Een kritische "vierspraak" over het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met minister Baldewijns, een planoloog en vertegenwoordigers van de Bouwfederatie en het Algemeen Eigenaarssyndicaat.
...

Een kritische "vierspraak" over het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met minister Baldewijns, een planoloog en vertegenwoordigers van de Bouwfederatie en het Algemeen Eigenaarssyndicaat.De ruimtelijke ordening is verre van Vlaanderens grote trots. Grootschalige verkavelingen, een pseudo-boerderijencultuur en lintbebouwing bepalen het uitzicht van het Vlaamse landschap. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) wil tekenen voor een trendbreuk. TWEEKAMP.Het plan heeft al heel wat inkt doen vloeien en lippen in beweging gezet. Vanaf 1 december is het woord aan de bevolking. Dan start immers de grootscheepse inspraakcampagne. Immo Trends verzamelde enkele specialisten die de geboorte van het Structuurplan met uiteenlopende gevoelens tegemoet zien. Minister Eddy Baldewijns (SP) is bevoegd voor Ruimtelijke Ordening. Hubert Moriau is voorzitter van het Algemeen Eigenaarssyndicaat (AES). Hij bekijkt het plan door de ogen van de kleine eigenaars. Marc Dillen, secretaris-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), dient indirect het belang van de infrastructuur en de bakstenen. Frank D'Hondt is stedenbouwkundige bij de Benelux Economische Unie. Dichter bij huis is hij voorzitter van de Vlaamse Federatie voor planologie. Hij spreekt in naam van de "ruimte". IMMOTRENDS. Het Structuurplan zal een algemene visie weergeven op het gebruik van onze ruimte tot het jaar 2007. Een ambitie die de beleidsverantwoordelijken al verschillende jaren koesteren... MINISTER EDDY BALDEWIJNS. Het idee van structuurplanning is inderdaad niet nieuw. De eerste die echt de hand aan de ploeg heeft geslagen, is mijn voorganger TheoKelchermans, die de "Gewenste Ruimtelijke Structuur voor Vlaanderen" uitwerkte. Beantwoordt een structuurplan aan een behoefte ? Ik denk het wel. We kunnen niet eindeloos insnijden op de open ruimte. We zijn genoodzaakt de functies een beetje te verweven. Dit heeft ons geleid naar een bepaalde visie. We gaan uit van het principe van de gedeconcentreerde bundeling. Waar staan we nu concreet ? We hebben een plan opgemaakt dat we vanaf 1 december aan een openbaar onderzoek zullen onderwerpen. Het gewestelijk plan zal bovendien verfijnd worden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Al die denkoefeningen rond ruimtelijke ordening zijn voor mij al een belangrijke doelstelling op zich. Een gedeelte van het plan is echt bindend voor alle openbare instanties. Een tweede luik zal een indicatief karakter hebben waar enkel op gemotiveerde wijze van afgeweken kan worden. Een derde gedeelte is louter informatief. Om een juridische basis aan het plan te geven, hebben we een planningsdecreet gemaakt dat reeds in het Staatsblad gepubliceerd werd. Er heerst een soort voorzichtige consensus over de noodzaak van een coherente ruimtelijke planning. De globale ruimtelijke balans krijgt evenmin veel tegenwind.FRANK D'HONDT. Voor het eerst in twintig jaar hebben we inderdaad niet zoveel opmerkingen. We kunnen alleen maar toejuichen dat de Vlaamse regering eindelijk de daad bij het woord voegt. Vlaanderen wil afstappen van het beleid à la carte, en overstappen naar een meer planmatig beleid. We hopen alleen dat dit gepaard gaat met de nodige middelen, zowel op organisatorisch, juridisch, financieel en communicatief vlak. We moeten wel opletten dat het structuurplan niet te laat komt. Er bestaat een gezegde dat luidt : de operatie is geslaagd, de patiënt is gestorven. MARC DILLEN. Ik denk dat dit soort wetgevingen pluspunten heeft. Zeker omdat er een visie met doelstellingen achter schuilt. Positief is eveneens dat men de behoeften inschat en duidelijk stelt in welke gebieden nog economische ontwikkelingen mogelijk zijn. Anderzijds mag je niet blind zijn voor mogelijke neveneffecten. Als je een trendbreuk wil doorvoeren, impliceert dit dat je met een nieuw instrument zit. Dit heeft zijn proefperiode nodig. HUBERT MORIAU. Nu zegt men triomfantelijk : "We hebben eindelijk een visie". Ik denk dat de planologen hun voorgangers naar het kerkhof aan het dragen zijn en ze zelfs geen mooie uitvaart gunnen. Toen men de gewestplannen maakte, lag er ook een visie aan ten grondslag. Je kan wel stellen dat de filosofie gewijzigd is. Een van de vroegere basisideeën was dat men alle functies moest scheiden. Nu dienen ze verweven te worden. Hadden we vroeger een stedenbouw à la carte ? Neen, althans niet indien men de wetgeving goed had toegepast. Als ik nu het nieuwe structuurplan lees, zie ik regelmatig dat de 'ruimtelijke draagkracht' het criterium is waar alles op gebouwd moet worden. Men kan dit begrip echter niet goed definiëren, dus zegt men : we zullen dit geval per geval moeten bestuderen. Bestaat er iets meer à la carte ? BALDEWIJNS. Als we stellen bezorgd te zijn over de ruimtelijke planning, wil dit zeggen dat we effectief een eind op weg willen gaan in die visie. Concreet hebben we in de begroting 120 miljoen extra voorzien. Gewestplannen die nu gewijzigd worden, toetsen we bovendien reeds aan de gewenste ruimtelijke structuur. Ik heb nooit gezegd dat de wetgeving die we hadden een slechte wetgeving was. Ze werd misschien te dikwijls gewijzigd waardoor ze niet altijd even overzichtelijk meer was. Een openbaar onderzoek organiseren naar een algemene visie over hoe Vlaanderen er moet uitzien, is geen sinecure. Kan de bevolking hier eigenlijk wel iets zinnigs over zeggen ?DILLEN. Zo'n onderzoek lijkt me inderdaad moeilijk te voeren. Er wordt een zeer complexe terminologie gebruikt. Zal de burger dit begrijpen ? Zal hij kunnen inschatten wat de concrete gevolgen zijn voor hem ? Bovendien zitten we met een drietrapsprocedure. We zien nog maar een stukje van het verhaal. Het provinciaal en gemeentelijk niveau zullen later ingevuld worden. Ik hoop dat het openbaar onderzoek niet de weg opgaat van het Mina-plan. Hierop kwamen in totaal 38 reacties. Deze materie ligt de burger natuurlijk wel nauwer aan het hart en aan de portemonnee. MORIAU. Eerlijk gezegd : uw plan frustreert mij. Dit is geen document waarover de gewone man zich kan bezinnen. Ikzelf val heel regelmatig op zaken waarbij ik zeg : ik versta dat niet. Het is erger dan een universaire syllabus lezen van een prof waar ik niet graag les van had. Een aantal zaken beangstigt mij. Ik herinner mij dat toenmalig minister De Batselier naar aanleiding van de herrie rond de Groene Hoofdstructuur zei : "Nooit of nooit leg ik nog een plan ter inzage". En nu merk ik inderdaad dat er wel een openbaar onderzoek is, maar geen plan. We krijgen alleen een hoop abstracte begrippen voorgeschoteld. Het plan spreekt bijvoorbeeld in termen van 'zoveel procent woningen in stedelijke gebieden, zoveel in open ruimte' en men koppelt hier dichtheden aan. Waarom kan men niet gewoon zeggen : "We streven naar een gemiddelde perceeloppervlakte van 400m², waar die nu 900m² is ?"D'HONDT. Ik stel mij eigenlijk eveneens de vraag waarom men heeft gekozen voor een openbaar onderzoek. Overschat men de burger niet ? Men vraagt zijn mening over iets wat hij niet kan bevatten. Namelijk de ruimtelijke ordening van een hele regio, terwijl hij meestal niet verder kijkt dan zijn eigen huis en voortuintje. Openbaar onderzoek doe je rond concrete uitvoeringsplannen. BALDEWIJNS. We spreken ons uit over waar we met onze omgeving naartoe willen. Als er één materie is waarover de mensen hun mening moeten kunnen geven, is het wel deze. Ik zeg niet dat elke burger de terminologie zal begrijpen. Een openbaar onderzoek is ook de gelegenheid voor allerlei instanties die bepaalde bevolkingsgroepen vertegenwoordigen om hun stem te laten horen. Het is wel heel belangrijk dat er een degelijke informatiecampagne op gang gebracht zal worden. Onze administratie verwacht heel veel reacties. Of we in de fout gaan door geen echt plan voor te leggen ? Hier hebben we niet te maken met een bestemmingsplan, maar met een planningsvisie op termijn. Er wordt een evenwicht gezocht tussen de stedelijke centra en het buitengebied. Het plan stelt dat Vlaanderen tot 2007 nood zal hebben aan 400.000 supplementaire woningen, 60 % hiervan moet in de stedelijke kernen gerealiseerd worden, de overige 40 % in het buitengebied. Is zoiets effectief werkbaar ?DILLEN. Ik heb er mijn twijfels bij en vrees voor bepaalde neveneffecten. Als we de verdeelsleutel combineren met andere aspecten zoals gemiddelde grootte van de percelen en woondichtheid, dan zou het wel eens kunnen dat wonen op de buiten aantrekkelijker wordt, en bijgevolg duurder. De minder koopkrachtige gezinnen zullen verplicht worden in de steden te wonen. Men wil een stedelijke dynamiek op gang brengen, maar we lopen minstens het risico op een tegengesteld effect. BALDEWIJNS. Ik zou toch voorzichtig zijn met het koppelen van sociale bedenkingen aan ruimtelijke ordening. We zijn niet op een arbitraire manier aan de gegevens gekomen. We zijn evenmin van plan het grote ruimtelijke bloedbad van Vlaanderen te organiseren. In totaal zal er slechts zo'n 4 tot 5 procent van de ruimtebestemming verschuiven. Gaat de stad minder of meer aantrekkelijk worden ? Ik kan u alleen maar zeggen dat deze regering veel inspanningen doet om het stedelijk weefsel te versterken. Dagelijks zie ik dat de bevolking hier heel positief op inspeelt. Als ik een lintje ga doorknippen voor een doortocht in een kern, zie ik dat niet alleen de openbare weg verbeterd is. De bewoners hebben de neiging om hun eigen patrimonium eveneens te verfraaien. Ik wil tenslotte nog onderstrepen dat je een sociale problematiek niet kan corrigeren met ruimtelijke ordening alleen. Aan de grondslag van het plan liggen basishypothesen. Wat gebeurt er als de situatie eensklaps verandert ?BALDEWIJNS. De concrete inkleuring van de bestemmingen zal worden bepaald in de uitvoeringsplannen die gewijzigd kunnen worden. Zonder dat dan onmiddellijk aan de grote lijnen van het Structuurplan geraakt moet worden. We zijn van plan om te anticiperen op de behoeften en niet te wachten tot ze plotseling ontstaan. Na vijf jaar bekijken we waar het Structuurplan eventueel bijgestuurd moet worden. Bovendien is de horizon het jaar 2007. Dan zal er een grondige evalutatie gemaakt worden. Er is eveneens een zekere flexibiliteit ingebouwd bij de behoeftenberekening. Een deel berust sowieso op gezond verstand. Op het einde van de rit moeten we de ruimtebalans zoals we ze voor ogen hadden, kunnen behalen. D'HONDT. Ik heb toch een opmerking bij de vraag rond flexibele planning. Flexibiliteit tout court wil eigenlijk zeggen dat je je aanpast à la carte. Flexibiliteit is echter eigen aan strategische planning. Het is ondenkbaar dat je op korte tijd alles weer zou herzien. Een visie heeft tijd nodig om door te dringen. Dan pas zal het effect hebben. Het Structuurplan symboliseert een globale langetermijnvisie. Een zekere abstractheid is hier onvermijdelijk mee verbonden. Spreekt het plan zich eveneens uit over meer concrete elementen ?MORIAU. Ik was blij toen u als minister zei dat u bereid was om bouwovertredingen meteen zwaar aan te pakken. U durfde met de vuist op tafel slaan. Ik heb het ontzettend moeilijk met de onzekerheid die de mensen treft bij het aankopen van een grond of huis. Overweegt u ook een herorganisatie van de stedenbouwkundige diensten ? Mijns inziens zijn het onder meer de lange wachttijden op bouwdossiers die hebben gezorgd voor heel wat overtredingen. BALDEWIJNS. U hebt overschot aan gelijk als u zegt dat de rechtszekerheid van de betrokkenen niet op de proef gesteld mag worden. Ik ben me bewust van de noodzaak om de termijnen voor het afleveren van vergunningen in de hand te houden. Ik doe hier grote inspanningen voor, onder meer door een gedeelte van de overlast die in de gedecentraliseerde diensten bestaat te vermijden. We hebben zo de reglementering voor kleine bouwwerken herzien. Thema's als verjaring, planschade en zonevreemde bebouwing blijven "hot items" in de discussie rond ruimtelijke ordening...MORIAU. Ik denk dat men menselijkerwijze een zekere verjaringstermijn moet voorzien, anders gaan we zeer grote problemen tegemoet. Ik ken gevallen van bouwvergunningen waarvan er op de administratie geen spoor meer te vinden is. De eigenaar kocht een huis zonder dat de vergunning werd meegegeven. Het wordt dan zeer moeilijk te bewijzen of deze woning wel of niet vergund was. Als de naaste omgeving er zich X aantal jaren nooit aan gestoord heeft, moet je kunnen zeggen dat dit dossier verjaard is. Weet u trouwens dat tachtig procent van de burenruzies via stedenbouw uitgevochten wordt ? BALDEWIJNS. Ik spreek me zeker niet uit over een verjaringstermijn. Er zijn altijd wel bewijzen te vinden om je gelijk aan te tonen. Het is inderdaad zo dat vele misdrijven die vroeger gebeurd zijn, terug opgerakeld worden naar aanleiding van burentwisten. Je moet de zaken realistisch evalueren. Maar als er flagrante misdrijven gepleegd werden, dan moet je kunnen optreden. Je mag de problematiek van de bouwmisdrijven trouwens niet overdrijven. 95 procent van de Vlamingen is met al deze dingen in orde. DILLEN. Hoe ziet men de uitdoving die voorzien wordt bij zonevreemde bebouwing in de praktijk ? MORIAU. Ja, dat is een ander delicaat punt. Ik ken dossiers waar de eigenaar een woning heeft gekocht volgens alle regels van de kunst en nu opeens tot de bevinding komt dat zijn huis in een 'zonevreemd'-gebied staat. Ik ken tevens BPA's waar men instandhoudingswerken verbiedt om deze reden ! BALDEWIJNS. De mogelijkheid van herlokalisatie bestond reeds altijd, ook vandaag nog. We voorzien echter 500 hectare om historisch gegroeide situaties een oplossing te bieden. Maar wat als een bedrijf op een flagrante wijze de ruimtelijke ordening verstoort ? Moet je dit dan altijd toelaten en vergoelijken ? Neen. Dit moet een uitdovend effect hebben. In mijn ogen is ruimtelijke ordening niet een kwestie van hard of zacht met de vuist op tafel slaan. Het gaat er eerder om om correct en vastberaden op te treden tegen mensen die moedwillig bestemmingsgebieden verbrodden. E. Hens, S. Peeters, G. Wellens MINISTER EDDY BALDEWIJNS We zijn niet van plan het grote ruimtelijke bloedbad van Vlaanderen te organiseren. HUBERT MORIAU Dit Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is geen document waarover de gewone man zich kan bezinnen. FRANK D'HONDT Een visie heeft tijd nodig om door te dringen. Dan pas zal ze effect hebben. MARC DILLEN Kan de burger inschatten welke concrete gevolgen het plan voor hem inhoudt ?