Waarom Antwerpen de modestad is

In het artikel 'Waarom Antwerpen de modestad is' (Trends, 11 september 2003, blz. 62) slaat Geert Bruloot van het Flanders Fashion Institute de bal mis als hij het over onze federatie heeft.
...

In het artikel 'Waarom Antwerpen de modestad is' (Trends, 11 september 2003, blz. 62) slaat Geert Bruloot van het Flanders Fashion Institute de bal mis als hij het over onze federatie heeft. Wellicht is het hem ontgaan dat ons logo het onderschrift Belgian Fashion toevoegt aan de nieuwe naam Creamoda. Op die manier profileren wij ons internationaal beter dan met onze vroegere, eentalige naam. Bovendien verwijst Creamoda naar de creativiteit van onze fabrikanten - creativiteit is niet het monopolie van de Antwerpse ontwerpers. Het is ook onheus om de fabrikanten met de vinger te wijzen als de samenwerking met de modeontwerpers niet optimaal verloopt. Ondanks ons zogenaamd "gebrek aan visie" hebben de kledingfabrikanten via hun federatie niet geaarzeld om medeaandeelhouder te worden van de Modenatie en zo het Flanders Fashion Institute onderdak te bieden in de Antwerpse modetempel. Een beetje meer respect voor deze beslissing en sympathie voor de beroepsorganisatie van de fabrikanten was meer aangewezen dan het spuien van gratuite kritiek. Ik heb met veel interesse het opiniestuk gelezen waarin u pleit voor een kunstenfinanciering door de bedrijfswereld, op voorwaarde dat er een 'tax shelter' komt (Trends, 4 september 2003, blz. 118). Dat is een interessante en vermoedelijk bruikbare denkpiste om noodlijdend cultureel Vlaanderen uit het slop te helpen. Zeker op een ogenblik dat ook voor de overheid de magere jaren zijn aangebroken. Wat me echter heeft doen fronsen, is uw vreemde opvatting over de gang van zaken in de Vlaamse orkesten. Ik laat in het midden of er al dan niet moet worden gesaneerd in de overvloed van ensembles, maar waarop baseert u zich als u verkondigt dat de orkesten ware bastions van oververhitte vakbondsafgevaardigen zijn? Dat orkesten zouden rekruteren bij de plaatselijke conservatoria? Dat dirigenten hier niet zouden kunnen werken met gemotiveerde mensen? Of dat engagement alleen nog te vinden zou zijn in zogezegde 'progressieve' kunstvormen? Misschien zou de Filharmonie inderdaad een talrijker en jeugdiger publiek aantrekken als de dirigent en enkele solisten tijdens de uitvoering even uit de kleren gingen, liefst dan nog het orkest overstemmend met hun rauwe kreten. En laat de muzikanten even hun individuele tempi uitkiezen, aangezien dansers ook niet synchroon moeten zijn. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat u in dit artikel heel persoonlijk op de Filharmonie wou schieten. En dat u daardoor de samenhang van uw opiniestuk niet meer ten volle onder controle had. U zou toch ook moeten weten dat de Filharmonie meermaals aan bod is gekomen tijdens het Festival van Vlaanderen. Misschien de organisatoren er toch maar op wijzen dat ze de champagne al ettelijke malen hebben gemist? Erik Magnus