De grote financiële crisis en recessie van 2008-'09 is al honderden keren verklaard, uitgelegd en geduid, maar toch zijn nog niet alle stenen grondig omgedraaid. Vooral de scherp toegenomen inkomensongelijkheid in de VS krijgt veel te weinig aandacht als een van de diepe wortels van het kwaad. Studiewerk van het IMF legt de vinger op de wonde: de groeiende inkomensongelijkheid is een bron van financiële crises en van een instabiele economie.
...

De grote financiële crisis en recessie van 2008-'09 is al honderden keren verklaard, uitgelegd en geduid, maar toch zijn nog niet alle stenen grondig omgedraaid. Vooral de scherp toegenomen inkomensongelijkheid in de VS krijgt veel te weinig aandacht als een van de diepe wortels van het kwaad. Studiewerk van het IMF legt de vinger op de wonde: de groeiende inkomensongelijkheid is een bron van financiële crises en van een instabiele economie. Het is geen toeval dat de twee grootste crises in de VS (de Grote Depressie in de jaren dertig en de Grote Recessie van onlangs) van de jongste 100 jaar allebei voorafgegaan werden door een scherpe stijging in de inkomensongelijkheid en een sterke stijging van de schuldgraad bij de armste helft van de gezinnen. In 1928 verdienden de 5 procent rijkste gezinnen 34 procent van het totale inkomen (tegenover 24 % in 1920). In 2007 haalden die 5 procent rijkste gezinnen ook 35 procent van het inkomen naar zich toe (tegenover 22 % in 1983). De schuldgraad van de armste gezinnen verdubbelde zowat in beide aanloopperiodes naar de crises. Dit patroon van schuldopbouw is zonder een stijging van de lagere inkomens of zonder een betere inkomensverdeling niet houdbaar en de crisis begon in beide gevallen toen de gezinnen hun schulden niet meer de baas konden. Dit is volgens IMF-onderzoekers Michael Kumhof en Romain Rancière de mechaniek die erachter steekt. Het rijkste deel van de gezinnen verdient veel meer dan ze kunnen verteren en stelt zijn spaaroverschotten via leningen ter beschikking aan de armere gezinnen. Die armere gezinnen kunnen op die manier op krediet hun consumptie en huisvesting op peil houden, hoewel het reële inkomen van de armere gezinnen er fors op achteruitging de voorbije decennia in de VS. De inkomenskloof steeg dus, maar de aanzwellende kredietstroom van rijk naar arm beperkte de toename van de consumptiekloof. Ook de Amerikaanse econoom Raghuram Rajan wees er al op dat de groeiende inkomensongelijkheid politieke druk veroorzaakte in de VS, niet om de ongelijkheid in te dammen, maar om krediet goedkoop te houden om zo de consumptie en de jobcreatie op peil te houden. Het banksysteem spon er goed garen bij en steeg sterk in omvang, want het speelde een sleutelrol om de spaaroverschotten van de rijken te transformeren in kredieten aan de armen. De muziek stopte natuurlijk toen de gezinnen deze schulden niet meer konden afbetalen en het hele banksysteem in hun val meesleurden. Door de enorme schuldhefboom in het globale banksysteem groeiden de wanbetalingen op Amerikaanse rommelhypotheken uit tot een wereldwijde crisis die alleen met massale overheidsinterventies gekeerd kon worden. "Omdat zulke crisissen heel duur zijn, is een herverdelingspolitiek, die de overmatige schuldenlast bij de gezinnen voorkomt, misschien meer aangewezen dan achteraf de boel te moeten opruimen met bail-outs en schuldherschikkingen. Een herstel van de onderhandelingsmacht van de lagere inkomens kan een zeer efficiënte maatregel zijn om de kans op zware recessies te verminderen", besluiten Kumhof en Rancière.