Wie in België een belangrijk vermogen nalaat, zadelt zijn erfgenamen op met zware successierechten. Tussen echtgenoten en tussen ouders en kinderen kunnen die nog meevallen, maar zeker tussen broers en zussen, neven en nichten en tussen Belgen die geen familie zijn, lopen de tarieven hoog op. Jo Viaene, fiscaal expert en bestuurder van Optima Group in Gent, stelde een stappenplan op over de do's-and-don'ts bij een successieplanning.
...

Wie in België een belangrijk vermogen nalaat, zadelt zijn erfgenamen op met zware successierechten. Tussen echtgenoten en tussen ouders en kinderen kunnen die nog meevallen, maar zeker tussen broers en zussen, neven en nichten en tussen Belgen die geen familie zijn, lopen de tarieven hoog op. Jo Viaene, fiscaal expert en bestuurder van Optima Group in Gent, stelde een stappenplan op over de do's-and-don'ts bij een successieplanning. Veel mensen vragen zich af wanneer ze hun successie moeten beginnen te plannen. "Het antwoord is al even klassiek: beter tien jaar te vroeg dan één dag te laat", zegt Viaene. "Het is fout te denken dat successieplanning alleen nodig is voor senioren. Leeftijd speelt een rol, maar de omvang van het vermogen is nog belangrijker." Wacht u tot u een hoge leeftijd hebt bereikt, dan verkleint dat de mogelijkheden. Een belangrijke vraag is: is uw huwelijkscontract in orde? "Vele mensen hebben jaren geleden hun huwelijkscontract laten opstellen door een notaris volgens de regels die toen golden. Intussen zijn veel contracten achterhaald of bevatten ze bepalingen die hogere successierechten met zich brengen", waarschuwt Viane. "Denk bijvoorbeeld aan de zogenoemde clausule 'langst leeft, al heeft', die tot gevolg heeft dat er twee keer successierechten verschuldigd zijn: zowel bij het vroegste overlijden van een partner als bij het overlijden van de langstlevende partner." Het is geen overbodige luxe uw huwelijkscontract regelmatig na te kijken en het aan te passen. Echtparen kunnen van huwelijksstelsel veranderen als hun financiële of familiale situatie dat vereist. U kunt in uw huwelijkscontract een zogenoemd keuzebeding laten opnemen. De langstlevende partner kan dan kiezen welke goederen hij opneemt uit het gemeenschappelijke vermogen. Daarvoor moet er wel een gemeenschappelijk vermogen zijn, wat bij het huwelijksstelsel met scheiding van goederen bijvoorbeeld niet het geval is. Het is raadzaam dat u in het huwelijkscontract ook vastlegt hoe die keuze moet worden gemaakt -- bij notariële akte of door een verklaring in de aangifte van de nalatenschap -- en binnen welke termijn -- bijvoorbeeld binnen de vier maanden na het overlijden. Echtgenoten kunnen ook elkaar beschermen met een zogenoemde contractuele erfstelling. Dat is een overeenkomst waarbij een van beiden tijdens zijn leven al beschikt over alle goederen van de nalatenschap, of een deel ervan. Een contractuele erfstelling kan betrekking hebben op de goederen in het eigen vermogen, maar ook op de goederen in het gemeenschappelijke vermogen. Belangrijk om te weten is dat een schenking van toekomstige goederen in een huwelijkscontract onherroepelijk is. Om de contractuele erfstelling in het huwelijkscontract toch te herzien, is een wijziging van het huwelijkscontract -- en dus het akkoord van beide echtgenoten -- noodzakelijk. Een testament is flexibel, niet duur en heeft veel moderne toepassingen. Via een testament kunnen feitelijk samenwonende partners van elkaar erven, en kunnen koppels zonder kinderen bepalen wat ze aan wie nalaten. Zelfs echtgenoten kunnen een testament gebruiken om bijvoorbeeld de gezinswoning volledig aan de langstlevende partner toe te wijzen. Die betaalt daar dan geen successierechten op. In het Waals Gewest is de maximumwaarde van het vrijgestelde deel wel vastgesteld op 160.000 euro. "Ondanks alle voordelen blijkt uit onze praktijk dat slechts 12 procent van de gezinnen een testament opstelt", zegt Jo Viaene. Ook een restlegaat kan successierechten uitsparen. Dat testament kan tegemoetkomen aan de wensen van kinderloze echtparen, echtparen met gehandicapte kinderen of samenwonende partners zonder kinderen. Viaene: "Neem het voorbeeld van een man en een vrouw die getrouwd zijn met een scheiding van goederen. Ze hebben geen kinderen en willen elkaar beschermen als een van hen overlijdt. Ze willen ook dat het vermogen van de partner die het eerst overlijdt, niet toevalt aan zijn familie." "Een restlegaat is de oplossing. Als de man eerst overlijdt, krijgt de vrouw zijn vermogen. Op die manier kan ze dezelfde levensstandaard aanhouden als tijdens haar huwelijk, zonder dat ze afhankelijk is van de familie van haar man. Na haar overlijden worden de goederen die haar bij testament werden geschonken -- of wat ervan overblijft -- verdeeld onder de erfgenamen die haar man heeft aangewezen, bijvoorbeeld zijn twee broers. Als die nog leven, dragen ze op die goederen successierechten af, maar dan volgens het tarief tussen broers en niet volgens het tarief tussen vrienden -- dat wil zeggen: tussen de langstlevende echtgenote en de twee broers van haar man." Schenkingen zijn er in alle vormen en maten. Wie een schenking wil doen, kan die zelf organiseren -- bijvoorbeeld de hand- of bankgift tussen ouders en kinderen -- of daarvoor een beroep doen op een notaris. Vooral spaargeld en beleggingsportefeuilles lenen zich daar goed toe. Doet u een hand- of bankgift, dan hoeft de begiftigde geen schenkingsrechten te betalen. Overlijdt de schenker binnen de drie jaar na de hand- of bankgift, dan zijn er toch nog successierechten verschuldigd. "Dat kan worden vermeden door de schenking meteen te registreren", vertelt Viaene. "In het Vlaams en het Brussels Gewest kost dat 3 procent voor alle schenkingen in rechte lijn -- bijvoorbeeld tussen ouders en kinderen -- en tussen echtgenoten en samenwonenden. Let wel: in het Brussels Gewest komen enkel wettelijk samenwonende partners daarvoor in aanmerking. In alle andere gevallen bedragen de registratierechten 7 procent. In het Waals Gewest is het tarief 3,3 procent in rechte lijn en tussen echtgenoten of wettelijk samenwonenden. Tussen broers en zussen, ooms en tantes en neven en nichten is dat 5,5 procent, in alle andere gevallen 7,7 procent." Goed om te weten is dat het ook later nog mogelijk is een registratie van een hand- of bankgift te doen. Daardoor kan een schenker die voelt dat hij niet lang meer te leven heeft, de schenking toch laten registreren, waardoor zijn erfgenamen een tarief van 3 à 7,7 procent betalen in plaats van de hogere successierechten. Successieplanning wordt bijna per definitie gelijkgesteld met het doorgeven van een vermogen naar de volgende generatie. Maar getrouwde of samenwonende koppels hebben er alle belang bij eerst te onderzoeken wat de gevolgen van een overlijden zijn voor de langstlevende partner. Getrouwde partners met een eigen vermogen kunnen bijvoorbeeld schenken aan de ander en de schenking later eventueel herroepen. "Schenkingen tussen echtgenoten zijn -- in tegenstelling tot alle andere schenkingen -- herroepbaar. Daarmee wilde de wetgever de schenkende echtgenoten tegen zichzelf beschermen", aldus Viaene. Gaat het om partners die samenwonen maar niet getrouwd zijn, dan kunnen ze elkaar ook eigen goederen schenken -- bijvoorbeeld een effectenportefeuille -- maar dan moeten ze er rekening mee houden dat ze die schenking niet kunnen herroepen. Dat houdt natuurlijk risico's in. Ieder kind dat erft, betaalt op zijn deel successierechten die beginnen bij het laagste tarief. In het Vlaams Gewest worden die nog eens opgedeeld tussen roerende en onroerende goederen. Hoe meer kinderen, hoe lager de successierechten. Daarom worden steeds vaker kleinkinderen bij een successieplanning betrokken, de zogenaamde generation skipping. "Door een generatie over te slaan, wordt het vermogen over meer erfgenamen gespreid, zodat de successierechten verminderen", zegt Jo Viaene. "Aangezien voor de kleinkinderen de successietarieven in rechte lijn gelden, betalen ze hetzelfde als hun ouders, maar de belastbare grondslag zal kleiner zijn." In theorie kunnen de gepasseerde kinderen hun recht op inkorting laten gelden. Dat betekent dat ze hun minimumdeel van de erfenis -- de zogenoemde reserve -- kunnen opeisen. De techniek van generation skipping kan dan ook het beste worden toegepast in families waar de kinderen al over een belangrijk vermogen beschikken en in optimale verstandhouding met hun ouders leven. In tegenstelling tot roerende goederen is het niet mogelijk gebouwen en gronden te schenken via een handgift. Viaene: "Op onroerende goederen die tijdens het leven van de schenker worden geschonken, zijn altijd schenkingsrechten verschuldigd. Houdt de erflater ze bij tot zijn overlijden, dan betalen de erfgenamen er successierechten op. Omdat die progressief zijn -- ze nemen toe met de waarde van de goederen -- kan de belastingfactuur hoog oplopen. Dat valt deels te vermijden door de aankoop van een onroerend goed te financieren met vreemde middelen. Schulden behoren tot het passief van de nalatenschap, en worden afgetrokken van het belastbare actief." "Bij grote vermogens wordt de successie geregeld binnen een structuur. Voor vastgoed is het handiger als het gegroepeerd is in een vennootschap. Ook het roerend vermogen kan worden samengebracht in een maatschapscontract. Daarmee kunnen de ouders de controle behouden over de geschonken goederen. Ze kunnen de statuten van de maatschap naar hun hand zetten. In principe wordt de maatschap opgericht kort vóór of na de vermogensoverdracht aan de volgende generatie." JOHAN STEENACKERSKoppels hebben er alle belang bij eerst te onderzoeken wat de gevolgen van een overlijden zijn voor de langstlevende partner.