E-mails bevatten vaak bijlagen. In principe kan zo'n attachment eender welk bestand zijn. Maar als u bijvoorbeeld een reeks vakantiefoto's meestuurt, botst u al snel tegen de limiet van uw provider aan. Hoeveel die limiet precies is, varieert van provider tot provider. Als die bijvoorbeeld 10 MB is, betekent dat nog niet dat u daadwerkelijk een bijlage van die grootte kan versturen. Er worden namelijk heel wat codes meegestuurd, die aanzienlijk wat plaats innemen. Dit is alvast een goede vuistregel: zorg ervoor dat een bijlage bij een mailtje niet groter is dan 7 MB. Zo komen noch uzelf noch diegene die uw e-mail ontvangt in de problemen.
...

E-mails bevatten vaak bijlagen. In principe kan zo'n attachment eender welk bestand zijn. Maar als u bijvoorbeeld een reeks vakantiefoto's meestuurt, botst u al snel tegen de limiet van uw provider aan. Hoeveel die limiet precies is, varieert van provider tot provider. Als die bijvoorbeeld 10 MB is, betekent dat nog niet dat u daadwerkelijk een bijlage van die grootte kan versturen. Er worden namelijk heel wat codes meegestuurd, die aanzienlijk wat plaats innemen. Dit is alvast een goede vuistregel: zorg ervoor dat een bijlage bij een mailtje niet groter is dan 7 MB. Zo komen noch uzelf noch diegene die uw e-mail ontvangt in de problemen. Maar wat als de attachment groter is dan 7 MB? Probeer dan eerst om die te comprimeren met een programma als WinZip. Dat doet u trouwens best altijd - ook bij kleinere bestanden. En als het gaat om meerdere bestanden, dan kan u die natuurlijk ook verdelen over bijvoorbeeld twee e-mails. Maar soms is het nu eenmaal niet mogelijk om een bijlage te splitsen, omdat het om één groot bestand gaat. In dat geval kan u gebruikmaken van een onlinedienst die u grote bestanden laat versturen. Het principe is altijd hetzelfde: u surft naar de website en tikt het e-mailadres van uw correspondent in. Vervolgens kan u via een knop het bewuste bestand uploaden van uw computer. Uw correspondent ontvangt dan een e-mail, waarmee hij via doorklikken op de vermelde hyperlink het bestand kan binnenhalen. Er hoeft dus doorgaans geen software geïnstalleerd te worden, maar u dient zich meestal wel eerst te registreren op de website. Een bekende speler is YouSendIt (www.yousendit.com). Voor de gratis versie van deze dienst werd de limiet echter een tijdje geleden verlaagd tot 100 MB. Op zich is dat geen probleem, want 100 MB is al heel wat. Maar soms kan het te krap zijn, en dan is Send-ThisFile (www.sendthisfile.com) een goed alternatief. Deze dienst hanteert simpelweg geen limiet. Uw correspondent heeft hier drie dagen de tijd om het bestand te gaan downloaden. Houd er wel rekening mee dat internetbrowsers moeilijk overweg kunnen met files die meer dan 2 GB groot zijn. Bij SendYourFiles (www.sendyourfiles.com) mag uw bestand maximaal 10 GB groot zijn. Hiervoor dient u echter wel een stukje software te installeren (uw correspondent hoeft dat niet te doen). Maar dat laat u toe om Send-YourFiles te integreren in Outlook of Outlook Express. Zo kan u uw lijvige bestanden rechtstreeks vanuit uw vertrouwde mailprogramma versturen. Hebt u voldoende aan een limiet van 1 GB, dan is ook TransferBigFiles (www.transferbigfiles.com) een goede oplossing. Jammer is wel dat de website al eens niet bereikbaar is, vanwege de populariteit. Hier blijven uw bestanden vijf dagen ter beschikking van uw correspondent en u kan ze zelfs beschermen met een wachtwoord. Dat is trouwens ook het geval bij SendYourFiles. Handig dus als het om vertrouwelijke documenten gaat, maar weet wel dat deze diensten hier niet echt voor aangewezen zijn. Uw 'gevoelige' bestanden worden namelijk op een vreemde server geplaatst, en dat is nooit helemaal zonder risico. Wilt u uw correspondent overigens wat meer tijd gunnen om uw bestanden te gaan downloaden? In dat geval is GigaSize (www.gigasize.com) een aanrader. Hier kan u een onbeperkt aantal bestanden van maximum 1,5 GB per stuk uploaden. Die blijven dan gedurende 90 dagen op de server. En als u intekent op de premiumversie (2,25 euro per maand), dan is er zelfs geen tijdlimiet. Roel Van Espen