Vinci is het grootste bouwbedrijf ter wereld. Er zijn drie onderdelen: Vinci Construction, Vinci Energies en Eurovia, dat is gespecialiseerd in transportinfrastructuur, zoals auto- en spoorwegen. Daarnaast haalt de groep inkomsten uit concessies op autowegen, luchthavens en parkeergarages. In 2013 werkten 171.700 medewerkers -- of negen op de tien personeelsleden -- voor de bouwafdelingen, die dat jaar met 34,6 miljard euro 86 procent van de groepsomzet in het laatje brachten.
...

Vinci is het grootste bouwbedrijf ter wereld. Er zijn drie onderdelen: Vinci Construction, Vinci Energies en Eurovia, dat is gespecialiseerd in transportinfrastructuur, zoals auto- en spoorwegen. Daarnaast haalt de groep inkomsten uit concessies op autowegen, luchthavens en parkeergarages. In 2013 werkten 171.700 medewerkers -- of negen op de tien personeelsleden -- voor de bouwafdelingen, die dat jaar met 34,6 miljard euro 86 procent van de groepsomzet in het laatje brachten. Maar de bijdrage van de bouwdivisies aan de bedrijfskasstroom (ebitda) bedroeg slechts 1,9 miljard euro op een totaal van 5,6 miljard euro voor 2013 (34 %). De bouwactiviteit is erg cyclisch, met flinterdunne marges (ebitda-marge van 5,5 %). Dit jaar stond de rendabiliteit van de bouwafdelingen nog meer onder druk, zodat het aandeel van die activiteiten in de winst voor 2014 wellicht daalt richting een kwart. Gelukkig is er die andere poot waarin Vinci ook 's werelds nummer één is: de concessies op 4386 kilometer autosnelwegen, anderhalf miljoen parkeerplaatsen en 23 luchthavens. Die business is niet alleen een stuk rendabeler, maar ook veel minder recessiegevoelig. De concessies leverden vorig jaar 14 procent van de omzet op, maar ze zorgden wel voor 63 procent van de ebitda. Dit jaar wordt dat dus mogelijk 70 à 75 procent. De concessies leveren vooral zeer hoge winstmarges op (63 % ebitda-marge). De ebitda-marge van de concessies op de Franse autosnelwegen bedroeg vorig jaar zelfs 70 procent. Een bedreiging is dat het verkeer op die autowegen begint af te nemen. Daarom zet de groep in op luchthavens als groeipool. De luchthavenconcessies in Frankrijk, Portugal en Cambodja zijn nog te klein in omvang (dit jaar naar verwachting 700 miljoen euro op een groepsomzet van 39 miljard euro), maar ze zijn wel zeer winstgevend met een ebitda-marge van 44 procent voor 2013. In Frankrijk en Portugal heeft Vinci telkens tien regionale luchthavens, in Cambodja heeft het er drie. Groei zoeken buiten Frankrijk is de meest cruciale opgave voor de groep. Vorig jaar kwam nog 62 procent van de omzet uit Frankrijk en 80 procent uit West-Europa. De sterke afhankelijkheid van Frankrijk is de achilleshiel van Vinci. Het werkt al geruime tijd aan de internationalisering van zijn activiteiten. De stijging van het orderboek op 30 september (+1,2 % op jaarbasis) is te danken aan internationale orders. De zwakte van de Franse economie weegt duidelijk op de waardering. Vinci noteert minder dan 12 keer de verwachte winst voor 2014 en tegen een verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda) van 7. Vinci betaalt jaarlijks een stabiel en aantrekkelijk dividend van meer dan 4 procent bruto. DANNY REWEGHS