De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfsweten- schappen aan de KU Leuven.
...

De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfsweten- schappen aan de KU Leuven. Het Belgische overlegmodel is ziek, volgens sommigen zelfs comateus. Het interprofessioneel overleg start onder een ongunstig gesternte. Ons overleg gaat over de verdeling van de koek. Hoe kleiner de kruimels, hoe fletser het festijn. De economische crisis brengt de werkgevers in aanvals- en de vakorganisaties in egelstelling. Het draagvlak voor de afruil tussen loonmatiging en behoud van indexering brokkelt af. De overheid is als derde partij nagenoeg platzak. Het uitblijven van een structurele hervorming van de arbeidsmarkt ondermijnt de consensusbereidheid. Het dossier van het eenheidsstatuut werpt zijn schaduw vooruit. De nakende regionalisering van het arbeidsmarktbeleid verkleint de actieradius van de Groep van Tien. En de vorige overlegronde wees uit dat niet alle tenoren de legitimiteit bij hun achterban hebben om ook krachtdadig te kunnen spreken voor die achterban. Telkens het centraal overleg wat krank is, duiken pleidooien op voor minder bindende afspraken op sectoraal of interprofessioneel niveau. Men pleit bijvoorbeeld voor een formule van opting-out, een uitstapmogelijkheid voor bedrijven die dan akkoorden afsluiten die minder copieus zijn dan het sectorale akkoord. Of men ijvert voor een decentralisering van de onderhandeling van loon- en arbeidsvoorwaarden. Want, stelt men dan, onderhandelingen op bedrijfsniveau kunnen beter rekening houden met de lokale specificiteit, draagkracht en competitiviteit. In hun oratio pro domo beklemtonen de voorstanders van decentralisering ook dat de sectorale grenzen in economisch België net zo zinloos zijn als de provinciale grenzen in politiek België. Ik deel die diagnoses niet helemaal. Ze onderschatten het aanpassingsvermogen van de actoren. Zo speelt de recente oprichting van het interprofessioneel werkgeversoverleg mooi in op de nieuwe uitdagingen die voortvloeien uit de zesde staatshervorming. Ook het overlegmodel zelf is voortdurend in beweging geweest. Zo is het sociaal overleg, mede door de tanende impact van nationale instituties op een globaliserende economie, mettertijd eerder een sociaaleconomisch overleg geworden dat zich almaar meer ingeschreven heeft in de Europese en nationale politieke agenda's. Dat werd ook duidelijk bij het interprofessioneel akkoord van 2009-2010. Onder druk van de recessie was iedereen rond de tafel toen overtuigd dat snelle actie nodig was. De regering kwam met een relance- plan. De sociale partners sloten daar op aan bij de uitwerking van het interprofessioneel akkoord. Een verregaande decentralisering houdt ook risico's in voor de bedrijven. Ik durf te veronderstellen dat een gedragen interprofessioneel akkoord tot meer sociale vrede leidt. In een decentraal model zal die vrede wellicht bedrijf per bedrijf moeten worden onderhandeld en dus 'afgekocht'. Centrale en sectorale akkoorden kunnen bedrijven behoeden voor een syndicale dominostrategie. Daarbij worden bedrijven een voor een aangepakt. Resultaten in het ene bedrijf worden de norm voor de vakbonden in andere bedrijven uit dezelfde regio of bedrijfstak. Dit risico speelt vooral in goede tijden met een krappe arbeidsmarkt. Een decentraal onderhandelingsmodel kan de kleinere ondernemingen onder druk zetten om volwaardige overlegkanalen te organiseren, met de daarbij horende vakbondsvertegenwoordiging. Vandaag kan de kmo-wereld dat enigszins afhouden door te verwijzen naar de deals die via sociaal overleg op hogere niveaus zijn beklonken. Betekent dit dat enkel kleinere bedrijven baat hebben bij centraal overleg? Neen, want in een decentraal model zal de marktmacht van grote spelers wellicht lijden onder de lagere loonkosten van kleinere bedrijven. In een centraal model moeten ook de kleintjes zich houden aan loonafspraken en blijven de verschillen in arbeidsvoorwaarden min of meer binnen de perken. Dit zijn allemaal 'argumenten van weleer'. Maar het is goed om ze in herinnering te brengen. Want ook al ziet de economische wereld er vandaag heel anders uit, de argumenten hebben weinig aan geldigheid ingeboet. Een loopbaan lang al zie ik geregeld onweerswolken samenpakken boven het sociaal overleg, maar telkens weer volgt de opklaring. Typisch Belgische wisselvalligheid. Of de zon ook in de toekomst weer zal schijnen voor ons sociaal overleg, hangt af van één zaak: moed. LUC SELSIn een decentraal overlegmodel moet de sociale vrede wellicht bedrijf per bedrijf worden onderhandeld en dus 'afgekocht'.