We leven in tijden van ongebreidelde culinaire vrijheid, wat vaak leidt tot culinaire losbandigheid. Voor lekkerbekken met kennis van zaken is de aanwezigheid van Minerva dan ook een baken van vertrouwen. In dit Antwerpse eethuis zijn keuken en bediening nog steeds gestoeld op de regels van de haute cuisine.
...

We leven in tijden van ongebreidelde culinaire vrijheid, wat vaak leidt tot culinaire losbandigheid. Voor lekkerbekken met kennis van zaken is de aanwezigheid van Minerva dan ook een baken van vertrouwen. In dit Antwerpse eethuis zijn keuken en bediening nog steeds gestoeld op de regels van de haute cuisine. Baas van Minerva is Philip Iserbyt. Zijn ouders baten hotel Firean uit, dat wat verderop in de straat is gelegen. Vader Iserbyt was vroeger restaurantinspecteur bij Michelin en kent de horeca als zijn binnenzak. Zijn hotel Firean staat bekend als een viersterrenhotel dat persoonlijke service biedt voor zakenlui. Oorspronkelijk was het de bedoeling om ook een restaurant in het hotel onder te brengen. Maar daar is hij wijselijk van afgestapt: lokale stadsbewoners gaan liever niet uit eten in een hotel. Op een boogscheut van hotel Firean stond een oude garage leeg. De industriële ruimte werd door Philips echtgenote An Feyens, die binnenhuisarchitect is, ingericht tot restaurant. Minerva kreeg een decor aangemeten dat kan worden omschreven met de termen 'ruim' en 'modern-klassiek'. De decoratie refereert aan de Minerva-autofabriek die zich in lang vervlogen tijden op nummer 40 van dezelfde straat bevond. Om niet te vergeten dat hier vroeger een garage was, bevindt zich in het midden van de eetzaal een met glas bedekte smeerput. Minerva opende ruim vier jaar geleden de deuren als comfortabele, hedendaagse klassebrasserie. De twee hoofdrolspelers zijn chef-kok Jacques Slap en zaalmeester Ludo. Beide heren werkten vroeger bij het vermaarde eethuis Vateli en brachten van daar de kwaliteit van eten en bediening mee. Wie van buiten de stad komt, zal zich misschien storen aan het ad-remoptreden van het zaalpersoneel. Ze vergeten dan dat deze soms wat brutale manier van doen hoort bij de plaatselijke folklore. Wat telt, is dat de eend en de hazenrug op de juiste manier in de zaal worden versneden, dat de wijnkaart vakkundig is samengesteld, dat het wijnadvies correct is, en dat de glazen gevuld blijven. Wij kwamen 's avonds, nestelden ons in de comfortabele armstoelen en kozen: salade van grijze garnalen (dagelijks met de hand in huis gepeld), opgediend met sla, mimosa van hardgekookt ei, groene asperges en mayonaise (18,30 euro) en garnaalkroketten met kreeftensaus en bros gefrituurde peterselie (12,50 euro). Beide bereidingen waren onberispelijk en werden begeleid door een fraaie Tokay Le Fromenteau 2001 van Jos Meyer (19,34 euro voor een halve fles). Hoofdgerecht was hazenrug, rood gebraden, in de eetzaal met vork en lepel van het bot gehaald en op het bord gebracht met poivrade- en roomsaus, knolselderpuree, appel gevuld met veenbessen en kroket van kastanjepuree. Deze ambrozijn werd waardig begeleid door een halve fles Château De Monthélie 1998, E. Suremain, Côte de Beaune (26,03 euro) Een stukje oude, pikante reypenaar-kaas uit Woerde met zoutkristalletjes om op te knabbelen en twee nagerechten - Turkse vijgen met frambozenijsroom (7 euro) en een onvervalste crêpe Normande met gekarmeliseerde appel (7,50 euro) - sloten deze voorbeeldige maaltijd af. Pieter van Doveren