De Europese Commissie smeedt het ijzer terwijl het heet is. De inkt van het De Larosière-rapport, dat het financieel toezicht in Europa doorlichtte, is amper droog of de Commissie formuleert voorstellen om de adviezen van het rapport in nieuwe instellingen te gieten. De doelstelling is nobel: géén financiële ontsporing meer.
...

De Europese Commissie smeedt het ijzer terwijl het heet is. De inkt van het De Larosière-rapport, dat het financieel toezicht in Europa doorlichtte, is amper droog of de Commissie formuleert voorstellen om de adviezen van het rapport in nieuwe instellingen te gieten. De doelstelling is nobel: géén financiële ontsporing meer. Het nieuwe toezicht wordt een huis dat rust op twee pijlers. De eerste pijler is nieuw en moet het bestaande manco van het toezicht de wereld uit helpen. Want veel te weinig werden de grote macro-economische risico's in de gaten gehouden. Dat in de VS een huizenbubbel werd geblazen, en dat ook het Europese banksysteem bij de slachtoffers zou behoren als die zeepbel inklapte, dat plaatste de Europese beleidsmakers voor een pijnlijke verrassing. Dat zou niet meer mogen en daarom wil de Europese Commissie zich een nieuwe waakhond aanschaffen die moet blaffen als er systeemrisico's rond het huis dwalen. Zijn naam is de European Systemic Risk Council (ESRC), en zijn baasje heet de Europese Centrale Bank, omdat daar al heel wat macro-info en knowhow aanwezig is, maar ook de nationale toezichthouders leveren de nodige input. Wellicht mag deze waakhond wel blaffen, maar niet bijten. Politiek ligt het te moeilijk om de ESRC ook de bevoegdheid te geven om bijvoorbeeld de teugels aan te halen van het Europese banksysteem, als bijvoorbeeld de kredietverlening opnieuw zeepbeltrekjes zou krijgen. Het zal aan de politieke leiders zijn om rekening te houden met de signalen die ze krijgen van de ESRC. Daarnaast wordt ook het Europese toezicht op de individuele grensoverschrijdende instellingen aangepakt. De nationale toezicht- houders verdwijnen zeker niet en blijven bevoegd voor nationale instellingen, maar de crisis maakte pijnlijk duidelijk dat in geval van noodsituaties (zoals bijvoorbeeld bij Fortis) de samenwerking tussen de nationale toezichthouders spaak liep. Er komt daarom een European System of Financial Supervisors (ESFS), en deze nieuwe instelling moet als een soort scheidsrechter optreden als er grensoverschrijdende dossiers op tafel liggen. Een gemakkelijke opgave wordt dat niet, zeker als er nationaal belastinggeld op tafel moet komen om instellingen te redden. Zolang er geen Europese budgetten zijn om financiële instellingen te redden, zal 'ieder voor zich en God voor allen' de basisregel blijven als het stormt. Europa zal moeten voorkomen, want het kan (nog) niet genezen. D.K.