In het regeerakkoord staat de intentie om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen tot 66 jaar in 2025 en zelfs tot 67 jaar in 2030. De verantwoording is dat zo'n ingreep noodzakelijk is om de "pensioenen betaalbaar te houden". Dat zou dan gebeuren via het "langer werken". Een diepere economische redenering is niet beschikbaar. Vreemd, want als de maatregel inderdaad het beoogde effect heeft, lijkt het een oplossing voor de meeste van onze problemen.
...

In het regeerakkoord staat de intentie om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen tot 66 jaar in 2025 en zelfs tot 67 jaar in 2030. De verantwoording is dat zo'n ingreep noodzakelijk is om de "pensioenen betaalbaar te houden". Dat zou dan gebeuren via het "langer werken". Een diepere economische redenering is niet beschikbaar. Vreemd, want als de maatregel inderdaad het beoogde effect heeft, lijkt het een oplossing voor de meeste van onze problemen. We zullen niet langer, wel meer moeten werken. Door de actieve generatie te verplichten langer te werken, zal hun pensioenrekening inderdaad lager uitvallen. Maar hierover gaat het niet. Finaal moet onze zorg de gezondheid van de overheidsfinanciën zijn. Actieven die tot 67 jaar werken zonder dat de werkgelegenheid toeneemt, nemen de plaats in van jongeren en dus wordt de daling van de pensioenkosten vervangen door een toename van de werkloosheidskosten. Het verschil tussen de gemiddelde kosten van een gepensioneerde en een werkloze is beperkt en zeker onvoldoende groot om dit macro-economisch te exploiteren. Anders uitgedrukt, als de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd de werkgelegenheid niet verhoogt, is het een maat voor niets. Een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd verhoogt het aanbod op de arbeidsmarkt, wat, bij eenzelfde vraag, de werkloosheid doet toenemen. Eenvoudig, maar de kritiek luidt dat men niet naar de arbeidsmarkt mag kijken vanuit de veronderstelling dat het aantal arbeidsplaatsen vast is. Mooier geformuleerd, alsof het aantal stoelen constant is. Vreemd dat die kritiek komt van eerder links geïnspireerde economen die nooit veel geloof hebben gehecht aan een vlotte werking van de markten, maar opeens geloven in de werking van de onzichtbare hand op de arbeidsmarkt. Waarom er bijkomende stoelen zouden worden gezet omdat de wettelijke pensioenleeftijd stijgt, blijft een mysterie. Maar laten we even dromen. Stel nu dat de werkgelegenheid toch zou toenemen zodat de werkloosheid constant blijft. Dan zou die op termijn stijgen met ongeveer 250.000 eenheden. Iedere actieve die zijn pensioen met een jaar uitstelt zou dus een bijkomende arbeidsplaats creëren. Fenomenaal. Waarom dan niet de pensioenleeftijd naar 70 jaar brengen? Dan zou een groot deel van de al decennia bestaande werkloosheid verdwijnen. Anders geformuleerd, als de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd een wondermiddel is om de werkgelegenheid te verhogen, moeten we de afgelopen jaren toch geregeerd zijn door bijzonder kortzichtige beleidsvoerders. De hoge werkloosheid en de gedwongen brugpensionering van honderdduizenden had kunnen worden vermeden door begin van de jaren tachtig de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen. Nog erger, als de maatregel zo doeltreffend is om de werkgelegenheid te verhogen, waarom dan wachten tot 2025? Maar, wat geldt voor de wettelijke pensioenleeftijd, geldt toch ook voor alle maatregelen die de effectieve gemiddelde pensioenleeftijd, vandaag bijna 60 jaar, verhogen. Waarop wordt gewacht? Alleen een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd, alles voor het overige gelijkblijvend, zal nauwelijks effect hebben op de structurele gezondheid van de overheidsfinanciën. De arbeidsmarkt moet worden gedynamiseerd en de groei moet structureel verhogen zodat het toegenomen aanbod van arbeidskrachten wordt omgezet in bijkomende werkgelegenheid. De heropleving van de groei is meer een internationaal gebeuren waar de Belgische overheid weinig vat op heeft. De stroeve werking van de arbeidsmarkt is een oud zeer waar al te weinig aandacht is naar uitgegaan. De dynamisering van deze markt moet in ieder geval gebeuren, los van de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd. Geloven dat een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd dat automatisch zal bewerkstelligen, is een illusie. Maar die verhoging zou wel de trigger van een aangepast beleid moeten zijn. Hierin schuilt dan ook een groot gevaar van de verhoging van de wettelijke pen- sioenleeftijd: de beleidsvoerders kunnen denken dat ze nu het probleem van de pensioenkosten hebben opgelost. De vergrijzingskosten lost men niet op door alleen te besparen op de pensioenuitgaven, maar door de werkgelegenheid te bevorderen. Zo wordt er door meer actieven gewerkt, wat iets anders is dan minder actieven die langer werken. De auteur is professor economie aan de VUB.JEF VUCHELENDe verhoging van de pensioenleeftijd zou de trigger van een aangepast beleid moeten zijn.