"Zo goed als elke dag, het mag nog zo laat zijn, breng ik minstens een halfuur tot drie kwartier door in mijn bibliotheek. Er staan ongeveer vijfduizend exemplaren. Kort geleden heb ik nog waskuipen vol boeken weggedaan, het moeten er wel duizend zijn geweest. Dat ga ik nooit meer doen. Niet dat ik er spijt van heb, ze zijn vertrokken naar goede bestemmingen. Maar intussen staan alle rekken opnieuw propvol. Hier en daar in dubbele rijen.
...

"Zo goed als elke dag, het mag nog zo laat zijn, breng ik minstens een halfuur tot drie kwartier door in mijn bibliotheek. Er staan ongeveer vijfduizend exemplaren. Kort geleden heb ik nog waskuipen vol boeken weggedaan, het moeten er wel duizend zijn geweest. Dat ga ik nooit meer doen. Niet dat ik er spijt van heb, ze zijn vertrokken naar goede bestemmingen. Maar intussen staan alle rekken opnieuw propvol. Hier en daar in dubbele rijen. "Mijn huisgenoten mijden mijn bibliotheek schroomvallig. Ze zijn er welkom, maar ze weten dat die ruimte voor mij een bijzondere plaats is. Als ik hier binnenkom en de deur achter mij dichttrek, worden mijn boeken als het ware levende wezens. Ik stap langs de leggers, neem er een boek uit, lees drie lijntjes of een paragraaf, neem een volgend boek en ga zo door. Of ik ga zitten en lees een paar pagina's voor het slapengaan. Dit is voor mij een plek waar het universum zich op een bijzondere manier aan mij toont." "Wat hier zoal staat: delen uit de Loeb Classic Library, dat zijn de belangrijkste werken uit de Oudgriekse en Latijnse literatuur. De Norton-uitgave van het oeuvre van Shakespeare. Een reeks van klassieke Indiase literatuur. De Tatti Renaissance Library. Maar ik lees ook een werk over de rol van Kissinger en Nixon in de Cambodjaanse oorlog, en een boek van Stephan Jay Gould over de evolutiebiologie. Wij hebben allemaal onze waanbeelden. Een van de mijne is dat ik ooit de rust en de tijd zal vinden om dat allemaal uit te lezen. Bijlange niet alle boeken lees ik tot de laatste letter. Als ik de grote ideeën snap, ben ik tevreden. Daar gaat het om voor mij: samenhang vinden, iets begrijpen, interessante verbanden ontdekken. "Ik geef les aan de universiteit. Daar zeg ik aan mijn studenten: als arts en vertrouwenspersoon moet je met de patiënt in dialoog gaan. Maar ook met de wereld moet je in dialoog gaan. Wie de onderstroom wil kennen van wat in een maatschappij omgaat, vindt dat het meest accuraat verwoord in de cultuuruitingen van de menselijke soort. De Britse wetenschapper en schrijver C.P. Snow sprak in de jaren vijftig over de two cultures: de gescheiden werelden van de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen. Met mijn bibliotheek probeer ik die scheiding te overbruggen. Want we hoeven niet naïef te geloven in de almacht van de harde wetenschap. "Literatuur zie ik als een middel waarmee je dingen kunt zeggen die anders moeilijk gezegd kunnen worden. Literatuur kan beelden van de werkelijkheid creëren die je in wetenschappelijk jargon niet of heel moeizaam kunt vertolken. Al grijp ik veel minder naar romans dan vroeger. Korte verhalen en poëzie lees ik nog wel. Dat heeft te maken met een gebrek aan tijd. Dikke romans houd ik voor de vakanties." "Ik bewaak mijn budget, want boeken verzamelen is gevaarlijk, je kunt zo een gat in je hand krijgen. Echt antiquarische uitgaven heb ik niet. Als je daaraan begint, schieten de bedragen de hoogte in. Ik bezit wel een eerste uitgave van Albert Camus' Le mythe de Sisyphe en een facsimile van de Bijbel van Luther, maar van dat geld ga je niet eens met zijn tweeën op restaurant. "Je zou kunnen zeggen: koop voortaan e-books, dan heb je nooit meer plaatsgebrek. Maar ik kan dat niet. De moderne informatietechnologie is natuurlijk geweldig. Maar ik moet die boekruggen zien, die bladzijden betasten, het papier horen ritselen." FILIP HUYSEGEMS, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS