"De publieke opinie beschouwt liberalisering niet als een weldaad, maar eerder als een bedreiging."
...

"De publieke opinie beschouwt liberalisering niet als een weldaad, maar eerder als een bedreiging."Ik heb met belangstelling uw artikel gelezen over windenergie (Trends, 8 september 2005, blz. 64 en 126). De stelling dat windenergie niet het alternatief is, maar een alternatief, kan ik volkomen bijtreden. Maar wat me stoort, is de ronduit misleidende manier waarop cijfers naast elkaar worden gezet. "In Frankrijk investeert de Europese Unie samen met Japan, de Verenigde Staten, Rusland en China niet minder dan 10 miljard euro in de bouw van een kernfusiereactor (ITER). De Belgische verbruiker betaalt jaarlijks 300 miljoen euro, een fractie dus, om 6 % van het elektriciteitsverbruik uit groene bronnen te maken." Die 10 miljard euro is bestemd voor de bouw (tien jaar) en de werking (twintig jaar) van ITER. Het gaat dus over 10 miljard euro voor een project dat dertig jaar loopt. Per jaar wordt er 333 miljoen euro geïnvesteerd in ITER. Eventueel kan je dat bedrag zetten naast wat de Belgische verbruiker jaarlijks betaalt om elektriciteit uit groene bronnen te halen. Maar dan nog. Die 10 miljard euro wordt gefinancierd door de zes deelnemers aan ITER, en niet door Europa alleen. Het artikel 'Economisch patriottisme '(Trends, 8 september 2005, blz. 3) vind ik toch wat eenzijdig. We mogen niet blind zijn voor het feit dat de publieke opinie vandaag liberalisering niet als een weldaad voor onze samenleving beschouwt, maar eerder als een bedreiging. Het bijsturen van de liberalisering kan echter anders. Het kan inhouden dat we bedrijven die competitief en gezond zijn, kansen geven tegen het geweld van de globalisering, waarin enkele landen winnen die niet de essentiële spelregels van de vrijhandel naleven. En dat is een belangrijke nuance: vrijhandel ja, maar op voorwaarde dat de deelnemers aan het spel van de vrijhandel een aantal minimale spelregels eerbiedigen. En dat gebeurt niet. China krijgt terecht niet de status van markteconomie, maar geniet toch ten volle van de voordelen van vrijhandel via het WHO-lidmaatschap. In het artikel 'De directeur zit op het dak' (Trends, 8 september 2005, blz. 121) zitten enkele ideeën die het bekijken waard zijn. De vaste benoeming van onderwijzenden werkt contraproductief en de opdeling van de bevolking in 'vasten' en 'lossen' is asociaal. Ik ben ook een groot voorstander van een preselectie voor het hoger onderwijs. Het is sociaal, want gelijk voor alle sociale klassen. Met dat systeem zou men misschien de laatbloeiers uitsluiten, maar zeker ook de pottenpakkers en de feestnummers (al zitten daar wel verstandige mensen tussen). Ik vind uw artikel 'De directeur zit op het dak' zeer goed. De vraag is alleen: hoe deze ideeën in praktijk brengen? Alvast door er via de media de aandacht op te vestigen. Het is een reactie van iemand die betrokken was bij de lerarenopleiding, oud-inspecteur Economie bisdom Antwerpen en bestuurder van de vzw van een grote school. De visie van Noels. In de grafiek bij de column van Geert Noels (Trends, 15 september 2005, blz. 26) sloop een fout. De juiste grafiek illustreert hoe het buitenland massaal Duits koopt, maar de Duitsers zelf niets kopen.