Het aantal overdrachten in België is sinds 2009 toegenomen, maar het ligt lager dan in 2007, vóór de crisis. Of de totale waarde van de overdrachten ook toeneemt, is moeilijk te zeggen, want de prijs voor een overdracht wordt niet altijd bekendgemaakt. Pierre Walkiers ziet in het economische klimaat vier parameters die het aantal overdrachten beïnvloeden. De rentevoet van de centrale bank is er één van, en die duikt historisch laag. Ook voldoende liquiditeit in de markt (bij bedrijven, banken, private-equityfondsen ...) is gunstig, wat nu absoluut het geval is.
...

Het aantal overdrachten in België is sinds 2009 toegenomen, maar het ligt lager dan in 2007, vóór de crisis. Of de totale waarde van de overdrachten ook toeneemt, is moeilijk te zeggen, want de prijs voor een overdracht wordt niet altijd bekendgemaakt. Pierre Walkiers ziet in het economische klimaat vier parameters die het aantal overdrachten beïnvloeden. De rentevoet van de centrale bank is er één van, en die duikt historisch laag. Ook voldoende liquiditeit in de markt (bij bedrijven, banken, private-equityfondsen ...) is gunstig, wat nu absoluut het geval is. Het beursklimaat zelf is eveneens een belangrijke parameter. Op dat vlak kunnen we over de voorbije twee jaar niet klagen. De BEL20-index nam de laatste zes maanden zelfs met gemiddeld 25 procent toe. Tot slot speelt het vertrouwen in de economie mee. Last but certainly not least, want dat vertrouwen weegt voor 50 procent door als criterium voor een gunstig economisch klimaat, oordeelt Walkiers. Niet verwonderlijk, want een bedrijf overnemen kost geld dat je in de toekomst moet terugverdienen. En hopelijk meer. Johan Vandenbroeck vult aan dat een gunstig economisch klimaat zowel verkopers als kopers bekoort. In die laatste categorie hebben, naast industriële kopers, vooral de private-equityfondsen honger. Zoals al eerder gezegd zijn die vooral uit op voldoende rendement en ze stemmen de samenstelling van hun fonds daarop af. Toch niet te snel hoera roepen: een gunstig economisch klimaat betekent niet dat eender welk bedrijf gemakkelijk te verkopen valt. Vandenbroeck wijst op de key performance indicators (KPI's) in de koopbare bedrijven, die voor zowel industriële kopers als private-equityfondsen belangrijk blijven. Het over te nemen bedrijf kan ook maar beter gezond zijn: strategisch, tactisch-operationeel, juridisch en financieel. Of dat het geval is, zal blijken uit de due diligence van het bedrijf. Een gunstig beursklimaat kan wel via de zogenoemde multiples de prijs van een overdracht positief beïnvloeden. Multiples of beursratio's zijn de becijferde waarde van beursgenoteerde sectorgenoten, of van eerdere soortgelijke overdrachten. Ze worden mee als maatstaf gebruikt bij de overdracht van grote(re) ondernemingen. Paul Van Hooghten vermeldt dat tot 2007 zowat 90 procent van alle overdrachten na de waardering en de onderhandelingen een definitief beslag kreeg (closing). Tegelijk waren de gevraagde of geboden prijzen vaak irrationeel hoog, onder meer door het uitspelen van meerdere kopers tegen elkaar (auction- of veilingprincipe). Van Hooghten merkt dat intussen M&A-processen langer duren en behoedzamer gebeuren. Maar prijsdiscussies, die kunnen fors oplaaien. De resultaten van een M&A-proces werden de voorbije jaren hoe dan ook realistischer. Veel hangt ook af van waar we ons op de golf bevinden. Jean-Pierre Blumberg licht toe dat er sinds het begin van de twintigste eeuw zes golven van overdrachten zijn geweest. De vierde piekte aan het eind van de jaren 80, de vijfde eindigde met de dotcomzeepbel, en de zesde vond plaats in 2007. Onder meer de plaats in de golf bepaalt of we ons in een kopersmarkt dan wel in een verkopersmarkt bevinden. Op dit moment, vanwege de crisis, bevinden we ons veeleer in een kopersmarkt. Voor Johan Vandenbroeck is er nog een evolutie: er duiken in het M&A-proces nuances en verschillen op tussen landen en sectoren. Hij merkt ook dat best wel wat bedrijven een gedateerd businessplan hanteren. Daarmee bedoelt hij niet zozeer dat het businessplan wat ouder is, maar veeleer dat het niet op de toekomst of op een nieuwe manier van zakendoen is gericht. Bedrijven met een indrukwekkend trackrecord en een toekomstgericht businessplan, die doen het bij een overdracht doorgaans beter. Wil je je bedrijf verkopen, breng dan de waardevolle elementen (value drivers) goed in beeld. Dat lijkt evident, maar het is volgens Vandenbroeck gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe dat komt? Wel, de aandeelhouder of manager van een kmo fietst dikwijls met de neus te dicht op het stuur. Bovendien kunnen achterhaalde of emotionele overwegingen het zicht belemmeren. Sommige winstgevende activiteiten zou een aandeelhouder 'nooit of te nimmer afstaan', en andere overwaardeert hij. Velen onderschatten ook de 'waarde' van een management van hoge kwaliteit. Breng alle onzekerheden in kaart en knoop zo veel mogelijk losse eindjes vast. Paul Van Hooghten beseft dat wie dat allemaal nog tijdens een M&A-proces moet doen, de koper gedroomde argumenten aanreikt om de prijs te drukken. Strikt genomen houd je ook als je niet aan verkopen denkt het bedrijf het best in een optimale gezondheid. Geregeld zelf een juridische doorlichting van je bedrijf (laten) maken is geen verloren moeite of tijd en getuigt zelfs van professioneel management. Kopers van hun kant kunnen overigens maar beter hun hand niet overspelen. Zeker tijdens een veilingproces laten ze zich weleens op sleeptouw nemen door overmoed en competitiegeest.