Hoe gevaarlijk zijn managementprofeten? Die vraag stelt Marc Buelens nadat hij twee dozijn managementgoeroes en -stromingen onder de loep geschoven heeft. Alleen de allergrootste namen haalden de strenge selectie. Dit doet vermoeden dat de professor aan de Universiteit Gent en de Vlerick Leuven Gent Management School alleen de door hem bewonderde experts ten tonele voert. Bewondering heeft hij zeker voor bepaalde figuren, maar zonder uitzondering bejegent hij ze opvallend...

Hoe gevaarlijk zijn managementprofeten? Die vraag stelt Marc Buelens nadat hij twee dozijn managementgoeroes en -stromingen onder de loep geschoven heeft. Alleen de allergrootste namen haalden de strenge selectie. Dit doet vermoeden dat de professor aan de Universiteit Gent en de Vlerick Leuven Gent Management School alleen de door hem bewonderde experts ten tonele voert. Bewondering heeft hij zeker voor bepaalde figuren, maar zonder uitzondering bejegent hij ze opvallend kritisch. Sporadisch spat zelfs de ironie van de bladspiegel, hier en daar gekruid met een snuifje sarcasme. Zijn boek Managementprofeten vormt dan ook een frisse uitzondering op de vele overzichten van managementgoeroes, die vaak slechts in papier verpakte wierookvaten blijken. Juist de ongebreidelde bijval die managementgoeroes oogsten, vormt het grootste gevaar, stelt Buelens. Al gauw durft niemand hen nog tegenspreken. Zelfs de topmanagers van de grootste concerns en de meest befaamde politici geloven het evangelie van de goeroe. Eens zelf ster geworden, verliezen de managementgoeroes hun kritische zin. Ze ontdekken dat ze bij hun onderzoek niet eens diep hoeven te graven. Eens hun naam gevestigd, beklimmen hun boeken vanzelf de bestsellerlijsten en strijken ze een paar miljoen frank op voor een spreekbeurt op een of ander congres. Tegelijkertijd harken ze handenvol geld binnen als consultant bij bedrijven uit de Fortune 500 - uitgerekend die bedrijven die ze in hun boeken als te log, te vadsig en te conventioneel afschilderen. Die harde woorden betekenen niet dat Buelens de bijbels van de goeroes zomaar van tafel kegelt. De meeste grote namen hebben hun carrière wel degelijk te danken aan een baanbrekend onderzoek. Het is pas als ze inzien dat het geld ook op een gemakkelijker manier binnenstroomt, dat ze de nauwgezetheid laten varen. Buelens stelt zelfs een hitparade op. Op de eerste plaats staan de kwaliteitsgoeroes, met Edwards Deming en Joseph Juran als locomotieven. Zonder het systematische kwaliteitsdenken zou onze levenskwaliteit er zeker slechter hebben voorgestaan. Rond 1960 draaide de economie op volle toeren, maar er werd vooral rommel op de markt gegooid. Een auto kon al na een week roestplekken vertonen. Vreemd genoeg werden de Amerikaanse kwaliteitsgoeroes pas via Japan ook in het westen bekend. Op nummer twee staan Peter Drucker en Abraham Maslow. Drucker blijft zelfs op (zeer) hoge leeftijd origineel en zinnig uit de hoek komen. De derde plaats wordt gedeeld door Max Weber, Charles Handy en Henry Mintzberg. Nu weten we alvast wie eerst te (her)lezen. Marc Buelens, Managementprofeten. Nieuwezijds, 235 blz., 998 fr.ldd