Europa moet het meest kennisintensieve werelddeel worden, zo werd afgesproken op de top van Lissabon. Logisch zou zijn dat de vrije handel van goederen en diensten wordt ingeroepen om deze sprong te vergemakkelijken. Niet dus. Het Europees Parlement toont de werkelijkheid: 3,1 % van de Europese parlementariërs is vrijhandelsgezind.
...

Europa moet het meest kennisintensieve werelddeel worden, zo werd afgesproken op de top van Lissabon. Logisch zou zijn dat de vrije handel van goederen en diensten wordt ingeroepen om deze sprong te vergemakkelijken. Niet dus. Het Europees Parlement toont de werkelijkheid: 3,1 % van de Europese parlementariërs is vrijhandelsgezind. De Zweedse denktank Timbro publiceert een studie over het stemgedrag in vrijhandelskwesties van 384 Europarlementsleden en stopt de parlementariërs in vier categorieën: vrijhandelaars (tegen handelsbarrières en toelagen), internationalisten (tegen handelsbarrières, voor toelagen), isolationisten (voor handelsbarrières, tegen toelagen) en protectionisten (voor handelsbarrières en toelagen). Van de 487 parlementsleden uit acht landen (België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje, Zweden en Denemarken) vielen er 103 weg omdat ze te weinig participeerden in de periode 1999- 2002, zodat hun stemgedrag de uitkomst onfair beïnvloed zou hebben. Slechts twaalf van de 384 parlementsleden (3,1 %) zijn aanhangers van de vrije handel van goederen en diensten, en 96,9 % wil de wereldhandel verstropen. België heeft geen EP'er bij de vrijhandelaars, Zweden vier - de grootste groep en het zijn vier socialisten (!) -, het Verenigd Koninkrijk drie, Spanje één, Frankrijk één, Italië één, Duitsland één (op 93 Duitse parlementsleden, dus 1 %). Bij de bestudeerde groep zijn 108 protectionisten, dus parlementsleden die handelsgrenzen en toelagen koesteren. De protectionisten zijn achtmaal sterker dan de vrijhandelaars. Frankrijk spant de protectionistische kroon (62 % van zijn EP'ers), gevolgd door België (45 % van de 25 parlementairen, met de zwaargewichten Daniel Ducarme ( MR) en Jean-Maurice Dehousse ( PS)). Nog Belgische protectionisten zijn: Frank Vanhecke ( Vlaams Blok), Bart Staes ( Groen!) en Nelly Maes ( SP. A-Spirit). Gérard Deprez (MR) is het meest pro vrijhandel. Dehousse stemde slechts in 20 % van de gevallen voor open grenzen en in 14 % voor de afschaffing van toelagen, Ducarme respectievelijk in 50 % en 33 % van de gevallen, Maes 0 % en 20 %, Staes 0 % en 17 %, Frank Vanhecke 33 % en 40 %. Bij de internationalisten stemmen Miet Smet ( CD&V) en Marianne Thyssen (CD&V) 100 % voor open grenzen en 14 % voor de afschaffing van toelagen, Johan Vanhecke ( VLD) 80 % en 40 %, Anne Van Lancker (SP.A) 80 % en 20 %, Kathleen Van Brempt (SP.A) 67 % en 0 %, Ward Beysen (onafhankelijk liberaal) 83 % en 56 %, Willly De Clercq 80 % en 50 %, Frédérique Ries (MR, en tot voor enkele dagen staatssecretaris Europese Zaken) 80 % en 33 %, Dirk Sterckx (VLD) 80 % en 33 %. Italië heeft een groot aantal protectionisten (33 %), gevolgd door Denemarken (23 %), Duitsland (22 %), Spanje (20 %), het VK (17 %) en Zweden (15 %). De Belgische vice-voorzitster van de groene fractie, Monica Frassoni, stemde samen met vijf andere parlementariërs (waarvan drie groenen) steevast voor handelsbarrières en toelagen. De groene parlementsleden zijn de sterkste protectionisten. De internationalisten (tegen handelsgrenzen, voor toelagen) vormen de grootste groep van Europese parlementariërs (248 van de 384) en daarin is de Europese Volkspartij (christen-democraten en conservatieven) het sterkst present. Voor de uitbreiding van de EU van 15 naar 25 landen telde het Europees Parlement 626 leden, sinds de voorbije Europese verkiezingen 786. Fredrik Erixon van Timbro: "Het Europees Parlement speelt niet de rol van het Amerikaanse Congres in de sturing van het handelsbeleid, maar het heeft een rol en die groeit. Een nieuwe liberaliseringsronde van de Wereldhandelsorganisatie is bezig sinds 2001 en Europa stelt zich weinig meegaand op." De recente voorstellen van Europees commissaris Frits Bolkestein om de dienstenbranche in versneld tempo te liberaliseren heeft bijvoorbeeld in België geleid tot protesten van NGO's en vakbonden. De Europese Unie is gegrondvest op het beginsel van de negentiende-eeuwse Franse econoom Frédérique Bastiat: "Als goederen niet over de grenzen gaan, zullen legers dat doen." In de EU blijven echter belangrijke sectoren gesloten voor de wereldhandel. De landbouw is een schrijnend voorbeeld. De EU heeft niet langer een tekort aan voedsel zoals in 1945, wel een structureel overschot van 25 %. De Franse econoom Patrick Messerlin becijferde dat de Europese verbruikers 50 tot 60 miljard euro zullen winnen door de liberalisering van 22 beschermde sectoren. Andere studies bewijzen dat het schrappen van het landbouwprotectionisme de voedselrekening van de Europese verbruikers met 80 tot 100 % zal doen dalen. Artikel 133 van het EU-verdrag geeft de Unie exclusieve bevoegdheid over het handelsbeleid. Fredrik Erixon: "Europese parlementariërs hebben een ander profiel dan nationale. Onderschat hun invloed en mogelijkheid om beleid te maken niet. Een Europees parlementslid kan een wet substantieel beïnvloeden op een manier die een nationale parlementariër, die veel meer rekening moet houden met stabiliteit en coalities, niet zal aandurven. Die stemt opportunistischer." Een sterker Europees Parlement voor handelskwesties zal beletten dat Jacques Chirac en Gerhard Schröder op een hotelkamer beslissen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Frans CrolsEen Europees parlementslid kan een wet substantieel beïnvloeden. Een nationale parlementariër moet rekening houden met stabiliteit en coalities.