De Japanse Nikkei-aandelenindex staat liefst 50 procent hoger dan midden november vorig jaar. Dat is te danken aan één man: Shinzo Abe, die eind 2012 premier van Japan werd. Zijn regering wil een einde maken aan de deflatie die het land al twee decennia verlamt. Ze tekende daarvoor drie beleidssporen uit. Eerst en vooral wil Abe de geldhoeveelheid in twee jaar tijd verdubbelen, om de inflatie aan te wakkeren. De Bank of Japan is daardoor de agressiefste centrale bank ter wereld geworden. Daarnaast gaat de Japanse regering opnieuw meer investeren, onder meer in infrastructuur, om de lage vraag van de gezinnen en de bedrijven te compenseren. En ze wil de structurele problemen van de Japanse economie -- de overcapaciteit in bepaalde sectoren, het gebrek aan productinnovatie en de lage winstmarges en productiviteit -- aanpakken.
...

De Japanse Nikkei-aandelenindex staat liefst 50 procent hoger dan midden november vorig jaar. Dat is te danken aan één man: Shinzo Abe, die eind 2012 premier van Japan werd. Zijn regering wil een einde maken aan de deflatie die het land al twee decennia verlamt. Ze tekende daarvoor drie beleidssporen uit. Eerst en vooral wil Abe de geldhoeveelheid in twee jaar tijd verdubbelen, om de inflatie aan te wakkeren. De Bank of Japan is daardoor de agressiefste centrale bank ter wereld geworden. Daarnaast gaat de Japanse regering opnieuw meer investeren, onder meer in infrastructuur, om de lage vraag van de gezinnen en de bedrijven te compenseren. En ze wil de structurele problemen van de Japanse economie -- de overcapaciteit in bepaalde sectoren, het gebrek aan productinnovatie en de lage winstmarges en productiviteit -- aanpakken. Dat laatste spoor is het belangrijkste en het moeilijkste. De monetaire maatregelen zijn gemakkelijke politieke oplossingen die de Japanse economie een groeistoot geven, maar die groei kan alleen duurzaam zijn als er ook structurele hervormingen worden doorgevoerd. Gebeurt dat niet, dan valt de relance stil en kan het land opnieuw in een deflatie terechtkomen. "In de zomer zijn er verkiezingen voor het Japanse Hogerhuis. Abe, die nu enkel het Lagerhuis controleert, kan dan het hele parlement in handen kan krijgen", zegt June-Yon Kim, de beheerder van het Fidelity Investment Funds - Japan Fund. "Tegen die verkiezingen moeten er meer details over de structurele hervormingen bekend zijn. Als die uitblijven, kan het sentiment op de financiële markten snel omkeren." Kim gelooft dat het de nieuwe regering menens is: "Shinzo Abe en zijn adviseurs beseffen dat de tijd die Japan heeft om te veranderen bijna op is." De sterke stijging van de Japanse aandelen sinds begin dit jaar werd volledig gedreven door buitenlandse beleggers. Japanse beleggers hebben de voorbije maanden vooral aandelen verkocht. Maar volgens Kim wil dat niet zeggen dat de Japanners niet geloven in het beleid van Abe. "In het verleden zagen we dat Japanse beleggers verkopen als de aandelen stijgen, en kopen als de aandelen zakken. Het gedrag van de Japanse beleggers houdt dus geen negatief oordeel over de nieuwe regering in." Volgens Kim zijn de verwachtingen zelfs hooggespannen. Door het positieve sentiment op de financiële markten hebben heel wat analisten de voorbije maanden hun winstverwachtingen opgetrokken. Volgens Kim zal de zwakkere yen ervoor zorgen dat de Japanse bedrijfswinsten in 2014 opnieuw boven hun langetermijngemiddelde stijgen. Ondanks het forse koersherstel zijn Japanse aandelen nog altijd vrij goedkoop, zeker in vergelijking met hun Amerikaanse tegenhangers. Maar Kim raadt af blindelings Japanse aandelen te kopen. Hij heeft de portefeuille van het Japanse-aandelenfonds van Fidelity aangepast aan wat hij de 'Japanse lente' noemt. Hij investeert in de bedrijven die het meest profiteren van de terugkeer van de inflatie, de verzwakking van de Japanse yen en de verlaging van de Japanse langetermijnrente. "De banksector trekt het meeste voordeel van de terugkeer van de inflatie, de stijgende aandelen, de duurdere buitenlandse munten en het herstel van de vastgoedsector", aldus Kim. Zijn favoriet is Sumitomo-Mitsui Banking Corporation. "Sumitomo-Mitsui heeft de grootste blootstelling aan aandelen en buitenlandse valuta, en het verdient veel aan vastgoedtransacties. Bovendien ondervindt deze bank minder gevolgen dan andere financiële instellingen als nettorentemarge daalt. Die marge -- het verschil tussen de rente op leningen die een bank ontvangt en de rente die ze betaalt voor haar financiering -- zal kleiner worden. De Japanse centrale bank gaat overheidsobligaties met een lange looptijd opkopen, wat de langetermijnrente zal doen zakken. Dat zal onder meer de hypotheekrente doen dalen, waardoor de banken minder verdienen." De lagere langetermijnrente heeft nog een bijkomend effect: ze zal Japanse beleggers ertoe aanzetten elders rendement te zoeken. Kim verwacht dat Japanse bedrijven die hoge dividenden betalen, van die beweging zullen profiteren. Het agressieve beleid van de Japanse centrale bank heeft de yen al verzwakt. De Japanse munt zal nog een tijdje goedkoop blijven. De exportsector kan die stimulans goed gebruiken in zijn strijd tegen zijn Zuid-Koreaanse concurrenten. Maar niet alle Japanse exportbedrijven zijn een goede belegging. "Ik vermijd technologiebedrijven en producenten van consumentenelektronica, zoals Sharp en Panasonic", zegt Kim. "Hun concurrentiepositie is te zwak. Een zwakkere yen zal die bedrijven niet helpen te concurreren met Apple of Samsung." Dat is wel het geval voor de Japanse staal- en autoproducenten, die meer orders kunnen binnenhalen. De goedkope Japanse yen doet de Zuid-Koreaanse exportbedrijven geen goed. Kim: "De druk op de Zuid-Koreaanse centrale bank om ook de teugels te vieren en de Koreaanse won te verzwakken, is ongetwijfeld groot. Maar de kans is aanzienlijk dat de inflatie in Zuid-Korea stijgt als het monetaire beleid wordt versoepeld. Dat risico wil de Bank of Korea wellicht vermijden." Volgens Kim roepen niet alle Zuid-Koreaanse bedrijven om steun. Een bedrijf als Samsung, dat goed scoort door zijn producten en zijn sterke marketing, staat mijlenver voor op zijn Japanse concurrenten. MATHIAS NUTTIN"Shinzo Abe en zijn adviseurs beseffen dat de tijd die Japan heeft om te veranderen bijna op is"