"De Belgische bedrijfsovernames kan je grofweg in twee categorieën opdelen: de probleemgevallen en de strategische overnames die het signaal zijn dat de economie weer aantrekt", zegt Carl Dotremont, vennoot van het advocatenkantoor CMS De Backer.
...

"De Belgische bedrijfsovernames kan je grofweg in twee categorieën opdelen: de probleemgevallen en de strategische overnames die het signaal zijn dat de economie weer aantrekt", zegt Carl Dotremont, vennoot van het advocatenkantoor CMS De Backer. CMS lanceerde zijn studie- en overnamerapport, dat transacties aan beide kanten van de Atlantische Oceaan in 2007-2009 bestudeert. "Het grote verschil: in de VS zijn deals wat minder definitief en wordt er na de closing nog gesleuteld in functie van de performantie of voordien onbekende informatie. In Europa gaat men er tijdens een crisis gemakkelijker vanuit dat je moet geven en nemen. Een snelle deal wordt verkozen boven het gepalaver. De overnemer is meer geneigd tot risico als de prijs laag is door een gedwongen verkoop." Dat blijkt uit de cijfers over de mogelijkheid om bij een bedrijfsovername de prijs achteraf nog aan te passen. Terwijl dat in de VS acht op de tien keer gebeurt, is dat in Europa maar in de helft van de overnames het geval. Bij Benelux-deals is dat slechts 28 procent. In de Benelux kennen de overnamecontracten bovendien een geringere aansprakelijkheid van de verkoper, minder aanpassingsmogelijkheden, die bovendien gelden in een kortere periode. "CMS is sterk in de midcap-overnames en kan uit ervaring spreken. We stellen vast dat er in kmo-land Vlaanderen een toename was van verkopen door bedrijfsleiders die de handdoek in de ring gooien. Na jaren ploeteren in de crisis blijkt dat het gewoon niet meer loont. Dat drukt de prijs. In die zin hebben vraag en aanbod elkaar gevonden. Terwijl er tot voor een jaar nog heel wat onzekerheid was in de markt - en de overnameprijs daarom kon schommelen - zijn de kopers nu wat geruster." Ook de niet-concurrentiebedingen na een overname namen in de Benelux af van twee derde tot minder dan de helft. "Een niet-concurrentiebeding heeft dikwijls gewoon geen zin. Vaak verkoopt een ondernemer zijn bedrijf als er geen opvolging meer is en hij aan zijn pensioen denkt. In deze tijden van crisis is de verkoper ook dikwijls het ondernemen en risico's nemen beu. Hij denkt niet aan herstarten. In beide gevallen steekt de koper geen tijd en moeite meer in een niet-concurrentiebeding." Opvallend is ook een meer gesofisticeerde weging van de performantie als men dan toch opteert voor een variabele prijs. Het aantal parameters, zoals omzet, de verhouding schuld/cash, eigen/vreemd vermogen, neemt toe. Dotremont: "Als de verkoper toch een hoge prijs weet te bedingen, zal de koper zijn voorzorgen nemen. Voor de crisis was dat helemaal anders. Toen bepaalden de verkopers hun eisen en waren de kopers meestal snel geneigd om geld op tafel te leggen. In goede tijden geldt meer de regel van de bluts en de buil. Problemen worden sneller weggewist door mooie resultaten." In Europa wordt in 42 procent van de gevallen een beroep gedaan op een arbitrageprocedure als er na de closing een geschil ontstaat. Dat is niet het geval in de Benelux, waar dat slechts in 11 procent van de gevallen gebeurt. "In België is dat waarschijnlijk nog minder het geval. Zo'n arbitrage is wel snel, maar toch veel duurder dan een rechtsgeschil voor de rechtbank." Toch merkt Dotremont een verbetering in de overnamemarkt. "Het is erg geweest, maar de sfeer verandert. Er gebeuren minder deals onder stress. Fusies en overnames gaan weer uit van wat meer optimistische groeiscenario's. Zeker in de IT-sector en de media beweegt heel wat, onder meer met de steun van venture capitalists. De lente is in aantocht." H.B.