Sinds Filip op 21 juli 2013 de eed aflegde als zesde koning der Belgen is het zoeken met een vergrootglas naar een misstap van het staatshoofd. Terwijl zijn parcours als kroonprins toch meer dan eens de wenkbrauwen deed fronsen. De koning moet zich vooral bezighouden met lintjes knippen. Of slachtoffers van rampen bezoeken, zoals de gewonden van de aanslagen van 22 maart. De rol bij de federale regeringsformatie van 2014 had veel van een tussendoortje. De partijvoorzitters beslissen alles. Kortom: wordt België het schoolvoorbeeld van een constitutionele monarchie waarin de koning eigenlijk geen macht heeft?
...

Sinds Filip op 21 juli 2013 de eed aflegde als zesde koning der Belgen is het zoeken met een vergrootglas naar een misstap van het staatshoofd. Terwijl zijn parcours als kroonprins toch meer dan eens de wenkbrauwen deed fronsen. De koning moet zich vooral bezighouden met lintjes knippen. Of slachtoffers van rampen bezoeken, zoals de gewonden van de aanslagen van 22 maart. De rol bij de federale regeringsformatie van 2014 had veel van een tussendoortje. De partijvoorzitters beslissen alles. Kortom: wordt België het schoolvoorbeeld van een constitutionele monarchie waarin de koning eigenlijk geen macht heeft? In De maat van de monarchie tonen N-VA-kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters aan dat de Coburgs wat graag aan het politieke spel deelnemen. Het is bekend dat Leopold I en II zich graag gedroegen als koningen die heersen en regeren. Hun opvolgers deden net hetzelfde. Al zwakte hun macht wel af. In 1960 vroeg Boudewijn het ontslag van de regering-Gaston Eyskens. De koning wou een zakenkabinet op de been brengen dat de opstandige Congolese provincie Katanga zou steunen. Eyskens weigerde en Boudewijn moest zich daarbij neerleggen. Dat is een keerpunt, schrijft Vuye. De regering beslist, en de koning moet haar beslissing volgen. Toch bleven de Belgische koningen veel macht en invloed hebben. Boudewijn weigerde weleens ministers te benoemen, zoals in 1977 de VU'er Frans Baert als minister van Justitie, omdat de Volksunie voorstander was van amnestie. Albert II zette volgens Vuye dan weer het formatieberaad van 2010 naar zijn hand. N-VA, de grootste Vlaamse partij, werd vol wantrouwen bekeken. De koning heeft weliswaar geen impact meer op wat in de deelstaten gebeurt. Maar een politiek kasplantje is het staatshoofd nog niet. Bij een volgende federale regeringsvorming kan het best zijn dat Filip zich assertiever opstelt. Grondwetspecialist Vuye legt in het boek de nadruk op de staatsrechtelijke en puur politieke kant van de functie. Handelsingenieur Veerle Wouters heeft het over de centen van het koningshuis. Zij vertelt niet alleen over de dotaties aan de leden van de koninklijke familie, maar ook en vooral over de civiele lijst. Die omvat het geheel van de middelen (financiële, onroerende en materiële) die de federale overheid aan de koning ter beschikking stelt. De civiele lijst was goed voor 11,5 miljoen euro bij het aftreden van koning Albert en dat is nu nog altijd het bedrag voor koning Filip. Op de civiele lijst is er geen enkele vorm van controle, noch door het parlement, noch door de regering, noch door het Rekenhof. De koning behandelt de civiele lijst als zijn eigendom en dit wordt aanvaard. Daarom pleiten de auteurs voor controle. Vraag is of daar een politieke meerderheid voor te vinden is, net als voor andere voorstellen van de auteurs om de monarchie te hervormen. Ze denken onder andere aan het afschaffen van de kersttoespraak, het niet langer toekennen van adellijke titels en het "ontdoen van de koninklijke functie van elke schijn van politieke macht". Hendrik Vuye en Veerle Wouters, De maat van de monarchie, Uitgeverij Vrijdag, 2016, 432 blz., 34,95 euro ALAIN MOUTON