Waarom moet u DEZE wetenschapper kennen?

Ilse Derluyn (41) geeft les aan de UGent en leidt het Centre for the Social Study of Migration and Refugees (CESSMIR). Ze doet onderzoek naar het psychosociale welzijn van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, slachtoffers van mensenhandel en kindsoldaten. CESSMIR is een interdisciplinaire en interfacultaire kennishub met meer dan veertig hoogleraren van zeven faculteiten.
...

Ilse Derluyn (41) geeft les aan de UGent en leidt het Centre for the Social Study of Migration and Refugees (CESSMIR). Ze doet onderzoek naar het psychosociale welzijn van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, slachtoffers van mensenhandel en kindsoldaten. CESSMIR is een interdisciplinaire en interfacultaire kennishub met meer dan veertig hoogleraren van zeven faculteiten. Voordat Derluyn met haar doctoraatsonderzoek begon, werkte ze een tijd als muziektherapeute in de psychiatrie. Uiteindelijk koos ze voor een academische carrière. "Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen waren een relatief onontdekte groep", zegt ze. "Er was nauwelijks onderzoek naar gebeurd, zeker niet met de focus op hun psychosociale welzijn." Derluyn geldt als een pionier. Haar onderzoeksveld zit door de migratiestromen en de aandacht in de media in de lift. "Ik documenteer welke factoren het welzijn van vluchtelingen en migranten beïnvloeden", zegt Derluyn. "Maar mijn onderzoek gaat ook over de vraag hoe we die kennis kunnen gebruiken om hun welzijn te verbeteren." De hypothese is dat stressfactoren in het gastland - zoals een gebrekkig inkomen, een belabberde huisvesting, maar ook een schraal sociaal netwerk of discriminatie - een grote impact hebben op het psychosociale welzijn van vluchtelingen. "De trauma's die ze oplopen tijdens de vlucht en de problemen tijdens en na het migratieproces blijven op lange termijn aanslepen", legt Derluyn uit. "Die manifesteren zich in symptomen van depressie en rouwverwerking. We zien ook angstaanvallen, hartkloppingen, slapeloosheid en tekenen van posttraumatische stress, zoals flashbacks, nachtmerries en vermijdingsgedrag. Dat zijn allemaal onderdelen van het emotionele welzijn waarvan we weten dat ze een impact hebben op het dagelijkse functioneren en het integratieproces." In 2016 kreeg Derluyn een beurs van de European Research Council. Die geldt als een belangrijke erkenning. Daarnaast leidt ze een Europees onderzoeksproject als onderdeel van het Horizon 2020-programma. Derluyn heeft een team van twintig onderzoekers. Die werken niet allemaal in Gent. Naast CESSMIR coördineert ze mee de interuniversitaire samenwerking met de VUB en KU Leuven over kinderen in kwetsbare situaties. Daarbij focust ze op het psychosociale welzijn van minderjarigen, maar dan in het Zuiden. "Ik heb me vooral op Oost-Congo en Oeganda gericht", zegt ze. "Ons onderzoek neemt het psychosociale welzijn van minderjarigen tijdens en na een conflict onder de loep. We hebben er twee centra uitgebouwd om met een lokale staf psychosociale steun te geven." In haar vakgebied is het moeilijker causale verbanden te leggen dan bijvoorbeeld in de fysica. "Wij doen geen labo-experimenten", zegt ze. "Dat is eigen aan onze wetenschap. Wij spreken over een associatieverband en niet over een causaliteitsverband. Toch kun je uit het onderzoek conclusies trekken voor de praktijk." Hoewel de impact van haar onderzoek op het beleid vooralsnog bescheiden is, is het maatschappelijke belang ervan bijna vanzelfsprekend. Maar hoe zit het met de economische toepassingen? "We hebben geen octrooien die we kunnen valoriseren, maar toch is er een economische impact denkbaar", zegt Derluyn. "Als we de opvang van vluchtelingen op basis van onze bevindingen verbeteren, zou dat economisch renderen. Een beter psychosociaal welzijn kan het integratieproces bevorderen en de stap naar een baan verkleinen. Minder oog voor psychosociale aspecten betekent meer trauma's, meer emotionele problemen, meer zorgkosten. Maar een spin-off zit er niet meteen in. Daarvoor zit ik niet in het juiste vakgebied."