Voor de politieke diplomatie zei baron Georges Jacobs: "Dank u, ik niet". België was klein en zou internationaal een gansje blijven. De geboren diplomaat - bij de scouts van Saint-Louis was zijn totemnaam Pigeon Diplomate - paste zijn aanleg voor luisteren, kiesheid, zelfspot en onderhandelen toe bij UCB, en dat was bij de aanvang een slappe verliefdheid. Vandaag kan hij eens te meer trots zijn op zijn creatie: het aandeel stijgt de jongste dagen fors en Cimzia, een medicijn tegen de ziekte van Crohn, heeft glansrijk de fase-3-tests doorstaan.
...

Voor de politieke diplomatie zei baron Georges Jacobs: "Dank u, ik niet". België was klein en zou internationaal een gansje blijven. De geboren diplomaat - bij de scouts van Saint-Louis was zijn totemnaam Pigeon Diplomate - paste zijn aanleg voor luisteren, kiesheid, zelfspot en onderhandelen toe bij UCB, en dat was bij de aanvang een slappe verliefdheid. Vandaag kan hij eens te meer trots zijn op zijn creatie: het aandeel stijgt de jongste dagen fors en Cimzia, een medicijn tegen de ziekte van Crohn, heeft glansrijk de fase-3-tests doorstaan. "Ik arriveerde in 1970 bij UCB. Ik kwam van bij het Internationaal Monetair Fonds in Washington, waar ik verwend was geworden. Ik koos echter voor België en een gezin, want was jong getrouwd met Christine de Woot de Trixhe. UCB was een ticket om naar huis terug te keren en de chemie was volledig nieuw voor mij. Ik was jurist en econoom en wist absoluut niet of ik bij UCB zou aarden. Ik werd de eerste creditmanager van UCB en niemand wist goed wat dat betekende. Met die opgesmukte titel bezocht ik de verste uithoeken van België om geld te recupereren bij boeren, middenstanders en KMO'ers. Dat was een leerzaam contrast met het IMF, waarvoor ik bijvoorbeeld naar het Guinee van communist en bevrijdingsideoloog Sekou Touré trok, onder meer omdat ik Frans sprak. Ik was trots op de eerste achterstallige rekening van 20.000 frank die ik ophaalde bij een Brugse boer. De nederige opdracht was een leerschool voor de hiërarchie van een onderneming en de Belgische slimheid." Het kantoor van voorzitter Jacobs ademt een waardige welwillendheid. Eén schilderij breekt het minimalisme: een pastorale met geinig naakt. De baron heeft een stralend witte haardos en beweegt patricisch door de gangen van zijn hoofdkantoor. Het heeft geen directieverdiepingen of hiërarchische barrières. Een late uiting van basisdemocratie? Zo'n 43 jaar geleden volgde baron Jacobs, na de Flower Power van Berkeley, met de rugzak het hippiepad door Thailand en Cambodja. Als een kamikaze naderde hij de vlekkerige grensposten, bezet met guerrillero's. De fine fleur van Europa luncht vandaag met de voorzitter. Hoe vaak ritselt dan deze kwestie bij de cognac? Solvay en UCB delen de belangrijke aandeelhoudersfamilie Janssen, en toch heeft dat nooit geleid tot serieuze gesprekken over een fusie. Georges Jacobs: "Ik ben in mijn hele loopbaan twee keer binnengestapt bij Solvay. Maurice Lippens van Fortis zegt altijd: ' Pour danser le tango, il faut être deux'. De aandeelhouders, ook bij Solvay de familie Janssen, hebben om historische redenen frequent contact. Het management, de producten, de cultuur en de filosofie van de twee zijn meer dan ooit verschillend, vandaag zeker. Solvay koos om hybride te blijven - chemie én farma (zelfs eerder bulkchemie dan specialiteiten); wij zijn overgestapt van commodities naar niches. Kijk naar het UCB-hoofdkwartier en het gebouw van Solvay: bij ons glas, groen, moderniteit en openheid; bij Solvay slentert de traditie in de gangen. Toen wij aan de Louizalaan huisden - op de plaats waar nu het Conrad-hotel staat, op vijfhonderd meter van de Koninklijke Prinsstraat van Solvay - leken wij nog op elkaar. Ik zou trouwens liever fusioneren met een buitenlandse farmareus dan met een andere Belg, want je leert meer van vreemden dan van een buurman. De overname van het Britse Celltech in 2004, voor 2,25 miljard euro, beantwoordt aan die aandrang om culturen te mixen. Met de Britten erbij worden wij een kwieke biofarmagroep, met een product als Keppra voor het centrale zenuwstelsel, met Zyrtec en zijn opvolger Xyzal in antiallergica, en met kankergeneesmiddelen." De familie Janssen koestert een vrijzinnig koloriet en drukte decennialang haar stempel op de officieren en de piotten van de Belgische scheikunde: "De aandeelhouders Janssen kenden mijn katholieke familie en achtergrond en dat heeft nooit, maar dan ook nooit, een rem gezet op mijn loopbaan bij UCB," repliceert Georges Jacobs. Georges Jacobs begon bij wat toen nog werd gezien als dé katholieke bank: "Ja, bij KB Lux aan de fameuze rue Royale in Luxemburg. Mijn oom, Pierre Boonen, de voorzitter van Almanij en stichter van KB Lux, wou mij daar absoluut binnenhalen. Ik heb het slechts één jaar kunnen harden, want Luxemburg was toen oersaai. Mijn salaris was 8000 frank bruto. De personeelschef zei: 'je krijgt niet meer, want anders denkt iedereen dat ik je wil voortrekken omdat je een neef bent van de voorzitter'."UCB was in het begin van de jaren zeventig een weerkaatsing van een oude Belgische familie, typisch voor een kapitalisme desbonspèresdefamille. Georges Jacobs: "Daniel Janssen duidde als eerste enkele nieuwe doelwitten aan voor UCB. 'Het bedrijf moest in vier sectoren sterk staan en een Europese roeping waarmaken,' bepaalde hij, en dat was een deugddoende vooruitgang. Op dat moment was de familie Janssen de tweede aandeelhouder, met 17 %, na het Franse Rhône-Poulenc, met 20 %. De afdeling medicijnen stond voor 10 % van de omzet; ze was de bijkeuken van UCB en in handen van een knappe militaire ingenieur met oog voor de nieuwelingen bij UCB. Hij vroeg mij om de beheerscontrole van de farma te doen en ik ging akkoord, hoewel ik nog nooit een budget had opgesteld. Bij de farma stond ik dicht bij de top, leerde veel over strategische ontwikkeling en werkte aan het eerste vijfjarenplan van UCB. Ik keek eerder naar de kansen in de toekomst dan dat ik een extrapolatie maakte van de boekhoudgegevens, iets nieuws in België. Toch voelde ik me persoonlijk ongemakkelijk, en zocht een nieuwe werkkring. Ik leer graag bij en wilde om de drie jaar nieuwe zaken verkennen. "UCB had voor zijn jonge Europese ambities een klein geneesmiddelenbedrijf in Barcelona gekocht. De directeur verdween de dag na de verkoop en ik kon enkele maanden general manager worden van 250 werknemers. Die enkele maanden werden twintig maanden en ik leerde veel over de betrekkingen tussen een dochter en haar hoofdkantoor. Ik ervoer aan den lijve de frustraties van een expatriate. Na Barcelona werd ik op mijn 36ste algemeen financieel directeur van UCB en in 1982 directeur-generaal van de farma. Ik zag veel potentieel in de geneesmiddelen en mijn droom was dubbel: meer geld stoppen in het onderzoek en zelf starten in Amerika of er een overname doen. Om te slagen moesten de research en de marketing samen marcheren, begreep ik." In 1982 onderhandelde Georges Jacobs een voordelig contract met Pfizer voor de comarketing van Zyrtec (zie kader: Een memorabele lunch met de top van Pfizer). Vijf jaar na dat essentiële contract voor de ontplooiing van UCB, in 1987, werd Georges Jacobs CEO van UCB. "Er waren drie afdelingen en ik wist toen zonneklaar dat drie te veel was. In een van mijn eerste speeches in 1987 somde ik de twee belangrijke woorden voor UCB op: 'innovatie en internationalisatie'. Die uitgangspunten heb ik achttien jaar gehandhaafd. 'Wat niet bijdraagt tot nieuwe producten, moeten wij verkopen. Niet van vandaag op morgen, maar geleidelijk,' vulde ik aan. Bij alles wat ik verkocht, hanteerde ik twee regels. De verkoop moest een meerwaarde opleveren én een sociaal bloedbad mocht niet. Ik wilde zekerheid dat de mensen die jaren bij ons hadden gewerkt er niet slechter van werden. Ex-medewerkers van UCB veranderen niet van trottoir als ze mij zien."In 2003 en 2004 was de helft van de omzet van UCB verdwenen. Hij bedroeg voordien 3 miljard euro. Het aangekochte Celltech boekte een omzet van 600 miljoen euro, waardoor UCB 2005 startte met 2 miljard euro omzet, uitsluitend in farma. Vijfduizend van de 11.000 werknemers verlieten UCB en de onderneming metamorfoseerde. Georges Jacobs: "De ommekeer is het resultaat van goede managers en ontvankelijke bestuurders. Met de familie Janssen heb ik altijd goed samengewerkt en zij heeft het zich niet hoeven te beklagen, want een aandeel UCB is in 2005 honderdmaal meer waard dan in 1982. De institutionelen veranderen over night van koers. Wat nu nieuwlichterij is - behoorlijk bestuur en een open dialoog met de aandeelhouders - is bij UCB al twintig jaar de regel." Het hoogste punt van de koers - na de splitsing van het aandeel in honderd - was 55 euro. Vandaag is één UCB-aandeel 45 euro waard, in een markt die overal is gezakt. Georges Jacobs: "Managers die moeten buigen voor de wispelturigheid van de aandelenmarkt, zijn slecht bezig."Georges Jacobs kent meer van hersenen, lever, maag, bloed, urine, darmen en pezen en hun artsenij dan professoren van universiteiten. "Ik ben geen zuivere wetenschapper en volgde ook nooit een wetenschappelijke opleiding, maar ik leerde veel op het terrein. Demystificeren is mijn tweede natuur en mijn sleutelzin luidt: ik geloof u niet, verdedig uw mening. De architecten van het UCB Center hebben tienmaal de plannen van de trap tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping moeten aanpassen. Ik wilde de edele verhoudingen van een staatsietrap." Zij schonken, als onderdanig gebaar naar hun plaaggeest, een bronzen miniatuurreplica van de trap. Voorlopig kijkt de voorzitter door zijn panoramische ramen op de steenklomp van Cora. Wat een contrast met het interieur van zijn werkruimte. "Met ballonnen heb ik met de tuinmannen vanuit dit kantoor per walkietalkie de hoogte van de bomenrij getest zoals zij over tien jaar de lelijkheid van de hypermarkt zal verstoppen."Georges Jacobs ziet een parallel tussen het coachen van talenten in een onderneming en het openbloeien van een tuin. Het plechtige van rozen en het olieachtige van magnolia's vind je terug in de verschillende types van medewerkers die je opbindt langs staken, besproeit en snoeit. "Tuinarchitectuur is een zeer moeilijke vorm van bouwkunde, je moet de zaailingen kennen, de groeicycli, de toekomstige hoogten en diepten van bloemen, planten en heesters. De variëteit van een plantsoen en een plantage is hun rijkdom; de rijkdom van een onderneming is de variëteit van haar mensen."Georges Jacobs plantte zelf met de tractor duizenden lindebomen en beuken op de vijftig hectaren van zijn buiten in Brussegem. "Als ik mijn leven zou herbeginnen, zou ik misschien landschapsarchitect worden. Natuur, bomen, planten, de cyclus van de seizoenen... Het spreekt me minstens even sterk aan als elke groene politicus. Alleen leidt die natuurliefde bij hen tot zeer extreme en onrealistische besluiten. Ik heb geen vrienden in groene kringen omdat ik me als VBO- voorzitter verzette tegen de ecotaksen. Ik verafschuw extremisten en de politieke groenen ankeren deels in die hoek."Georges Jacobs sympathiseert met de vzw Contre le Séparatisme/Tegen het Separatisme. "Ik ben een loyale verdediger van het federale België. België koos democratisch voor een ingewikkelde staatsstructuur. Dat aanvaard ik zonder dubbelhartigheid. Ik trok na het Sint-Michielsakkoord van 1993 op Belgische exportpromotie naar Spanje en stelde spontaan aan de Vlaamse Dienst voor de Buitenlandse Handel voor om mee te reizen. Laten wij het Nieuwe België en dus zijn gewesten en gemeenschappen tonen, zowel binnen als buiten de grenzen.""Ik ben een zuivere Belg, maar houd ook veel van de Britten en ben geregeld in Schotland. De Britten bezitten de zin voor self- derision, zelfspot, en dat bevalt mij. Want is er iets onnozelers dan opgeblazen kikkers? Ik woon op een heuvel bij de Hadrian Wall boven Carlisle, een prachtige groene streek met de zogenaamde BlueGardens, tuinen waar de Golfstroom zorgt voor subtropische planten en bloemen. Echt iets voor mij." "Ik ben geen complexe man, want ik aanvaard gemakkelijk datgene wat logisch is," zegt Georges Jacobs. "Ik houd van redeneringen en wil de dingen begrijpen. Mijn geliefde eeuw is de achttiende, met de Verlichting en haar architectuur, haar encyclopedisten en nieuwe intellectuelen als Adam Smith. Die eeuw was relatief kalm en men slachtte elkaar niet af in Europa. Ik probeer horizontaal te denken. In de tijd van de Verlichting waren de koningen en koninginnen zeer Europees en een Europees Gemenebest avant la lettre bestond bij het establishment - het volk was anders en apathisch." "Ik ben een geëngageerde opa, ondanks mijn drukke leven. Hier is de clan (nvdr Georges Jacobs toont foto's van zeven kleinkinderen). Behalve UCB leidde ik in de jaren negentig de Federatie van de Chemie, vervolgens het Verbond van Belgische Ondernemingen en later de Europese werkgeversorganisatie Unice. Dat was een bewuste keuze, hoewel het soms te veel werd. Ik werd geboeid door het contact met interessante en invloedrijke mensen. Je ziet dan eveneens hoe onderdanig burgers, ook ondernemers, zijn voor het gezag. Ik maakte een gesprek mee tussen president Jacques Chirac en vooraanstaande leden van de Franse ondernemersvereniging. Na enkele stoute woorden door een buitenbeentje was het een oefening in mouwvegerij bij monsieur le président. Bah. De familie en de natuur hielpen mij om mijn evenwicht te bewaren. Ik geloof niet in workaholics. De beste mensen zijn zij met een goed oordeelsvermogen. Wie hectisch is, geniaal op één punt, is de volgende dag vaak van slag. De speeches als voorzitter schreef ik zelf op zondag en een halve dag ging naar het gezin en ons groen. In dat zalige Brussegem wist gelukkig niemand dat ik voorzitter was van de Europese werkgevers. Collega's van de Unice-raad arriveerden op de vergaderingen met hun lijfwachten. Akelig.""Ik stam uit een familie van notarissen, mijn zoon is nu de negende generatie. Mijn oudste broer nam de studie over, wat gebruikelijk is. En dus kon ik alleen in die richting verder met een eigen praktijk, wat dan weer ongebruikelijk is. Ik studeerde de eerste twee jaren rechten in Namen en heb in dat strenge milieu geleerd hoe plezierig lezen en denken is. De deuren van het studentenhome gingen op slot om 21.00 uur. Ik ben er geïnteresseerd geraakt in filosofie, logica en literatuur. Namen, Leuven en Berkeley zijn mijn intellectuele kraamklinieken. In de jaren dat ik in Leuven rechten studeerde, werd aan de studenten gevraagd: 'Wat is uw levensdoel?'. Ik gaf twee richtingen: ofwel de diplomatie, ofwel het internationale zakenleven. Waar ik absoluut geen zin in had, was ambtenaar worden. Diplomatie lokte me wel, maar voor een klein land als België zouden boeiende dossiers uitblijven. Economisch diplomaat of diplomaat voor een onderneming leek me dan weer wél sterk en eigenlijk heb ik dat mijn hele leven gedaan."Frans Crols"Demystificeren is mijn tweede natuur en mijn sleutelzin luidt: ik geloof u niet, verdedig uw mening.""Ik geloof niet in workaholics. De beste mensen zijn zij met een goed oordeelsvermogen. Wie hectisch is, geniaal op één punt, is de volgende dag vaak van slag."