Houd de dief
...

Houd de diefHet overrompelende karakter van de zich snel ontwikkelende informatiemaatschappij onttrekt het zicht op een aantal strafrechtelijke uitdagingen. "De vraag is of het huidige strafrecht in staat is om aan deze uitdagingen tegemoet te komen," vraagt jurist Patrick Van Eecke ( KU Leuven) zich af in Criminaliteit in cyberspace. Onder die titel herkneedde hij zijn onderzoeksrapport, dat hij opstelde in opdracht van minister van Justitie Stefaan De Clerck. In zijn voorwoord schrijft de minister : "We beseffen zeer goed dat het publiek en het bedrijfsleven pas vertrouwen zullen hebben in het gebruik van telecommunicatienetwerken als voor een adequate beveiliging gezorgd wordt en dat daarvoor cryptografie de beste oplossing biedt." Aan codering en versleuteling kleeft evenwel een fundamenteel nadeel, beseft de minister : "Maar aan de andere kant mag dat niet ertoe leiden dat de onderzoeksrechters in hun strijd tegen de misdaad buitenspel gezet worden." Al meteen in het voorwoord worden we met de neus op concrete obstakels gedrukt. Dat belooft. Van Eecke lost die belofte ook relatief sterk in. Het blijft relatief, omdat hij zich door een omvangrijk veld van wettelijke lacunes moet ploegen. Niettemin weet hij heldere conclusies te vellen. Om daartoe te komen, splitst hij de laakbare en misdadige feiten op in twee categorieën : specifieke enaspecifieke telematicacriminaliteit.Uit zijn analyse blijkt dat het bestaande strafrecht in ruime mate voldoet om de aspecifieke telematicacriminaliteit aan te pakken. Kinderporno, onzedelijk gedrag en racisme (om maar enkele vaak genoemde thema's te noemen) zijn sowieso strafbaar. Of je dat op straat of Internet doet, verandert de zaak niet (al blijft de pakkans in cyberspace kleiner). Om specifieke telematicacriminaliteit te beteugelen, heeft België echter nog geen wetgevende stappen gezet. Een computerkraak is niet eens strafbaar. Denk maar aan de inbraak in de pc van voormalig premier Wilfried Martens. De kraker werd slechts veroordeeld voor diefstal van elektriciteit en het afluisteren van de telefoon. Ook op dit vlak heeft de Belgische justitie nog een lange weg te gaan. Niet-juristen wagen zich ook op dit gladde eis. Psycholoog en mediaspecialist Tobias De Pessemier concentreert zich in Vrijheid van expressie en informatie op het internet veeleer op de wet op persmisdrijven. Hij wijst tevens op websites van (erg) onfris allooi. De vraag of dit dan ook een onfris boek is, laat hij in het midden. Ten slotte vergeten we de leken niet. Wie nog leert surfen, kan nu ook terecht bij het Prisma-boek Internet Gids voor wereldwijd netwerken. In onze zoektocht naar een degelijke stap-voor-stapgids, gooit deze uitgave hoge ogen. LDD Patrick Van Eecke, Criminaliteit in cyberspace. Mys & Breesch, 121 blz., 790 fr. Tobias De Pessemier, Vrijheid van expressie en informatie op het internet. Academia Press, 111 blz., 635 fr. Jeroen Vanheste, Internet Gids voor wereldwijd netwerken. Het Spectrum/Prisma, 380 blz., 595 fr.