Mijn wereld zijn de cijfers van de arbeidsmarkt. Ik druk werk en werkloosheid uit in maten en getallen. Ik ontwikkel tijdreeksen met op- en neergaande trends, schaarse pieken en diepe dalen. Ik vertaal ze in boordtabellen, opgefleurd met rode en groene knipperlichten. Ik maak projecties en hoop soms dat ze nooit werkelijkheid worden. Dat werk blijft me fascineren, omdat het zo veel leert over de kansen en de risico's in onze samenleving. De cijfers brengen reliëf in de complexe realiteit van de arbeidsmarkt. Af en toe zetten ze de politici en de sociale partners aan tot beleid op basis van bewijzen. Cijfers zijn het antidotum tegen dubieus buikgevoel.
...

Mijn wereld zijn de cijfers van de arbeidsmarkt. Ik druk werk en werkloosheid uit in maten en getallen. Ik ontwikkel tijdreeksen met op- en neergaande trends, schaarse pieken en diepe dalen. Ik vertaal ze in boordtabellen, opgefleurd met rode en groene knipperlichten. Ik maak projecties en hoop soms dat ze nooit werkelijkheid worden. Dat werk blijft me fascineren, omdat het zo veel leert over de kansen en de risico's in onze samenleving. De cijfers brengen reliëf in de complexe realiteit van de arbeidsmarkt. Af en toe zetten ze de politici en de sociale partners aan tot beleid op basis van bewijzen. Cijfers zijn het antidotum tegen dubieus buikgevoel. In het arbeidsmarktbeleid zijn cijfers uitgesproken probleemgestuurd. Ze worden gebruikt om risico's af te lijnen, zwakke plekken op te sporen en dreigingsniveaus te bepalen. Het is niet zo moeilijk de lezers van een column of de toehoorders van een voordracht met simpele data statistisch depressief te maken en hun het gevoel te geven dat het met de arbeidsmarkt nooit meer goed komt. Hier is de proef op de som: tien lukraak gekozen feiten die uw optimisme voor 2016 een deuk geven. Eén. In Vlaanderen is slechts 44,3 procent van de vijfenvijftigplussers aan het werk. De meerderheid is out. Twee. In het Brussels Gewest biedt slechts een kwart van de jongeren zich aan op de arbeidsmarkt, van wie 40 procent werkloos is. Drie. Steeds meer mensen leven in gezinnen waar niemand werkt. De stijgende kinderarmoede vindt daar haar oorsprong. Vier. De groep werkzoekenden die langer dan twee jaar werkloos is, is in Vlaanderen sinds 2010 toegenomen met 29 procent. Vijf. Scholing is een scherprechter. Slechts 50 procent van de laaggeschoolden is aan het werk, tegenover 83 procent van de hooggeschoolden. U houdt het nog? Zes. Met zijn arbeidsmarktprestaties geraakt Wallonië niet weg uit de staart van het Europese peloton. Zeven. Er zijn zo'n 120.000 Belgen van 20 tot 24 jaar not in employment, education or training of NEET. De helft is inactief en staat niet langer op onze radar. Acht. Sinds het crisisjaar 2008 ging 15 procent van de banen in de Vlaamse industrie teloor. Daar stond slechts een groei met 5 procent van de commerciële diensten tegenover. Negen. Van de burgers die zijn geboren buiten de EU27, is nog niet de helft aan het werk. Tien. In België zijn er 145.000 banen bij gekomen sinds 2011 in het hoogste kwintiel van de loonverdeling. In elk van de vier lagere schalen kromp het banenaanbod. De onderkant wordt stilaan de zijkant van de arbeidsmarkt. Zo staan de lichten weer helemaal op rood voor het nieuwe jaar. De prioriteiten zijn gescherpt. Maar we moeten beseffen dat die probleemgestuurde lezing van cijfers ook risico's inhoudt en zelfvervullende voorspellingen creëert. Zodra de jeugdwerkloosheid de grens van 20 procent nadert, spreken we van een verloren generatie. Daardoor beginnen schoolverlaters zich ook zo te gedragen. Niemand kijkt dan nog naar de 80 procent die wel werkt. Zodra we merken dat 55 procent van de vijfenvijftigplussers niet aan de slag is en de werkloosheid bij die groep toeneemt, spreken we van kansloosheid en uitstoting. Wat de hoop van velen om toch actief te blijven de kop indrukt. Niemand die er dan nog bij stilstaat dat het aantal werkende vijfenvijftigplussers meer dan verdubbeld is sinds de eeuwwisseling. Tienduizenden hebben bewezen dat ze kansen kunnen grijpen. Een obstinate focus op rood is een afwijking die de toekomst onnodig donker kleurt. Bij een rood licht stopt iedereen. We moeten daarom meer leren te koesteren waar we sterk in zijn en kijken naar de vooruitgang die we boeken. Dat kan ons tanende vertrouwen in de maakbaarheid van de maatschappij en de arbeidsmarkt nieuw leven inblazen. Ik neem mij daarom voor me in 2016 meer naar de groene lichten te richten. Ik neem me ook voor meer naar de mensen achter de cijfers te kijken. Ook al zitten ze in de verkeerde cel van de tabel, het gaat om mensen met talenten en kansen, met een missie en een boodschap. Pas op de dag dat we dat niet langer geloven, gaat het goed fout op de arbeidsmarkt. Ik neem me voor niet alleen te schrijven over wie uit de boot zijn gevallen en meer te luisteren naar de verhalen van wie weer aan wal zijn geklauterd. Die verhalen zijn leerrijk voor wie nog in het water dobbert. Als u Work Action Heroes van Fons Leroy gelezen hebt, zult u de positieve kracht daarvan begrijpen. Ik wens u allen een voorspoedig 2016. Mag het een jaar zijn waarin u veel kansen krijgt en nog meer kansen creëert.De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. LUC SELSEen obstinate focus op rood is een afwijking die de toekomst onnodig donker kleurt.