MEIR IS DE DRUKSTE
...

MEIR IS DE DRUKSTEMet 230.000 passanten per week staat de Antwerpse Meir aan de kop van de drukst bezochte commerciële aders in België. Hij wordt op de voet gevolgd door de Nieuwstraat (220.000 bezoekers) en de Vinave d'Ile in Luik (210.000). Daarna volgt een peloton bestaande uit Hasselt (Hoogstraat), Namen (rue de Fer), Gent (Veldstraat) en Brugge (Steenstraat) met ongeveer 150.000 voorbijgangers. Uit de studie die in de loop van de maand oktober door Fastigon werd uitgevoerd blijkt dat inwonersaantal in de wijde omgeving van een stad niet noodzakelijk vergelijkbare bezoekersaantallen oplevert. Fastigon lanceert dan ook het begrip prime catchment ratio: de verhouding van het aantal voorbijgangers tot het aantal inwoners in het onmiddellijke verzorgingsgebied. Dankzij die ratio krijgt men een idee van de manier waarop die handelskernen hun aantrekkingskracht uitoefenen. In Hasselt bedraagt die 2,3. Met andere woorden: het aantal bezoekers dat in de Hoogstraat komt rondslenteren, ligt meer dan twee keer hoger dan de bevolking van het onmiddellijk omliggende verzorgingsgebied. Brussel (Louizalaan: 0,1; Nieuwstraat: 0,2) en Kortrijk (0,5) scoren op dat vlak een erg laag. BREYNE VOOR BEGINNERSDe Woningbouwwet, de zogenaamde Wet-Breyne, dateert uit 1971 en moest een oplossing bieden voor de financiële en persoonlijke drama's die het gevolg waren van het faillissement van enkele bouwpromotoren. Die hadden grote voorschotten van hun klanten ontvangen voordat de bouwwerken voltooid waren.Volgens Dirk Meulemans, wetenschappelijk coördinator van de postacademische vastgoedopleidingen van de KULAK, ligt de oorsprong van tal van problemen met deze wet bij de onduidelijkheid over de toepassing ervan. In het geval van een nieuw gebouw moet het over een te bouwen of in aanbouw zijnde woning of appartement gaan. Een reeds voltooid gebouw valt buiten de wet. Een gebouw is voltooid wanneer de voorlopige oplevering heeft plaatsgevonden. Bovendien moet de woning 'normaal bewoonbaar' zijn. Rechtspraak heeft uitgewezen dat een woning 'normaal bewoonbaar' is als de resterende werken door een gemiddelde koper (doe-het-zelver) uitgevoerd worden uitgevoerd. De woning moet ook voor minstens de helft voor huisvesting bestemd zijn.Sinds 1993 is de Wet-Breyne ook van toepassing op verbouwingswerken aan bestaande panden. De totale prijs van de werken moet ten minste 80% bedragen van de verkoopprijs van het onroerend goed (gebouw en grond samen) en moet ook hoger zijn dan 750.000 frank. Ook hier moet het onroerend goed bestemd zijn voor huisvesting of een gemengde bestemming hebben.Voor meer info: biblo@biblo.be.VastgoedbarometerVertrouwen, maar ook behoedzaamheid. Dat is in essentie de grote tendens die af te leiden valt uit de Vastgoedbarometer die opgesteld werd door Survey & Action op vraag van DTZ Winssinger Tie Leung. Die halfjaarlijkse enquête geeft de verwachtingen weer van de verantwoordelijken uit de vastgoedsector over de evolutie van de conjunctuur en van het bedrijfsvastgoed. Een eerste vaststelling is dat de ondervraag iets pessimistischer zijn geworden over de Belgische en Europese conjunctuur (62% positief in april, 57% nu). Meer dan 70% verwacht een verhoging van de intresten in de nabije toekomst. In tegenstelling tot april 2000 vinden de bedrijfsleiders nu dat de toekomstige resultaten van hun onderneming hun vastgoedpolitiek niet zullen beïnvloeden (uitbreiding van oppervlakte, verhuizing, enzovoort) "Veel ondernemingen hebben hun uitbreidingsprojecten intussen al gerealiseerd," zegt directeur Laurent Degryse. Een ander interessant fenomeen is dat 39% van de ondervraagden zich verwachten aan een prijsstijging in de vastgoedsector op de drie segmenten: kantoren, retail en industrie. De grootste stijgingsverwachting ligt zich daarbij in de Leopoldwijk. Ondernemingen zullen wellicht terugkeren naar het stadscentrum.Met de ontwikkeling van de hogesnelheidslijnen zal de nabijheid van een station een troef worden.Met de grote tromV irgin (1500 vierkante meter) en Etam (950 vierkante meter) hebben zopas nieuwe verkooppunten geopend in het oude Monoprix-gebouw van Metz. Het gebouw stond sinds 1997 leeg en werd nu opgeknapt door Codic. Het gebouw was afgetakeld en had nauwelijks architecturaal belang. Codic brak alles af en bouwde er een handelspand. Architect Gérard Hypolite van het bureau Alpha Architecture greep voor dit project terug naar de grootwarenhuizen van het begin van de eeuw, maar gaf het gebouw tegelijk een elegant uitzicht dankzij de gebruikte materialen. Het gebouw van 3400 vierkante meter werd ontworpen om twee middelgrote winkels op vier verdiepingen te bevatten. De op de BXS genoteerde vastgoedonderneming Agridec heeft het volledige project verworven. Daarbij gaat het om haar eerste investering buiten onze landsgrenzen.