Zopas nog werd Eric Verbeecks bestuurdersmandaat bij Interbuild, de Belgische bouwdochter van de Nederlandse Koninklijke BAM Groep, verlengd. Samen met zijn compagnon, Benoît De Landsheer, stond hij aan de wieg van de projectontwikkelaar Kairos, ook ingelijfd door de BAM. Beide heren blijven ook nog even aan boord bij Kairos. "Onze stijl als bestuurder is erg hands-on. We staan niet aan de kant, we geven onze input. En als het nodig is, nemen we soms ook nog de leiding."
...

Zopas nog werd Eric Verbeecks bestuurdersmandaat bij Interbuild, de Belgische bouwdochter van de Nederlandse Koninklijke BAM Groep, verlengd. Samen met zijn compagnon, Benoît De Landsheer, stond hij aan de wieg van de projectontwikkelaar Kairos, ook ingelijfd door de BAM. Beide heren blijven ook nog even aan boord bij Kairos. "Onze stijl als bestuurder is erg hands-on. We staan niet aan de kant, we geven onze input. En als het nodig is, nemen we soms ook nog de leiding." ERIC VERBEECK. "Dat projectontwikkelaars langer leven, durf ik niet te beweren. Maar ik besef dat mijn job niet te vergelijken is met die van onze bouwvakkers. Ik heb veel stress gehad, soms moeilijke periodes doorgemaakt, maar fysiek is er geen vergelijking mogelijk. Daarom is het nonsens om een algemene of absolute pensioenleeftijd op te leggen. Veel hangt af van de gezondheidstoestand en het beroep. "Ik vind wel dat we mensen die nog willen en kunnen werken daarin moeten aanmoedigen. Dat is een besparing voor de overheid. Laat die mensen nog sociale lasten betalen, maar beperk de belasting op arbeid. En als we dat belastingvoordeel kunnen verdelen over de werknemer en werkgever, dan is iedereen beter af. Als bedrijf houd je een goedkopere, ervaren kracht in huis, die - akkoord - misschien niet meer kan presteren van wat hij kon als jonge man. Maar moet dat? Ik kan ook niet meer dagen na elkaar om 5 uur opstaan en doorgaan tot 's avonds laat. Maar ik kan nog wel altijd negen uur per dag perfect functioneren. "Ik ben er ook van overtuigd dat werken me gezond houdt. Bovendien, wat is er nu mooier dan bouwen en ontwikkelen. Ik laat iets na. Als ik met mijn kinderen en kleinkinderen door Antwerpen en Vlaanderen rijd, dan kan ik bij wijze van spreken op elke hoek zeggen 'dit heb ik nog gebouwd' of 'dat is nog een gebouw van uw grootvader'. Dat is plezant." VERBEECK. "Ik heb in die zeven jaar als voorzitter van de BVS geprobeerd om het imago van de vastgoedsector - projectontwikkelaars, investeerders, verkavelaars, makelaars, enzovoort - te verbeteren. We moeten toegeven dat we vergissingen hebben begaan. De lintbebouwing is zo'n vergissing waar we, samen met de overheid, voor verantwoordelijk zijn. Het resultaat is dat Vlaanderen lijkt volgebouwd, terwijl dat niet zo is. Slechts 17 procent van het Vlaamse territorium is, woonuitbreidingsgebieden inbegrepen, toegewezen aan wonen. Voor zo'n dichtbevolkt land met een groeiende bevolking, want we zijn een aantrekkelijk land, is dat niet overdreven veel. "Projectontwikkeling is een zeer jong beroep. In ons land bestaat het hooguit 30 jaar. Dan is het toch logisch dat je fouten maakt? Maar we hebben geleerd uit die fouten. Het beroep is in vergelijking met die beginjaren sterk geprofessionaliseerd." VERBEECK. "Nee, mijn zoon doet dat los van mij. Ik steun hem wel. Als hij om raad vraagt, help ik hem uiteraard. Zijn activiteiten liggen ook niet in de lijn van wat Kairos doet. Akkoord, Kairos is via de overname van City Projects ook in het residentiële segment actief, maar het is toch een heel ander type projecten. Mijn zoon realiseert de meeste projecten in samenwerking met financiële partners. "De ontwikkelingsstrategie van Kairos is absoluut risicobeperkend. Zo willen we geen grote grondbank aanleggen. Er is ook de verschuiving van het kantorensegment naar pps-opdrachten zoals de realisatie van de Vlaamse Administratieve Centra en de ontwikkeling en bouw van 650 flats voor het Antwerpse OCMW." VERBEECK. "Nee. We hebben altijd al een voorzichtige grondpolitiek gehanteerd. Maar de crisis heeft de kantoormarkt aangetast. Over een aantal parameters hebben we een zekere controle: aankoopprijzen, financiering, enzovoort. Waar we geen invloed op hebben, is dat er nu al bijna twee jaar geen enkele aanvraag is geweest van een buitenlandse onderneming voor een nieuwe kantoorvestiging. Dat is een omgevingselement. En dan kijk ik richting overheid. De belangrijkste opdracht voor onze regeringen is nu om een stabiel en een rechtszeker investeringsklimaat te creëren." VERBEECK. "De Nederlandse projectontwikkeling heeft zijn oorsprong in de woningbouw. Na de oorlog was er een enorm tekort aan woningen en werd massaal gebouwd. Ook privé-investeerders zijn op de kar gesprongen. De Belgische woningbouw is veeleer een individuele aangelegenheid. Het resultaat is dat de Nederlanders veel meer vertrouwd zijn met grote, gestandaardiseerde producten. Daar kunnen we inderdaad nog iets van leren. Voor de bouw van die 650 OCMW-flats doen we een beroep op hun knowhow en werken voor een deel met hun systemen." VERBEECK. "Ik apprecieer het niet als men mij een lobbyist noemt. Een lobbyist is in de Angelsaksische traditie iemand die voor derden en na betaling dossiers opvolgt en verdedigt. Dat heb ik nooit gedaan. Ik heb er wel altijd voor gezorgd dat ik over de juiste informatie beschikte en de juiste contacten had. "Ik denk dat iedereen die in zaken zit op de een of andere manier moet netwerken. Waarvoor dienen de kamers van koophandel, het VBO, Voka? Dus ja, ik deed en doe nog altijd aan netwerking, maar de nieuwe generatie doet dat ook. De stijlbreuk zit hem misschien in de manier waarop. Wij gingen lekker eten in de Pérouse, nu gaan ze golven. Of we gingen pinten pakken, terwijl de nieuwe generatie liever een marathon loopt in New York. Jonge mensen ontmoeten collega's op een andere manier dan mijn generatie, dat is juist. Maar informatie uitwisselen, blijft cruciaal in ons vak." VERBEECK. "Inderdaad. Benoît en ik waren er vanaf de eerste jaren bij. Toen kwam er misschien 1600 man. Dat was fantastisch gezellig en het was nog mogelijk om er iedereen die wat te zeggen had in het vastgoed te ontmoeten. Maar de oprichters hebben dan hun beurs verkocht. Men is de doelgroep beginnen te verbreden met architecten, studiebureaus, enzovoort tot zelfs elektriekers en vloerders. Het resultaat is dat je nu heel selectief moet zijn of je boekt er nul resultaat. Benoît en ik zijn elk jaar met een mooi contract van de Mipim teruggekomen. De jongste jaren is dat veel moeilijker." VERBEECK. "Zeer zeker. De communicatie tussen politici en de vastgoedsector is de jongste drie jaar opmerkelijk verbeterd. Soms werken we proactief, soms reactief. We hebben minstens altijd een luisterbereidheid gezien en soms heeft het geleid tot concrete wijzigingen in de regelgeving. Een voorbeeld? Het grond- en pandendecreet beschouwen we nog altijd als een draak. Par contre, de politiek heeft ingezien dat er toch wat schortte aan dat decreet. En ze is tegemoetgekomen aan een deel van onze opmerkingen. Ook de Vlaamse bouwcodex bevat enkele hiaten en ook hier stel ik bereidheid vast om die bij te sturen, te verduidelijken. Ik hoop dat deze tendens doorzet. Maar het is helaas een langzaam proces en onze leden hebben meestal niet erg veel geduld." LAURENZ VERLEDENS "Slechts 17 procent van het Vlaamse territorium is, woonuitbreidings-gebieden inbegrepen, toegewezen aan wonen""Jonge mensen ontmoeten collega's op een andere manier dan mijn generatie, dat is juist. Maar informatie uitwisselen, blijft cruciaal in ons vak"