maar dat kan niet beletten dat er een nivellering van de groei naar beneden is", stelt Jan Van Doren vast. "De realiteit is dat het slecht gaat in Vlaanderen en iets minder slecht in Wallonië. Het probleem in die discussie is dat Vlaanderen zich blijft vergelijken met Wallonië, terwijl de echt competitieve regio's toch elders te vinden zijn." De enige reden waarom Vlaanderen zich moet vergelijken met Wallonië is dat beide regio's zich in één economische en monetaire ruimte bevinden -- één land met aanzienlijke transfers. Het belangrijkste argument om dat van nabij te volgen, is dat Vlaanderen betaalt als Wallonië slecht draait. Die betalingen zullen nog in lengte van dagen duren. De nieuwe financieringswet zal de transfers niet substantieel aantasten, en dat op een ogenblik dat er gaten worden geslagen in het Vlaamse industriële weefsel." "Het is te gevaarlijk enkel te focussen op het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië", benadrukt Paquot. "Het doel van Wallonië is niet Vlaanderen economisch bij te halen, wel om de werkloosheid te halveren. Een zwakker economisch Vlaanderen is een van de slechtste dingen die Wallonië kan overkomen." ALAIN MOUTON"De realiteit is dat het slecht gaat in Vlaanderen en iets minder slecht in Wallonië" Jan Van Doren, Voka