Je moet het de Brazilianen nageven: een organisatorische catastrofe zijn de Olympische Spelen in Rio niet geworden. Zeker, er waren de lege stoelen in de tribunes en de waterlekken in het atletendorp. Maar dat de Brazilianen de Spelen uiteindelijk voor elkaar hebben gekregen, hebben vele commentatoren vooraf niet geloofd.
...

Je moet het de Brazilianen nageven: een organisatorische catastrofe zijn de Olympische Spelen in Rio niet geworden. Zeker, er waren de lege stoelen in de tribunes en de waterlekken in het atletendorp. Maar dat de Brazilianen de Spelen uiteindelijk voor elkaar hebben gekregen, hebben vele commentatoren vooraf niet geloofd. De Spelen in goede banen leiden, is één ding. Het land weer op de sporen zetten, wordt de echte test. Brazilië gaat door een van de moeilijkste periodes in zijn economische en politieke geschiedenis. Vorig jaar kromp de economie met bijna 4 procent, dit jaar behoort een krimp van ruim 3 procent tot de mogelijkheden. De politiek is verlamd door een immens corruptieschandaal rond het staatsoliebedrijf Petrobras. President Dilma Rousseff is geschorst, een afzettingsprocedure hangt haar boven het hoofd. In een tijd waarin autoritaire regimes opgang maken als antwoord op de stagnatie, is de weerbaarheid van de Braziliaanse democratie een opsteker. Het militaire regime tussen 1964 en 1985 is vandaag niet meer dan een verre herinnering. Maar in de plaats daarvan kreeg het Braziliaanse volk een byzantijns systeem, waarin politici vooral goed voor zichzelf zorgen, zoals uit het Petrobras-schandaal blijkt. Tientallen politici zouden bij de corruptie betrokken zijn, ook leden van de oppositie. Daar komen de politici niet meer mee weg. De corruptie komt boven op de schabouwelijke toestand van het onderwijs en de gezondheidszorg, en de Brazilianen pikken het niet langer. In 2013 kwamen ze met miljoenen op straat, en sedertdien is het protest niet meer gaan liggen. Als de Braziliaanse politici een beetje geloofwaardig willen blijven, moeten ze op zoek naar het laatste beetje zuurstof voor het eigenlijke werk -- een werk van lange adem. De grootste economie van Latijns-Amerika is veel te afhankelijk van grondstoffen, en de industrie is afgeschermd van buitenlandse concurrentie door hoge tolmuren, met een zwakke productiviteit tot gevolg. Kwaliteitsonderwijs -- een basisvoorwaarde voor een klim op de economische waardeladder -- is wel voorhanden, maar alleen voor kinderen met ouders die het kunnen betalen. De economie begint tekenen van nieuw leven te tonen. Voor 2017 verwacht het Internationaal Monetair Fonds een bescheiden groei van 0,5 procent. Dat kan al helpen. Maar Brazilië blijft Brazilië. Enkele ministers uit het nieuwe kabinet van interim-president Michel Temer moesten al opstappen, na beschuldigingen van corruptie. En zelfs Temer is niet onbesproken. Brazilië, een veelzijdig en jeugdig land zo groot als een continent, raakt niet uit de startblokken, zo lijkt het toch. Hopelijk krijgen de commentatoren ook deze keer ongelijk. JOZEF VANGELDERIn een tijd waarin autoritaire regimes opgang maken als antwoord op de stagnatie, is de weerbaarheid van de Braziliaanse democratie een opsteker.