Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) wil een flexibelere procedure voor het gerechtelijk akkoord. Tevens wil ze de voorrechten van de RSZ en de fiscus beperken. Voor het einde van dit jaar moet de wet op de continuïteit van de ondernemingen worden goedgekeurd. Een wijze maatregel. Hopelijk slaagt ons land erin om, zoals Chapter 11 dat doet in de VS, een wettelijk kader voor sterfhuis- en doorstartconstructies voor tijdelijk of deels zieke ondernemingen uit te werken.
...

Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) wil een flexibelere procedure voor het gerechtelijk akkoord. Tevens wil ze de voorrechten van de RSZ en de fiscus beperken. Voor het einde van dit jaar moet de wet op de continuïteit van de ondernemingen worden goedgekeurd. Een wijze maatregel. Hopelijk slaagt ons land erin om, zoals Chapter 11 dat doet in de VS, een wettelijk kader voor sterfhuis- en doorstartconstructies voor tijdelijk of deels zieke ondernemingen uit te werken. Sinds 1997 kent België het gerechtelijk akkoord, dat ondernemingen in staat moest stellen een tijdelijk beta- lingsprobleem te overbruggen door de betalingen op te schorten en na overleg met de schuldeisers een afbetalingsplan uit te werken. Het faillissement moest de uitzondering worden en het gerechtelijk akkoord de regel. Toch spraken de rechtbanken voor elk gerechtelijk akkoord 96 faillissementen uit. Enkel grote bedrijven deden er een beroep op, omdat het een erg dure procedure was door de instelling van de rechter-commissaris. Voor kmo's was het sop de kool niet waard. Bovendien konden de RSZ en de fiscus steeds voor de volle pot hun schulden opeisen, wat een akkoord met andere schuldeisers bemoeilijkte. Kortom, het gerechtelijk akkoord bleek meestal een theoretische reddingsmogelijkheid. Om kans op succes te hebben, moest men al een rechter vinden die een eind wilde meewandelen met de curator (in het dossier-LHSP had het kunnen lukken en Brepols is geslaagd). De minister ging doortastend te werk. Onkelinx liet zich onder meer adviseren door topadvocaten als Christian Van Buggenhout (DLA) en Alain Zenner (Freshfields). Een pikant detail is het feit dat Ivan Verougstraete, de voorzitter van het Hof van Cassatie, de werkgroep leidde die de minister adviseerde. We hopen dat er iets moois groeide, want dezelfde Verougstraete loopt het vuur uit zijn sloffen om Phenix op poten te helpen zetten (dit programma had Justitie tegen 2007 moeten digitaliseren en het werd onlangs weer uitgesteld tot 2009). Vandaag is het gerechtelijk akkoord nog te veel de wachtkamer voor terminaal zieke patiënten. De rechtbanken zijn amper in staat om de zieke patiënten op te sporen en te genezen. De 'alarmbellen' (niet-betaling RSZ, bijvoorbeeld) rinkelen wel, maar worden te laat gehoord. Daarom is de recente maatregel om het aantal lekenrechters op de rechtbanken van koophandel fors uit te breiden een goede zaak. Sommige rechtbanken, zoals Turnhout, werken momenteel aan een ontdubbeling van hun structuur, waardoor er een aparte dienst komt die de ondernemingen in moeilijkheden tijdig waarschuwt, om eventueel een reorganisatie voor te stellen. Uiteraard moeten we afwachten of de fiscus en de RSZ redelijk zullen zijn bij de uitwerking van wat de 'gerechtelijke reorganisatie' zal heten. In het verleden was - ook bij de collectieve schuldenregeling voor particulieren - die soms ver te zoeken. De redelijkheid is overigens compleet weg in de recentelijk goedgekeurde programmawet, die fiscus en RSZ buitensporige bevoegdheden en recuperatiemogelijkheden toekent om onschuldige ondernemers in de rand van een kasgeldvennootschap of een btw-carrousel aan te pakken. Enige consequentie was misschien op zijn plaats geweest. Hans Brockmans