Op de eerste dag van 2006 zal de grootste bank ter wereld het levenslicht zien, wanneer de Mitsubishi Tokyo Financial Group en UFJ Holdings de fusie van hun bancaire kernactiviteiten zullen afronden en zo een instelling in het leven roepen met een activatotaal van 194 biljoen yen (1,7 biljoen dollar). Dat is zowat 10 % meer dan de Citigroup verwezenlijkte in het midden van 2005.
...

Op de eerste dag van 2006 zal de grootste bank ter wereld het levenslicht zien, wanneer de Mitsubishi Tokyo Financial Group en UFJ Holdings de fusie van hun bancaire kernactiviteiten zullen afronden en zo een instelling in het leven roepen met een activatotaal van 194 biljoen yen (1,7 biljoen dollar). Dat is zowat 10 % meer dan de Citigroup verwezenlijkte in het midden van 2005. De overeenkomst sluit de jongste ronde af van de consolidatiebeweging onder de grote Japanse handelsbanken die in 1999 begon. De sector zal daarmee een lange periode van boetedoening en wederopbouw afsluiten na de instorting van de Japanse 'zeepbeleconomie' in 1990, toen de waarde van de Japanse aandelen en immobiliën instortte en de balansen van de Japanse banken mee de dieperik in sleurde. De consolidatie is zo drastisch geweest, dat na de afronding van de MTFG-UFJ-fusie, Japan nog drie commerciële bankgroepen zal overhouden, waar het er ooit tien had. Voor de overlevenden zal 2006 veruit het meest bemoedigende jaar worden sinds de krach. Het aantal bankleningen zal opnieuw toenemen, grotendeels dankzij de stijgende kapitaalsinvesteringen van ondernemingen. De grote commerciële banken zullen voor het jaar tot maart 2006 wellicht winsten rapporteren die acht keer hoger liggen dan in 2005. Binnen een jaar of twee zullen ze het overheidsgeld terugbetaald hebben dat hen doorheen de jaren negentig hielp, toen ze druk bezig waren orde te scheppen in hun leningregisters. Het is zelfs niet uitgesloten dat ze weer aan expansie kunnen beginnen denken. Volgend jaar opent MTFG een filiaal in Rusland, een grote markt voor handels- en projectfinanciering, die de Japanse banken tot nu vermeden hebben, omdat ze schrik hadden van het riskante businessklimaat. Terwijl de grootste bank van de wereld de deuren opent in Japan, zal China de deuren openen voor wat ooit de grootste bankmarkt ter wereld moet worden. Het land heeft beloofd dat buitenlandse banken vrij zullen mogen concurreren tegen het einde van 2006. Dat is trouwens een van de voorwaarden voor de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie in 2007. Eind 2005 hadden buitenlandse financiële instellingen al 17 miljard dollar uitgegeven aan minderheidsparticipaties in Chinese staatsbanken. Ten minste twee van die banken zullen in 2006 via een beursgang aandelen aanbieden aan het publiek. Voor andere buitenlandse banken die naar China lonken, zal 2006 een jaar worden om partners te zoeken onder de zowat honderd stedelijke commerciële banken die zich in het voorbije decennium ontwikkeld hebben uit stedelijke coöperatieven. Als alles goed gaat, zullen de voordelen voor snuggere nieuwkomers enorm zijn. De sector van de persoonlijke leningen staat in China immers nog in de kinderschoenen. De tegenvallers kunnen echter eveneens zorgwekkend - en veel directer zijn - als de hogere energieprijzen volgend jaar de industriële groei fnuiken. De Chinese banken zijn in de voorbije jaren erg vrijgevig - waarschijnlijk té vrijgevig - geweest met leningen voor investeringen in eigendom en productiegoederen. Een luwte zou die recente leningen kunnen 'verzuren' en politieke druk van de regering op de banken kunnen uitlokken om bedrijven in moeilijkheden toch een ruggensteuntje te geven. In Europa en de Verenigde Staten zullen de commerciële banken het moeilijk hebben met de technische vereisten voor het afstemmen van hun balansen met het oog op de nieuwe kapitaaleisen van Basel 2. Die code - waaraan nu al zeven jaar gesleuteld wordt - bepaalt de hoeveelheid kapitaal die banken moeten aanhouden tegenover verschillende types van leningen en investeringen. De Bank voor Internationale Betalingen, die de opstelling ervan gesuperviseerd heeft, wil dat de nieuwe regels ingevoerd worden tegen het einde van 2006 voor de (meestal kleinere) banken die de eenvoudige versie van de code volgen, en tegen het einde van 2007 voor de grotere banken die een meer ingewikkelde versie volgen. Het kan evenwel nog een bijkomend jaar of zelfs wat langer duren vooraleer ook de Amerikaanse banken zich ernaar schikken. Ruwweg gezegd vormen de nieuwe regels een steviger stimulans voor de grote banken om zich te ontdoen van riskante activa en de veiligere aan te houden. De grote banken zullen dan ook minder bereid zijn om effecten zonder rating en achterstallige leningen te behouden, zelfs niet van bedrijfsklanten van oude datum. Ze zullen die activa willen afwentelen op hedgefondsen en privé-vermogensbeheerders en iedereen die zich over in nood verkerende schulden wil ontfermen. Het gevolg zal zijn dat de herstructurering van bedrijven zal versneld worden in landen als Duitsland, waar de banken in het verleden geneigd waren om ontleners waarvoor ze een zekere sympathie hadden een hart onder de riem te steken. De weerslag van Basel 2 zal ook voelbaar zijn op de markt van de door activa ondersteunde effecten. Grote banken zullen er minder dan voorheen op uit zijn om residentiële hypotheekleningen met een laag risico te effectiseren of van de hand te doen en meer geneigd zijn om commerciële hypotheken en uitstaande kredietkaartvorderingen te verkopen. Als 2006 de intrede inluidt van een nieuwe titaan onder de wereldbanken in Japan, dan luidt het ook het afscheid in van een titaan onder de Amerikaanse wereldbankiers. Sandy Weill trekt zich in april terug als voorzitter van Citigroup, 's werelds grootste financieel conglomeraat. Hij kon in 1998 het Congres ertoe overhalen de Glass- Steagall-wet op te schorten zodat hij zijn verzekeringsgroep Travelers kon fusioneren met Citicorp en hij stopte nauwelijks om adem te halen tot hij in 2003 aftrad als CEO. Citigroup heeft meer dan zijn deel aan groeipijnen gehad en kan duidelijk een rustiger tijd gebruiken onder de huidige directeur-generaal Charles Prince. Dat geldt echter niet voor Weill, die op zijn 72ste nu al spreekt van een carrière in privé-vermogensbeheer. De auteur is financieel correspondent in New York voor The Economist.Robert Cottrrell