Toen ChristoffelColumbus in oktober 1492 voor het eerst Cuba aandeed, omschreef hij het eiland in een licht euforische bui als de allermooiste plek die een mens ooit heeft mogen aanschouwen. PierreKlees, de gedelegeerd bestuurder van Biac en de voorzitter van de raad van bestuur van De Post is al even lyrisch. "Ik ken geen sympathieker, netter, openhartiger en beter opgeleid volk dan de Cubanen," stelt hij beslist, terwijl de rook van zijn sigaar sierlijk omhoog kringelt. "Bovendien is het klimaat er fantastisch, het landschap adembenemend en... Ze maken de beste sigaren, de lekkerste drankjes en de mooiste muziek. Wat wil je nog meer?"
...

Toen ChristoffelColumbus in oktober 1492 voor het eerst Cuba aandeed, omschreef hij het eiland in een licht euforische bui als de allermooiste plek die een mens ooit heeft mogen aanschouwen. PierreKlees, de gedelegeerd bestuurder van Biac en de voorzitter van de raad van bestuur van De Post is al even lyrisch. "Ik ken geen sympathieker, netter, openhartiger en beter opgeleid volk dan de Cubanen," stelt hij beslist, terwijl de rook van zijn sigaar sierlijk omhoog kringelt. "Bovendien is het klimaat er fantastisch, het landschap adembenemend en... Ze maken de beste sigaren, de lekkerste drankjes en de mooiste muziek. Wat wil je nog meer?" Columbus was ook de allereerste om de tot dan toe onbekende tabaksplant in de Oude Wereld te introduceren. En al was het dan niet het fonkelende goud waarnaar hij oorspronkelijk op zoek was, het groeide toch al gauw uit tot Cuba's voornaamste exportproduct. En dat is het vandaag nog steeds. Het eiland heeft trouwens ook zijn naam aan de plant te danken. De oorspronkelijke indianenbevolking - die de tabak als bron van goddelijke inspiratie beschouwde en hem frequent gebruikte als ritueel offergoed - rolde de tabaksbladeren immers tot een langwerpige vorm die ze Cohiba noemden, een roesmiddel dat vijfhonderd jaar later in de hele wereld bekend staat als de havannasigaar. De eerste 'echte' Cubaanse sigaren dateren van het begin van de negentiende eeuw en werden aanvankelijk beschouwd als een teken van welstand, macht en savoir-vivre. Geen wonder dat buitenlandse rijkelui, gekroonde hoofden, intellectuelen en dandy's allerhande ze massaal importeerden. Later werden ze het symbool van de Revolutie. Zowel FidelCastro als CheGuevara hadden immers steevast een dikke havanna in de mond, toen ze heimelijk hun guerrillaplannen uitdokterden en later triomfantelijk de straten van de hoofdstad als volksbevrijders binnenmarcheerden. De lokale sigarenindustrie vreesde dan ook even het ergste toen Castro eind jaren tachtig, weliswaar op doktersadvies, de legendarische woorden uitsprak: "Cubaanse sigaren zijn goed voor het land, maar slecht voor mijn gezondheid." " C'est mon vice principal. Ik rook ze al vanaf mijn eenentwintigste," vertrouwt Pierre Klees ons toe. "Toen ik op de universiteit zat, kreeg ik van mijn grootvader een kistje cadeau en ik had meteen de smaak te pakken. Eerst rookte ik Hollandse, maar toen ik Cubaanse proefde en ook stilaan het geld had om ze te betalen, heb ik nauwelijks nog andere aangeraakt. De reden? Zowel qua smaak, qua parfum, qua presentatie als qua vorm zijn ze wereldklasse. Tegenwoordig rook ik er elke dag wel een. En neen, ik inhaleer niet, ik proef, zoals het hoort. Trouwens, geen dokter ter wereld die mij ze zal ontzeggen. Ik ben Castro niet." Cubaanse sigaren genieten een status die allang door geen politicus, gezondheidsfreak of antitabaklobby nog stuk te krijgen is. Of zoals SergeGainsbourg het treffend wist te verwoorden: " Dieu est un fumeur de havanes". Ook een Amerikaanse boycot mocht niets aan hun populariteit verhelpen. Trouwens, toen JohnF. Kennedy in 1961 met veel bombarie het importeren van Cubaanse sigaren officieel verbood, had hij voor zichzelf wel eerst een niet onaardig privé-voorraadje van 1000 stuks opgeslagen. Van een onbedoeld compliment gesproken. Bovendien worden er op de Amerikaanse zwarte markt tot op vandaag nog steeds riante bedragen voor geboden, tot wel 1000 dollar voor een exclusief kistje Montecristo, Hoyosde Monterrey, Partagas of Larranga. Het zijn merken waarvan de pittige geur en de fluweelzachte smaak ondertussen mythische proporties hebben aangenomen. "Voor de Revolutie lag de productie wel drie keer zo hoog," herinnert Klees zich "Heel wat vruchtbare gronden werden door Castro opgeëist om er groenten en fruit op te kweken. Logisch, want de bevolking had nu eenmaal honger. Zeker na de boycot van de Amerikanen. Ik geloof trouwens nog steeds dat Castro net daardoor in de richting van Moskou is gedwongen. Ach, straks wordt het allicht toch wel weer beter, want het regime zal Castro zeker niet overleven. Tot het zover is, ga ik echter niet meer naar Cuba, hoezeer ik het ook mis. Castro's politiek is de jongste tijd immers weer erg repressief geworden."Toch heeft Klees nog grootse plannen in Cuba: "Ik zeg het ondertussen al enkele jaren, maar het is echt wel mijn ambitie om ginds zelf een kleine plantage te beginnen en tabaksplanten te cultiveren. Niet dat ik ga emigreren - daarvoor ben ik te oud - maar een paar maanden per jaar op Cuba zie ik heus wel zitten."Tabak groeit in Cuba zo'n beetje overal. Maar slechts enkele gebieden zijn kwalitatief geschikt voor het verbouwen ervan. De bekendste tabakssoorten, die exclusief worden gebruikt voor de grandesmarques uit Havana, zijn ongetwijfeld de Partido en vooral de VueltaAbajo. Connaisseurs beschouwen ze als de beste tabakssoorten ter wereld. Tabaksplanten vind je in twee verschillende variëteiten: er is de criollo die vier soorten bladeren voortbrengt, voor het binnengoed en het omblad, en de corojo, het dekblad voor de buitenzijde van de sigaar die in alle opzichten volmaakt moet zijn. Om dit blad te beschermen, treffen de telers buitengewone voorzorgsmaatregelen zoals het overspannen van de velden met mousselinestof. Op die manier worden ze tegen het ruwe zonlicht beschermd en wordt hun soepelheid gevrijwaard. En het helpt ook om de temperatuur kunstmatig de hoogte in te jagen. Na ongeveer vijftig dagen zijn de planten volgroeid en oogstrijp. Vervolgens wordt de geplukte tabak in grote schuren verzameld. Daar naaien vrouwen ze paarsgewijs aaneen. Het ophangen aan een paal voor het drogen is de volgende stap in het proces. De vers geoogste bladeren worden dicht bij de vloer bewaard. Naarmate ze hun vocht verliezen, krijgen ze een hoger plaatsje in de schuur. Het hele traject tot in de nok van het dak neemt opnieuw vijftig dagen in beslag. Tijdens dit proces krijgt de tabak overigens zijn archetypische goudbruine havannakleur. De volgende stap brengt ons naar de inmiddels legendarische sigarenfabrieken in en rond Havana. Hier worden meer dan dertig verschillende handwerkstadia doorlopen, uitgevoerd door onberispelijke specialisten. Zo zijn er allereerst de rezagadores die met hun arendsblik de dekbladeren controleren en sorteren. Er is ook de Liga of de mengafdeling, uniek voor elk Cubamerk en dus uiterst streng bewaakt. En dan zijn er uiteraard nog de torcedores of sigarenrollers die, gebogen over hun werktafel, met hun ervaren handen de uiteindelijke vorm bepalen van 's werelds duurste rookwaar. "Sigaren worden dus niet gerold tussen de dijen van Cubaanse vrouwen," lacht Pierre Klees. "Maar ik geef toe: het is een mythe die aanlokkelijk genoeg is om erin te geloven." Een verhaal dat wel klopt, is dat de torcedores tijdens het werk worden voorgelezen uit de krant of uit boeken uit de wereldbibliotheek. Sommige merken zoals Romeo y Julieta (naar het toneelstuk van WilliamShakespeare) en Montecristo (naar 'De graaf van Monte Cristo' van AlexandreDumas) hebben er zelfs hun naam aan te danken. In totaal zijn er 42 verschillende formaten van handgemaakte havanna's. De meest verkochte zijn de GranCorona - het majestueuze ding waarmee WinstonChurchill zich graag liet opmerken - de korte en dikke Robusto en de Piramide, een eerder spitse sigaar. "En wat je nog zeker moet weten," voegt Klees eraan toe, "is dat deze sigaren in ideale omstandigheden bewaard moeten worden. Ze verdienen het gewoon. Daarom is een humidor, een bewaarplaats waar de temperatuur rond de zeventien graden ligt en de vochtigheid rond de 70 %, nagenoeg onontbeerlijk." Dat deze goudbruine kunstwerkjes niet goedkoop zijn, hoeft niet te verbazen. Voor exquise kwaliteit betaalt u tenslotte altijd: 25 euro voor een Montecristo Gran Corona bijvoorbeeld of 14 euro voor een Romeo y Julieta Churchill. Maar de hoge prijs is ook het gevolg van een lange keten aan heffingen. De productieprijs bedraagt immers nauwelijks meer dan een euro per stuk. "En hoe weet je of ze echt zijn?" waarschuwt Klees de kooplustige roker nog. "De kist draagt steeds het officiële sluitzegel van de regering. Als ze niet allemaal perfect zijn afgewerkt, heb je trouwens ook met vervalsingen te maken. En let op: er zijn echte vervalsingen en vervalste echte, zoals officiële kistjes die gestolen worden om vervolgens op de zwarte markt op te duiken." Maar zal dat ons ervan weerhouden om te proeven van 's werelds zachtste en pittigste tabak, van de mooiste en in rijke tradities gesopte rookwaar, van het guiltypleasure van OrsonWelles, GrouchoMarx of ErnestHemingway? No, señor.Dave Mestdach Pierre Klees heeft een eigen havanna, volgens de Spaanse premier Aznar is het de beste ter wereld. Deze goudbruine kunstwerkjes zijn niet zo goedkoop: 25 euro voor een Montecristo Gran Corona bijvoorbeeld of 14 euro voor een Romeo y Julieta Churchill.