De regering heeft bij het parlement een wetsontwerp ingediend dat een ingrijpende wijziging aanbrengt aan de fiscale behandeling van ontslagen werknemers. De ontslagregeling van arbeiders en bedienden verschilt grondig. Ten aanzien van arbeiders zijn de opzegtermijnen veel korter. Om dat onderscheid enigszins te verzachten, werd begin vorig jaar de crisispremie uitgedacht. Wanneer een werkgever een arbeider ontslaat, was voortaan een forfaitaire vergoeding verschuldigd van 1666 euro. Die crisispremie kwam gedeeltelijk ten laste van de werkgever en gedeeltelijk van de RVA. Soms was zij volledig ten laste van de RVA. De uitkering werd uitdrukkelijk vrij verklaard van socialezekerheidsbijdragen én van belastingen.
...

De regering heeft bij het parlement een wetsontwerp ingediend dat een ingrijpende wijziging aanbrengt aan de fiscale behandeling van ontslagen werknemers. De ontslagregeling van arbeiders en bedienden verschilt grondig. Ten aanzien van arbeiders zijn de opzegtermijnen veel korter. Om dat onderscheid enigszins te verzachten, werd begin vorig jaar de crisispremie uitgedacht. Wanneer een werkgever een arbeider ontslaat, was voortaan een forfaitaire vergoeding verschuldigd van 1666 euro. Die crisispremie kwam gedeeltelijk ten laste van de werkgever en gedeeltelijk van de RVA. Soms was zij volledig ten laste van de RVA. De uitkering werd uitdrukkelijk vrij verklaard van socialezekerheidsbijdragen én van belastingen. Oorspronkelijk zou de maatregel al na zes maanden aflopen. Maar hij werd keer op keer verlengd. Eind dit jaar is het definitief afgelopen. Vanaf begin volgend jaar komt er wel een opvolger. Die luistert naar de naam ontslaguitkering. Zoals haar voorganger zal ook zij uitsluitend van toepassing zijn bij ontslag van een arbeider. Het verschil is, onder meer, dat de vergoeding voortaan volledig ten laste komt van de RVA, en dat het bedrag soms lager, en soms hoger zal zijn dan in de bestaande tijdelijke regeling. Merkwaardig is, dat de wet van 12 april 2011 die in deze opvolging voorziet, met geen woord rept over de fiscale behandeling van deze ontslaguitkering. Het wetsontwerp dat onlangs bij het parlement werd ingediend, zegt nu dat ook deze ontslaguitkering, net zoals haar voorloper, volledig belastingvrij zal zijn. Hetzelfde wetsontwerp bevat nog een andere opvallende regeling. Ook weer in het kader van het ontslag van werknemers door hun werkgever. Maar hier is de regeling niet beperkt tot de sector van de arbeiders. Zij geldt ook voor bedienden. Ontslagvergoedingen worden tot nu toe in principe afzonderlijk belast tegen de gemiddelde aanslagvoet die van toepassing is op de bezoldigingen van het laatste normale activiteitsjaar. Die afzonderlijke belasting is bedoeld om te beletten dat hoge verbrekingsvergoedingen, door het spel van de progressieve tarieven van de personenbelasting, al te zwaar zouden worden belast. Door ze te onderwerpen aan de gemiddelde aanslagvoet van het laatste normale activiteitsjaar, worden ze doorgaans aan een normale belasting onderworpen. Voor ontslagen werknemers die geen verbrekingsvergoeding krijgen, maar gewoon hun opzegtermijn moeten presteren, is er geen gevaar dat zij uitzonderlijk zwaar worden belast. Zij worden volgens de gewone regels belast op de bezoldigingen die zij van maand tot maand verkrijgen. Daarom is de afzonderlijke taxatie beperkt tot werknemers die een verbrekingsvergoeding verkrijgen; met uitsluiting van hen die hun opzegtermijn moeten presteren. Die regeling blijft bestaan. Maar het wetsontwerp voegt daar nu een gloednieuwe fiscale vrijstelling aan toe. Ontslagen werknemers (ongeacht of het om arbeiders, dan wel om bedienden gaat) hebben voortaan recht op een belastingvrijstelling die in een eerste fase gelijk zal zijn aan (nog te indexeren) 425 euro, en die later opgetrokken zal worden naar (ook nog te indexeren) 850 euro. Belangrijk is, dat deze belastingvrijstelling niet enkel zal gelden voor werknemers die een verbrekingsvergoeding uitbetaald krijgen, maar ook voor werknemers die hun opzegtermijn moeten presteren. Dat is trouwens niet meer dan logisch. Het valt immers niet in te zien waarom de vrijstelling voorbehouden zou worden aan ontslagen werknemers die een verbrekingsvergoeding ontvangen. Ontslagen werknemers die hun opzegtermijn moeten presteren, bevinden zich in precies hetzelfde schuitje. Zij krijgen dus ook recht op de belastingvrijstelling. Elke belastingvrijstelling is welgekomen. Opvallend is wel dat de regering zich in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp niet de minste moeite getroost om uit te leggen waarom zo dringend in deze nieuwe belastingvrijstelling moet worden voorzien. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKOok werknemers die hun opzegtermijn moeten presteren, zullen de fiscale vrijstelling kunnen genieten.