Misschien was 23 maart 2007 het kantelmoment waarop de prille democratie in Congo afgleed naar een nieuwe dictatuur. En dat is geen goed nieuws voor bona fide investeerders die uitkijken naar opportuniteiten bij de heropbouw van dit immense land.
...

Misschien was 23 maart 2007 het kantelmoment waarop de prille democratie in Congo afgleed naar een nieuwe dictatuur. En dat is geen goed nieuws voor bona fide investeerders die uitkijken naar opportuniteiten bij de heropbouw van dit immense land. Heeft president Joseph Kabila de ware aard van zijn regime getoond door zijn aartsrivaal en leider van de oppositie Jean-Pierre Bemba aan te klagen wegens 'hoogverraad'? De machthebbers in Kinshasa zullen het geweer van schouder moeten veranderen. Dat geldt ook voor de internationale gemeenschap, die volgens onze minister van Buitenlandse Zaken, Karel de Gucht (Open VLD) een sterkere en begeleidende rol moet spelen. Tot nog toe waren de hevigste pleitbezorgers van democratie veeleer wegbereiders van een neomoboetisme. Ongewild? Of zijn ze naïef? De internationale gemeenschap had in Congo één topprioriteit: politieke stabiliteit nastreven. Ze had, althans in haar officieel discours, nauwelijks oog voor de economische ontwikkelingen. Nochtans was de drijfveer voor een regimewissel in het toenmalige Zaïre louter economisch. Heel concreet ging het erom greep te krijgen op de bodemrijkdommen, in het kader van herstructureringen in de wereldwijde mijnsector. Die consolidatiebeweging werd voor het grote publiek verbloemd met nobele doelstellingen: hervatting van ontwikkelingshulp en het neertellen van 450 miljoen euro voor de duurste verkiezingen ooit. Een ogenschijnlijk geslaagde operatie die westerse politici en zakenkringen euforisch maakt. De westerse strategen dreigen echter de regie kwijt te raken, omdat ze in hun eigen contradicties verstrikt zitten. Afrikaanse sluwheid haalt het van de economische berekeningen in het Westen. Mobutu was daar een meester in, Mugabe van Zimbabwe ook. Nog geraffineerder dan genoemde dino-saurussen, zijn Kagame van Rwanda, Museveni van Oeganda en Dos Santos van Angola. De plaatselijke elites gebruiken hun grondstoffen als chantagemiddel en westerse hoofdsteden gaan dan gauw, zoals in Angola, tegen die 'sterke regimes' aanschurken. De gevolgen van het kwijtspelen van de regie in landen als Angola en Congo zijn op termijn uiteraard groter dan in het kleinere Oeganda of Rwanda. Congo is goed op weg om zich het Angolese model eigen te maken: een systeem waarbij grondstoffen, in samenspel met mijnexploitanten, de machtsbasis van de zittende elite versterken. De internationale gemeenschap moedigt een ontluikende ' democratuur' aan door dit economische machtsspel op zijn beloop te laten. Brussel kan zich opwinden over het feit dat Bemba er een privémilitie op nahoudt, maar dit gebeurde met toestemming van de internationale gemeenschap. Zij is mee verantwoordelijk voor bloedige confrontaties in Kinshasa, een stad met evenveel inwoners als Sierra Leone of Rwanda. Zij gaf geen krimp toen westerse ambassadeurs onder vuur lagen van het leger van Kabila. Zij kneep de ogen dicht toen in Beneden-Congo honderden doden vielen. Zij zwijgt over de veroordeling wegens 'hoogverraad' van mensenrechtenadvocaat Marie-Thérèse Nlandu. En zij belet dat we te weten komen wie echt profiteert van de mijncontracten, die meer zouden opbrengen voor de bevolking dan een drie- of viervoud aan ontwikkelingshulp. Erik Bruyland