Geen buitenbeentje meer
...

Geen buitenbeentje meerLimburg is geen buitenbeentje meer. Zo luidt de conclusie van het lijvige naslagwerk Limburg 1975-1995. Het Toekomstcontract wordt er beschouwd als de afronding van enkele decennia van economische reconversie en diversificatie. Die economische verruiming vormt een perfecte spiegel voor Limburg in zijn geheel. Tegelijkertijd voltrok zich immers een maatschappelijke, sociaal-culturele en politieke diversificatie. Geleidelijk aan verbrokkelde het monolithische verleden tot een bont heden. Die evolutie fungeert als rode draad doorheen de turf, die de schijn niet meeheeft. Het letterlijk zware boek bevat immers zovele foto's, statige groepsportretten van stramme bestendige deputaties incluis, dat al gauw de indruk van een puur kijkboek ontstaat. De uitgever, de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg, wekt even weinig hoop op een wetenschappelijk onderbouwd betoog. Over het algemeen worden de verplichte nummertjes evenwel goed beteugeld. De blijde boodschap uit glimmende toeristische folders krijgt voldoende tegengewicht in kritische analyses. Vooral de sociaal-economische en maatschappelijke aandacht bieden stof tot nadenken. Al bij al werd de uitgave dan ook geen steriel hooglied voor Limburg, maar wel een vrij degelijk historisch naslagwerk, dat een stevige stand van zaken op diverse termijnen weergeeft. Een plejade van auteurs, aangevoerd door de professoren Johan Ackaert en Louis Albrechts, samen met onder meer LISO-directeur Jef Timmermans, schreef hiermee een vervolg op Limburg 1950-1975. Toen was het zilveren ambtsjubileum van gouverneur Roppe de aanleiding voor de uitgave, deze keer de ambtsneerlegging van gouverneur Vandermeulen. Jef Timmermans reikt een sleutel aan om de talloze ontwikkelingen samen te vatten aan de hand van drie scharniermomenten. Hij beperkt zich daarbij niet tot de jongste decennia. Het eerste grote scharniermoment noemt hij het begin van de mijnnijverheid, "waardoor Limburg naast landbouw- en pendelprovincie ook een mijnprovincie werd, met de migrant als bijzonder kenmerk." Het tweede en "veruit het belangrijkste" tijdsgewricht situeert Timmermans tussen begin jaren zestig en midden jaren zeventig. Toen kende de provincie een tweede industriële revolutie. "Van pendel, landbouw en mijnarbeid, ging het nu naar industrie- en bandwerk, en vrouwenarbeid." De derde scharnierperiode vangt aan met de crisisjaren : "Limburg wordt eerder, harder en in volle groei getroffen. De KS wordt afgebouwd."Met deze economische evolutie als hefboom, onderging ook de maatschappij een ingrijpende verandering. Er wordt zelfs gewag gemaakt van een veranderend waardenpatroon met de nadruk op emancipatie en individualisering. "Het Limburgs waardenpatroon wijkt steeds minder af van het Vlaamse." Dat kan zelfs gedeeltelijk afgeleid worden uit de cijfergegevens waarmee het boek afsluit.LUC DE DECKERJohan Ackaert, Louis Albrechts, Jef Timmermans (e.a.), Limburg 1975-1995. Bestendige deputatie Limburg, 430 blz., 1500 fr.