Laat het woord Nederland vallen in aanwezigheid van Belgische federale ministers, en steevast krijg je gegniffel. De Wetstraat kan haar leedvermaak amper verbergen. Jarenlang stond Den Haag in de frontlinie om de nood aan budgettaire orthodoxie in de eurolanden te benadrukken. Maar nu onze noorderburen zelf 16 miljard euro moeten besparen om het begrotingstekort volgend jaar van 4,5 naar 3 procent van het bbp te brengen, verloopt dat zeer moeizaam. De onderhandelende partijen slaagden er vorig weekend zelfs niet in een akkoord te bereiken. En het ratingbureau Fitch waarschuwt dat het land wel eens zijn AAA-status kan verliezen.
...

Laat het woord Nederland vallen in aanwezigheid van Belgische federale ministers, en steevast krijg je gegniffel. De Wetstraat kan haar leedvermaak amper verbergen. Jarenlang stond Den Haag in de frontlinie om de nood aan budgettaire orthodoxie in de eurolanden te benadrukken. Maar nu onze noorderburen zelf 16 miljard euro moeten besparen om het begrotingstekort volgend jaar van 4,5 naar 3 procent van het bbp te brengen, verloopt dat zeer moeizaam. De onderhandelende partijen slaagden er vorig weekend zelfs niet in een akkoord te bereiken. En het ratingbureau Fitch waarschuwt dat het land wel eens zijn AAA-status kan verliezen. Nederland bevindt zich in de economische catch 22: het moet besparen, maar dat dreigt de wankele economie nog verder kopje-onder te duwen. De Nederlandse groeivooruitzichten ogen somber. De Europese Commissie verwacht dit jaar een krimp van 1 procent van het bbp. Dat is minder desastreus dan bijvoorbeeld Portugal (-3 %), maar wel een stuk slechter dan Finland, Oostenrijk en Duitsland - landen waarmee Nederland zich graag vergelijkt - die op zijn minst in de buurt van 1 procent groei komen. In 2011 waren er al negatieve signalen. Terwijl de Duitse economie met 3 procent groeide, kon Nederland slechts 1,3 procent voorleggen. In Den Haag is al een hele tijd te horen dat te verregaande besparingen de economische malaise nog dreigen te versterken. Zonder besparingen groeit de economie in 2013 met 1 procent, berekende ING. Met diepgaande bezuinigingen wordt een krimp van 0,5 procent verwacht. Optimisme, laat staan Hollandse zelfgenoegzaamheid, is er ver te zoeken. De sluiting van het farmabedrijf Organon en de autobouwer Nedcar veroorzaakte een schok. De overname van het koerierbedrijf TNT door het Amerikaanse UPS ergert. In januari stond het vertrouwen van consumenten en bedrijven in Duitsland op bijna 107. In de eurozone was dat 93 en in Nederland op 89. Nochtans zien sommige Nederlandse economische fundamentals er nog relatief goed uit. De werkloosheidsgraad is met 6 procent een van de laagste van Europa, het begrotingstekort neemt met 4,5 procent van het bbp geen dramatische proporties aan, de staatsschuld blijft met 60 procent van het bbp relatief onder controle en de lopende rekening heeft een overschot van 8 procent. Bovendien blijft de rente op Nederlands staatspapier tamelijk stabiel. Tegelijk kampen onze noorderburen met fundamentele zwakheden die de groei fnuiken. Stilaan mogen we spreken van de Nederlandse polderschildpad in plaats van het poldermodel. Nederland maakte er de voorbije maanden een sport van om Zuid-Europese landen de les te spellen voor hun zwakke concurrentiepositie en hoge schuldenlast. Nu blijkt dat Nederland in hetzelfde bedje ziek is. Op basis van de concurrentiekracht hebben minister-president Mark Rutte en co alvast niet het recht om hun voet naast die van Duitsland te zetten. De Nederlandse loonkosten per werknemer zijn, gecorrigeerd voor productiviteit, sinds 1999 met 35 procent toegenomen. Enkel Portugal en Griekenland scoren slechter (zie grafiek Hoge loonkosten). In België wordt steevast geklaagd over de hoge loonkostenhandicap, maar die is vooral (om niet te zeggen bijna uitsluitend) het gevolg van het zeer concurrentiële Duitsland. De Belgische en Nederlandse loonkosten verschillen amper van elkaar. Dat heeft gevolgen voor de exportpositie van onze noorderburen. De Nederlandse exportcijfers zijn vooral te danken wederuitvoer: producten die de havens binnenkomen en dan verder worden geëxporteerd zonder dat ze veel toegevoegde waarde creëren. (zie kader Nederland is geen handelsnatie meer). Het tweede grote probleem van de Nederlandse economie wordt nu pas zichtbaar: een zeepbel op de woningmarkt heeft de Nederlanders met een torenhoge schuld opgezadeld. De overheidsschuld mag dan nog best meevallen, maar de totale schuld van de Nederlandse burgers bedraagt wel 130 procent van het bbp, waarmee onze noorderburen de weinig benijdenswaardige kampioenen van de eurozone zijn. In 2010 bedroeg de gemiddelde schuld 250 procent van het beschikbare inkomen, leert Eurostat. In 1999 was dat 140 procent. De oorzaak is te zoeken bij de gigantische hypotheekschuld. De voorbije vijftien jaar zijn de Nederlandse woningprijzen geëxplodeerd. Dat kwam omdat de aankoop van een eigen woning zeer aantrekkelijk werd gemaakt. Het was de gewoonste zaak van de wereld dat banken hypothecaire kredieten toekenden die meer dan 125 procent van de waarde van de woning vertegenwoordigden. In het krediet waren ook de administratieve kosten, belastingen, renovaties en zelfs een nieuwe auto opgenomen. Ne-derlanders kunnen enkel de rente van hun hypotheek betalen en dat bovendien fiscaal aftrekken. Het krediet op zich wordt niet afgelost. Ze hopen dan dat ze hun huis na tien of twintig jaar met een meerwaarde kunnen verkopen. Het Centraal Planbureau berekende dat de groei op de woningmarkt in sommige jaren voor een vol procentpunt extra algemene groei heeft gezorgd. Zonder de woninghausse zou de Nederlandse economie vandaag 7 procent kleiner zijn. In de jaren negentig was iedereen vol lof over het Nederlandse poldermodel, maar eigenlijk is de term 'mortelmodel' beter op zijn plaats. De groei was opgefokt door de sterk toenemende huizenmarkt (zie grafiek Hypotheekmarkt dopeerde groei). Maar sinds augustus 2008 is de huizenmarkt tot stilstand gekomen. Sindsdien zijn de huizenprijzen met 9 procent gedaald. Het gevolg is dat veel Nederlanders nu een grotere hypotheekschuld dragen dan wat hun huis waard is op de markt. Dat weegt op de economische groei. Coen Teulings, topman van het Centraal Planbureau, spreekt van een 'duivels dilemma': door de dalende huizenprijzen daalt ook de zin om te consumeren. Tegelijk moeten omvangrijke hypotheekschulden worden afgelost op een moment dat de Nederlanders hun portemonnee dichthouden. Maar Teulings wijst op de noodzaak van meer consumptie. De consumptiequote draaide in 2004 rond 48 procent van het bbp. Tegen 2015 zou dit terugvallen tot 44 procent. 24 miljard euro aan consumptie vloeit weg. Minister-president Mark Rutte benadrukt dat de hoge schulden van de Nederlanders geen probleem hoeven te zijn, omdat daar pensioenactiva tegenover staan die 140 procent van het bbp bedragen. Maar ondertussen groeit de onzekerheid over de financiële toestand van de pensioenfondsen en de betaalbaarheid van de pensioenen. Door de slechte beleggingsresultaten ten gevolge van de financiële crisis en de lage langetermijnrente kampen de Nederlandse pensioenfondsen met toenemende tekorten. En in Nederland steunt het pensioenstelsel in grote mate op het kapitalisatiesysteem van de pensioenfondsen. Gevolg is niet alleen dat de pensioenpremies moeten stijgen om de kassen te spijzen. Bovendien moet ongeveer een derde van de ongeveer 450 pensioenfondsen de pensioenen vanaf april 2013 verlagen. De korting zou gemiddeld 2,5 procent bedragen en 8 miljoen deelnemers aan die fondsen zouden geraakt worden, 40 procent van het totaal. Niet alleen gepensioneerden zullen het merken. Ook voor werknemers wordt de opgebouwde pensioenpot verlaagd. Dat zet de Nederlandse consumptie structureel onder druk. ALAIN MOUTONHet was de gewoonste zaak van de wereld dat banken hypothecaire kredieten toekenden die meer dan 125 procent van de waarde van de woning vertegenwoordigden.